VS geen garantie voor nieuwe wereldorde

The President is Busy, schreef Time's Christopher Ogden vorige week boven zijn column, “...maar als u een internationale crisis aan de hand hebt en hulp behoeft, laat dan na de piep een boodschap achter”, luidde de onderkop. Time is in zijn eigen zwaard gevallen. In To our readers legt hoofdredacteur Chris Redman uit dat het weekblad ditmaal vervroegd is uitgekomen wegens de presidentiële getuigenis in de Lewinsky-affaire. Daardoor miste het blad, dat gewoonlijk op maandag verschijnt, de represailles voor de aanslagen in Nairobi en Dar-es-Salaam. De president was bezig, maar niet uitsluitend met zijn persoonlijke crisis. De ontwikkelingen gaan sneller dan een columnist kan voorzien.

Toch was er wel aanleiding voor Ogdens cynische introductie. Zelf maakte hij een lijstje van wereldvraagstukken die de laatste tijd aan zichzelf zijn overgelaten: de instortende Russische economie en de val van de roebel, nieuwe aanwijzingen dat Noord-Korea werkt aan een atoombom, het Japanse onvermogen orde op zaken te stellen, de impasse tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit, Saddam Husseins onbeantwoorde obstructie, Miloševics onbeantwoorde offensief in Kosovo, de atoombommen van India en Pakistan, al dan niet toenadering tot Iran, de voorgenomen maar niet voltrokken uitbreiding van NAFTA (de Amerikaanse vrijhandelszone, jhs) met Chili. “We zijn blij”, schrijft Ogden, “dat de CIA en de FBI zich met de aanslagen op de ambassades in Afrika bezighouden. Beter zij dan het Witte Huis.”

“De VS zijn op drift geraakt als wereldleider, maar dat hoeft niet zo te zijn”, besluit Ogden zijn column. Zou het eerste deel van zijn conclusie met de kennis achteraf van het Amerikaanse optreden in Afghanistan en Soedan anders moeten zijn? Waarschijnlijk niet. Het is immers nog maar de vraag of het slingeren van de Tomahawk bewijst dat Amerika als wereldleider niet op drift is.

De Lewinsky-affaire heeft president Clinton in een hoek gedrongen waar hij geen goed meer kan doen. Onmiddellijk nadat het nieuws over de aanvallen bekend was geworden, spraken Amerikaanse senatoren hun vermoeden uit dat Clinton had gehandeld om de aandacht van zijn amoureuze besognes af te leiden. Weliswaar bonden die senatoren later in, hun eerste reactie onderstreepte toch het verloren gaan van het vertrouwen in deze president, zelfs tijdens een internationale crisis. Als Clinton daarentegen niet tot de tegenaanval was overgegaan, was hem verweten dat zijn persoonlijke problemen hem tot een lame duck hadden gemaakt. Zoals Ogden al op voorhand had gedaan.

De keuze voor de Tomahawk bij de afstraffing van internationale terroristen maakt een paar zaken duidelijk. De weg van de diplomatie was afgesloten en de militaire top is tegen het inzetten van Amerikaanse militairen. Dat zegt meer over de positie van Amerika als wereldleider dan de zaak-Lewinsky en het isolement waarin Clinton daardoor is geraakt. Osama Bin Laden, door de Amerikanen verantwoordelijk gehouden voor een reeks van terreurdaden, waaronder de jongste bomaanslagen in Oost-Afrika, geniet de bescherming van de Afghaanse Talibaanbeweging, die op haar beurt wordt gesteund door Pakistan en Saoedi-Arabië, beide bondgenoten van de Verenigde Staten. Maar op Amerika's verzoeken om medewerking bij het onschadelijk maken van Bin Laden is noch Pakistan noch Saoedi-Arabië ingegaan, hoewel binnen hun grenzen bij herhaling Amerikanen het slachtoffer zijn geworden van aan Bin Laden toegeschreven terreurdaden.

Ogdens opsomming laat zien dat de malaise niet beperkt blijft tot het Midden-Oosten. Al jarenlang proberen de Amerikanen tevergeefs opeenvolgende Japanse regeringen er toe te bewegen de leiding over de economie over te nemen van ambtenaren die niet geleerd hebben rekening te houden met de internationale consequenties van hun handelen. De dansers om de macht in Moskou trekken zich niets aan van de schade die zij aanrichten en nog minder van de goede bedoelingen van hun zogeheten Amerikaanse vrienden. Als die iets doen wat in Rusland slecht valt, komt de kritiek per kerende post. Ondanks de miljarden aan Amerikaanse dollars die intussen in Rusland zijn verdampt.

Is Amerika dan niet de ongeëvenaarde militaire en economische macht waarvoor het wordt gehouden? Dat is Amerika wel, maar het is minder eenvoudig geworden die macht politiek tot gelding te brengen. Na de val van de Muur was er een kort 'interbellum' dat herinnert aan de periode na de Tweede Wereldoorlog toen de VS niet alleen, samen met de Sovjet-Unie, de rogue states Duitsland en Japan hadden verslagen maar ook een (tijdelijk) monopolie op atoomwapens hadden verworven. Tussen 1989 en ruwweg 1995 (het akkoord van Dayton) kon Amerika opereren als 'de enig overgebleven supermacht', met de bevrijding van Koeweit in 1991 als hoogtepunt. De economische opleving in Amerika zelf en de verbreiding over de wereld van Amerikaanse waarden als markt en democratie, bekend als globalisering, bevestigden de Amerikaanse exclusiviteit.

Die exclusiviteit is onvoldoende gebleken om een nieuwe wereldorde te vestigen. De vreedzame ontmanteling van het Sovjet-imperium en van de in het ongerede geraakte commando-economie bewees dat oude rivalen nieuwe problemen in samenwerking konden oplossen. De alliantie tegen Saddam Hussein scheen een nieuw begin, hoewel de pessimisten er destijds al de afsluiting van een tijdperk in zagen. De pessimisten hebben gelijk gekregen. Met het vertrek van Gorbatsjov viel een van de pijlers weg die de nieuwe wereldorde hadden moeten schragen. Het nieuwe Rusland bleek te onzeker over zichzelf en over zijn relaties met de buitenwereld om de rol te vervullen die de nieuwe orde van dit land zou hebben gevergd.

De Amerikanen leven met hun eigen trauma's. De viersterrengeneraals van nu waren de troepencommandanten in de Vietnam-oorlog. Uit zijn peilingen van midden jaren negentig bleek, schrijft Clintons voormalige adviseur Dick Morris, dat 37 procent van het Amerikaanse volk isolationist is en 43 procent voor Amerika niet meer ziet weggelegd dan een rol als 'flexibele vredesbrenger'. Slechts 14 procent spreekt zich in die polls uit voor krachtiger optreden. Anders gezegd, de gevreesde body bags zijn een beslissende factor bij het beantwoorden van de vraag op welke manier de VS van hun militaire macht gebruikmaken. Daar komen dan de Tomahawks in beeld, de symbolen van een supermogendheid die als Gulliver aan honderden draden blijft gebonden.