Woordenboek

Met zeer veel belangstelling en in het algemeen grote instemming las ik op 21 augustus het zeer deskundige artikel van H. Brandt Corstius over het nieuwe Woordenboek Latijn-Nederlands. Ook ik verbaas me tegenwoordig vaak dat zelfs in gerenommeerde bladen sprake is van een emeritis hoogleraar of van iemand in bonus.

Ik zal mij dit nieuwe woordenboek overigens niet aanschaffen. Voor mij is het Grote woordenboek Latijn-Nederlands van J. van Wageningen, herzien door F. Muller, nog altijd goed genoeg. En aan bepaalde 'moderne' Nederlandse vertalingen van Latijnse woorden zou ik mij alleen maar ergeren. Eén kritische opmerking evenwel. H. Brandt Corstius moet op dit gymnasium wel een bijzonder voorlijke leerling zijn geweest, die een paar klassen heeft overgeslagen. Hij schrijft dat Caesar en Livius zijn twaalfde en dertiende levensjaar hebben vergald. Nu wordt Caesar in het algemeen in de tweede of derde klas gymnasium gelezen, dus Brandt Corstius kan toen omstreeks 13 jaar zijn geweest. Maar Livius wordt pas in de vijfde en zesde klas gelezen, wanneer de meeste leerlingen 16 tot 18 jaar oud zijn.