Wegkwijnen in een Britse kennel

In Groot-Brittannië rijst twijfel over de verplichte zes maanden waarin huisdieren wegkwijnen in een kennel, voor ze het land in mogen. In twintig jaar is bij geen van die dieren ooit hondsdolheid vastgesteld. De lobby tegen de verplichte opsluiting is krachtig.

LONDEN, 28 AUG. Deze zomer hield de ambassadeur van Tsjechië aan het Hof van St. James, Pavel Seifter, een opmerkelijk feestje. Dit keer werd de lijst van genodigden niet geregeerd door het diplomatieke nut dat ze de ambassadeur konden opleveren. Nee, de gasten-diplomaten waren dit keer gekozen om een specifiek attribuut: het bezit van een huisdier. De Tsjechische ambassadeur serveerde champagne en koekjes in de vorm van een hondenbot voor de menselijke invité's en hondenlekkers voor de meegebrachte huisdieren. En middelpunt van de feestelijkheden was Cutty, de 11 jaar oude Schnauzer van Seifter, die zojuist ter ambassade was ingehaald na een verblijf van zes maanden in quarantaine.

Cutty is door dit met veel publiciteit omringde festijn niet de beroemdste hond van de anti-quarantaine-lobby-op-niveau geworden. Die eer komt toe aan de Norfolk-terriërs van Hare Majesteits laatste gouverneur in Hong Kong, de Conservatieve politicus Chris Patten. Whisky en Soda verblijven sinds de overdracht van Hong Kong aan China niet in Londen, waar ze vandaan komen, maar in Patten's tweede huis in het Franse departement Tarn.

Patten was de eerste prominente politicus die opeens aan den lijve werd geconfronteerd met het feit dat hij zijn huisgenoten niet mee naar Engeland zou kunnen terugnemen, zonder ze eerst zes maanden te laten “wegkwijnen” in één van de ruim zeventig door de overheid goedgekeurde quarantainekennels hier. De actiegroepen tegen quarantaine vrolijkten enorm op van Pattens militantisme. Nog tijdens zijn gouverneurschap stak hij van wal. De Britse praktijk was “barbaars”, “onzinnig” en getuigde van een mentaliteit bij de Britse overheid die als “xenofoob” betiteld kon worden.

De Pattens en Whisky en Soda behoren nu tot de Franse afdeling (2000 leden) van Passports for Pets (PFP), een keurige actiegroep die beschaafd streeft naar afschaffing van het Britse quarantainestelsel en vervanging daarvan door een inentings- en permanent identificatiesysteem, dat tenminste huisdieren uit landen waar geen hondsdolheid voorkomt zou vrijwaren van zes maanden isolatie.

Sinds Zweden in 1994 de quarantaine als verdedigingslinie tegen hondsdolheid afschafte, zijn Groot Brittannië en Ierland de enige landen die dit middel nog hanteren om rabiës buiten de deur te houden. Hoewel de Lagerhuiscommissie voor Landbouw een jaar daarna al consludeerde dat het Verenigd Koninkrijk de isolatie ook maar moest afschaffen, bleef de regering weigeren die aanbeveling uit te voeren. De ene bewindsman na de andere draaide om de hete brij heen met meestal het zwakke verweer: “Dit land is nog niet klaar voor een ander systeem.”

Zoals de gezaghebbende columnist Simon Jenkins in The Times opmerkte: “Elke keer als ik dat excuus hoor, hoor ik meteen op de achtergrond het getingel van de 200 miljoen pond die de quarantainekennelhouders de laatste 20 jaar gezamenlijk hebben opgestreken.” Hij heeft gelijk: nu de afschaffing van quarantaine mogelijk ook voor dit land in het nabije verschiet ligt, roepen de uitbaters van deze kennels al om compensatie van overheidswege vanwege het veronderstelde verlies van hun “life-savings”.

Het begrip “rabiës” is de Britten diep in de ziel gegrift. Afbeeldingen van schuimbekkende honden op strategische punten aan de buitengrenzen van de Britse eilanden en de waarschuwingsborden aan elke (lucht-)haven versterken wat sommige dierenartsen nu openlijk “de hysterie over de hondsdolheid” noemen. Hoewel de Koninklijke Vereniging van Diergeneeskundigen zich officiëel voorzichtig opstelt, is het een publiek geheim dat de overgrote meerderheid van dierenartsen voorstander is van het afschaffen van de isolatie. De hier invloedrijke Dierenbescherming heeft daarvoor al gepleit.

