Twijfelaar kan nu oriënterend studeren

Het kiezen van de juiste studie is geen gemakkelijke opgave. Deze week begon in Amsterdam voor het eerst een 'oriëntatiejaar' om adspirant-studenten die van de Havo of het VWO komen daar een handje bij te helpen.

AMSTERDAM, 28 AUG. “Ik was eigenlijk van plan een jaartje te relaxen”, zegt Mirik (17) uit Amsterdam. Hij heeft na zijn Havo-eindexamen geen flauw idee wat voor opleiding hij wil gaan doen. Daniël (19) uit Oegstgeest wilde na zijn VWO-diploma rechten gaan studeren in Leiden, maar hij weet dat nog niet zeker. “Er zijn zoveel mogelijkheden.” Roos (18) uit Akersloot denkt over sociale geografie. “De studie lijkt me interessant, maar ik weet niet of ik het werk dat je ermee kunt doen wel leuk vind.”

Het samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam heeft de primeur: een oriëntatiejaar voor het hoger onderwijs. Het is voor het eerst in Nederland dat schoolverlaters met een Havo- of VWOdiploma zich een jaar lang kunnen oriënteren op diverse studies aan de universiteit en de hogeschool. Dit jaar hebben zich 47 jongeren ingeschreven. Ze volgen een of twee vakken aan een opleiding waarvoor zij belangstelling hebben. Op die manier kunnen ze een beeld krijgen van de studie. Het tweede trimester kunnen ze weer iets heel anders proberen. Daarnaast werken ze twee à drie dagen in de week. De meeste cursisten blijven dit jaar bij hun ouders thuis wonen.

Voor elke student ziet de week er anders uit, afhankelijk van het studieprogramma en de dagen waarop ze werken. Maar elke vrijdagmiddag komen ze allemaal bij elkaar om ervaringen uit te wisselen. Wellicht worden ze door de verhalen van anderen nog op ideeën gebracht. Die middag worden ze bovendien door studieadviseurs stevig begeleid in hun studiekeuze.

De cursus blijkt geen overbodige luxe. Zo'n tien procent van de Havo-leerlingen en VWO'ers begint niet direct na het eindexamen met een opleiding, zo blijkt uit een rapport van het SEO en SCO Kohnstamm Instituut in Amsterdam. Volgens onderzoeker Uulkje de Jong komt dat voornamelijk doordat de schoolverlaters bang zijn de verkeerde studie te kiezen. Van de jongeren die wel zijn gaan studeren, twijfelt gemiddeld een op de tien over die stap.

Het idee van het oriëntatiejaar komt van Hans van Hout, de rector van het vorig jaar opgerichte samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool Amsterdam. Van Hout: “De keuze voor een studie is bepalend voor je levensloop. Dat besef maakt het voor sommigen erg moeilijk een beslissing te nemen. Anderen kunnen weer moeilijk kiezen omdat ze veel interesses hebben. En dan zijn er natuurlijk nog jongeren die nog niet aan een keuze toe zijn. Niet elke zeventienjarige ziet de toekomst duidelijk voor zich.”

De oriëntatiestudenten maken niet de indruk dat het gebrek aan keuze hun dwars zit. Je hoort zo vaak dat mensen de verkeerde studie kiezen, zegt Mirik schouderophalend. “Vrienden van mij zijn op een idee gebracht door open dagen te bezoeken, maar wij dus niet”, zegt Daniël laconiek. Roos valt hem bij: “Ik ben er het afgelopen jaar vooral achtergekomen wat ik niet wil.”

Wel beseffen ze dat - als ze gaan studeren - de keuze meteen een schot in de roos moet zijn. De vorige minister van Onderwijs, Ritzen, heeft de studieduur sterk verkort, en de studenten krijgen sindsdien nog maar vier jaar studiefinanciering. Een verkeerde keuze kan meteen een jaar beurs kosten, waardoor de student met een schuld komt te zitten. Vroeger fungeerde het propedeusejaar als een soort oriëntatiejaar, zegt Van Hout. “Regelmatig werd er aan het eind van studie geswitcht. Nu is het beter dat te voorkomen.”

Het alternatief, een jaar naar het buitenland of gaan werken, wordt door de meeste bezorgde ouders niet met vreugde begroet. Ze vinden het verloren tijd en vrezen dat het een juiste keuze niet dichterbij brengt.

Floris: “Eerst wilde ik een jaar gaan reizen, maar dat vonden mijn ouders geen goed idee. Ze waren blij dat ik dit ging doen.” Ook Thomas (18) uit Leiden werd door zijn ouders attent gemaakt op de cursus. “Ze vonden het net iets voor mij.”

Enthousiaste ouders zijn een voorwaarde voor het oriëntatiejaar, want de cursus kost 4.700 gulden. Om deze uitgave deels te kunnen dekken, werken de studenten twee à drie dagen per week, Roos als serveerster en Floris (18) als vakkenvuller bij Albert Heijn.

Mirik gaat als receptionist aan de slag achter de balie van een Amsterdams hotel. “Die werkervaring maakt ook deel uit van het oriëntatieproces”, haast Hans Frederik, de directeur van het oriëntatiejaar, zich te zeggen. “Ze leren hoe het is om mee te doen in het arbeidsproces.”

De studenten zijn vrij hun eigen baantje te zoeken, mits ze na een half jaar van werkplek wisselen. Idealiter werken ze in een branche die aansluit op de studie waar ze aan snuffelen. Twee studenten die gaan kijken bij de opleiding commerciële confectiekunde, werken in de kledingbranche. Hans Frederik: “We willen dat ze de koppeling maken tussen werk en de opleiding die daarvoor nodig is.”

De UvA jobservice, het uitzendbureau van de universiteit, kan ze daarbij helpen. Maar lang niet alle cursisten vinden een baantje dat bij hun opleiding past.

Mirik: “Ik ben bij de jobservice langs geweest, maar ze hadden alleen geestdodend werk in de aanbieding, zoals telefonisch enquêteren.”

De studenten hebben er wel zin in. Ze zien de oriëntatiecursus vooral als adempauze na een hectisch eindexamenjaar. Daniël: “Als je dan aan het eind van dit jaar weet wat je wilt gaan doen, dan ben je veel meer gemotiveerd.”