Van Zweden treft het niet met Braziliaanse soliste

Concerten: Orkest van het Oosten o.l.v. Jaap van Zweden m.m.v. Eliane Rodrigues, piano. Werken van Beethoven. Gehoord: 27/8 Concertgebouw Amsterdam. Het Brabants Orkest o.l.v. Christopher Lyndon-Gee m.m.v. Michael Kieran Harvey, piano. Werken van Goebaidoelina, Bartók en Sjostakovitsj. Gehoord: 26/8 Concertgebouw Amsterdam.

De zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw fungeren als een kleine vlootschouw van regionale symfonieorkesten. Eerder deze maand traden het Noord Nederland Orkest en het Gelders Orkest op; deze week concerteerden er het Brabants Orkest en het Orkest van het Oosten. Met uitzondering van het Brabants Orkest presenteerde ieder gezelschap zich onder leiding van zijn chefdirigent - bij het Noord Nederlands (Liberman) en het Orkest van het Oosten (Van Zweden) toevallig twee gewezen concertmeesters van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Jaap van Zweden dirigeert bij zijn orkest vooral het ijzeren repertoire, zoals donderdag de Vijfde symfonie en het Vijfde Pianoconcert van Beethoven. In het pianoconcert deed Van Zweden manhaftige pogingen er een opzwepende vertolking van te maken, maar met de Braziliaanse Eliane Rodrigues als solist valt dat niet mee. Haar spel is eendimensionaal in emotie, monotoon in voordracht en bovendien mist ze te veel noten. Met de symfonie kon Van Zweden beduidend meer eer inleggen, met hier en daar een zeer persoonlijke toets, zoals de opvallende zwellertjes in het openingsdeel, de verrassend stevige uitvoering van het Trio in het derde deel en een lekker voortstuwende Finale.

Van Zweden heeft veel aandacht voor de onderlinge balans van de orkestgroepen; de dynamische nuancering is daarentegen niet zijn sterkste kant. Een veelzeggend detail: nabij het slot van het tweede deel komt een passage voor waarin het zonder dralen van forte (sterk) naar sforzato (even versterkt) gaat, waarna een decrescendo (afnemend in toonsterkte) volgt dat aanvankelijk naar een piano (zacht) leidt, maar daarna uitmondt in een pianissimo (zeer zacht). Deze schakering in geluidssterkte mondde uit in een gelijkblijvend matig sterk volume - een mezzo forte.

In vergelijking met dat van het Orkest van het Oosten, was woensdag het programma van het Brabants Orkest onder leiding van gastdirigent Christopher Lyndon-Gee veel avontuurlijker, met louter stukken die na de Tweede Wereldoorlog werden gecomponeerd. Het begeleiden van de Australische meesterpianist ging de Brabanders in het Derde pianoconcert van Bartók heel behoorlijk af. Met name in het middendeel werd een prikkelende, opbouwende dialoog tussen orkest en deze prachtige solist gerealiseerd.

De uitvoering van Märchenbild van Sofia Goebaidoelina bleef, ondanks fraaie momenten (de schier eindeloos dalende ladders, de prangende piano-akkoorden, de vibrafoonsolo), steken in goede bedoelingen. De esthetiserende interpretatie die Lyndon voor ogen leek te hebben, kwam niet helemaal uit de verf. Lyndon slaagde er niet altijd in de dwingende logica van de muziek duidelijk te maken. Zo leek hij ook de greep wat te verliezen op het opengewerkte Adagio van de Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj. En dat, terwijl hij in het openingsdeel, met die heerlijk hobbelende Wilhelm Tell-citaten, juist indruk maakte met zijn visie op de muzikale infrastructuur.