Onder al die druk heeft de Labourregering bij haar aantreden een onafhankelijke commissie opdracht gegeven de alternatieven voor haar op een rijtje te zetten. Jack Cunningham, de minister van Landbouw, werd zelf een tegenstander van quarantaine geacht. Maar Cunningham is een paar weken geleden verrassend opgeschoven naar een andere post in Blairs kabinet en zijn opvolger heeft laten weten openbaarmaking van het rapport van de commissie op te schuiven. Zelfs Lady Fretwell, echtgenote van de voormalige Britse ambassadeur in Parijs en oprichtster van PFP, kan haar teleurstelling niet onderdrukken. “Ik wéét van mensen die hun dier (laten) binnensmokkelen nu wetswijziging uitblijft. Ik keur het niet goed, maar ik kan het wel begrijpen.”

Onder de bestaande quarantainewetgeving - bijna honderd jaar oud nu - brengen circa 5000 huisdierbezitters per jaar hun hond of kat het Verenigd Koninkrijk binnen. Zij betalen tussen de 1500 en 2000 pond voor de verplichte isolatie van hun dier in een officiële quarantainekennel. Er is niet alleen kritiek op de hoogte van dat bedrag, maar ook op het feit dat op de zorg in die kennels niet voldoende wordt toegezien. Een recent undercover-programma voor Channel Four liet zien dat in alle zes bezochte kennels hygiënische wantoestanden heersten. De programmamakers maakten bovendien aannemelijk dat het isolement van de huisdieren zo totaal was, dat ze dikwijls geestelijk wegkwijnden of fysiek zwakker werden omdat op hun kwalen geen acht werd geslagen. Zo'n 150 dieren per jaar sterven in quarantaine en in dat geval is de kennelhouder verplicht de kop van het dier ter analyse op rabiës op te sturen en de rest van het stoffelijk overschot te verbranden. Tenminste één eigenaar kreeg het afgelopen jaar de as van zijn lieveling thuisgestuurd, terwijl hij niet eens wist dat het dier ziek was.

Wat de hele rabiës-discussie extra navrant maakt, is het feit dat er al twintig jaar lang nog nooit bij één dier in quarantaine hondsdolheid is vastgesteld. “Als al die dieren dus zonder meer waren toegelaten zou dat voor onze status als rabiës-vrij land dus geen snars hebben uitgemaakt,” schreef een woedende eigenaar naar The Times. “En quarantaine wordt dan toch nog als rechtvaardiging aangevoerd? Dan weet ik er ook nog een: ik heb de afgelopen twintig jaar elk weekend mijn gras gemaaid. Dat voer ik dan ook aan als de reden dat we hier geen hondsdolheid kennen.”

Het grote Britse publiek weet ondertussen nauwelijks dat hondsdolheid wordt verspreid door vossen, die inderdaad honden en daardoor mensen kunnen besmetten. Dat de ziekte in West-Europa zo goed als uitgeroeid is, door het immuniseren van vossen met behulp van geprepareerd lokaas is evenmin bekend. Dus zijn er mensen die nog steeds met instemming kennis nemen van de extreme maatregelen die bijvoorbeeld de directie van de Kanaaltunnel heeft laten nemen tegen het onverhoeds onderwater oversteken van enge dieren van het vasteland naar dit eiland. Van een Kanaaltunnel-rampenteam in versterkte maanpakken tot onder hoogspanning staande roosters (alleen aan de Franse kant natuurlijk) moeten het gevaar buiten de deur houden.

Buitenlanders, maar ook tot nu toe gezagsgetrouwe Britten die het niet meer uithouden, smokkelen toenemend hun lieveling naar binnen. Een zeilboot, een vrachtwagen, de achterbak van een personenauto - het zijn allemaal plekken waar je met behulp van een collaborerende dierenarts in het buitenland een half verdoofd huisdier kunt verstoppen. De Britse douane betrapt zo'n honderd dierensmokkelaars per jaar, die kunnen rekenen op 4000 pond boete maximaal en soms op “vernietiging” van hun huisdier. Maar naar schatting tien maal zoveel honden- en kattenbezitters nemen het risico en maken daarmee het gevaar op besmetting theoretisch groter.