Schouderophalen over Azië is voorbij

De Azië-crisis kruipt dichterbij, en zorgde vanmorgen voor een paniekaanval op de beurzen van Amerika en Europa. Anders dan tien jaar geleden kan een beursdaling gevolgen hebben voor de werkelijke economie.

AMSTERDAM, 28 AUG. Belandt de Azië-crisis via een tussenstop te Moskou alsnog in het Westen? Tot voor kort stopte de uitdijende golf van devaluaties, financiële chaos en resulterende recessies keurig bij de grenzen van de gevestigde industriële orde in het Westen. Nu knabbelt de crisis al aan Noorwegen en Finland, aan Mexico en Canada. Na de beurzen van de Derde en de Tweede Wereld, vertonen de beurzen van de Eerste Wereld tekenen van paniek.

Tot deze week kon het contrast met de stemming in Nederland niet groter zijn. Het consumentenvertrouwen stond in juli op een recordstand, de officiële werkloosheid staat op een recordlaagte, en gisteren werd bekend dat de bestedingen van consumenten in het tweede kwartaal van dit jaar met 4,2 procent waren gegroeid - 'uitzonderlijk hoog' volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bestedingen zijn nog steeds de aanjager van de economie, die in de eerste helft van het jaar met zo'n vier procent groeide. Door de vlucht van internationale beleggers in Westerse obligaties daalde de rente fors, en daarmee de financieringslasten voor consumptie en wonen - en voor de staat. Terwijl vadertje Kok deze week een rooskleurige regeringsverklaring oplas, zakte de rente naar het laagste niveau sinds vadertje Drees.

Maar de tanende juichstemming van de laatste weken op de aandelenbeurs is sinds woensdag omgeslagen in forse koersdalingen. Nog maar een maand geleden bereikte de AEX-index daar een recordstand van 1.323 punten, vanmorgen was dat even 1.041 punten - een daling van ruim 21 procent. Vanmorgen daalden genoteerde ondernemingen op het diepst van de koersval ruim 60 miljard gulden in waarde.

De vraag wordt nu of de beurskoersen ter zake doen. In 1987 ging een wereldwijde aandelenkrach goeddeels aan de werkelijke economie voorbij. Is er wel een verband tussen de virtuele economie van de financiële markten en de reële economie van alledag? Het verschil tussen toen en nu is groot. Tien jaar geleden was de beurs er vooral voor professionals en vermogende particulieren. Onderzoek van het NIPO wees er deze maand op dat nu bijna 2 miljoen huishoudens, bijna eenderde van het totaal, zelf beleggen. Het daarbij betrokken vermogen is zo'n 200 miljard gulden.

Op die beleggingen is flinke winst gemaakt. De beursindex is de laatste twee jaar verdubbeld, en zelfs inclusief de koersval van vanmorgen is enkel de winst uitgewist die sinds februari dit jaar is gemaakt. De belegger heeft bij wijze van spreken 1.000 gulden verdiend in het casino, en is er nu 400 van kwijt. Toch vermoeden veel economen dat er een verband is tussen de gestegen beurskoersen, de bestedingen van consumenten en hun vertrouwen in de economie. De consument beschouwt zijn koerswinst aanvankelijk als een aardig douceurtje, rekent het als de koersen maar doorstijgen tot zijn vermogen en past vervolgens zijn bestedingsgedrag aan. De papieren beurswinst sijpelt zo in de economie door. Maar de spiraal van groeiend vertrouwen, hogere koersen en meer bestedingen kan ook omslaan. Analisten van de Amerikaanse bank Goldman Sachs schatten vorige week dat een duurzame koersdaling van 20 procent het Westen in het jaar daarna tussen de 0,75 procent en 1 procent economische groei kost, in de vorm van teruglopende consumentenbestedingen. In landen waar relatief veel particuliere beleggers actief zijn is het effect het grootst. Nederland lijkt wat dat betreft tegenwoordig meer op de VS dan op landen als Duitsland en Frankrijk.

Los daarvan is er de vraag waar de beurskoersen op reageren. Is er een ongefundeerd gevoel van paniek, of passen de koersen zich met een schok aan aan een minder gunstig economisch scenario? Naarmate de Azië-crisis dichterbij kruipt, lopen de ramingen voor de groei in het Westen terug.

Pagina 13: Beurs beïnvloedt consument

De economie van de EU werd vorig jaar nog geacht ruim 3 procent te groeien in 1998. Deze week liepen de schattingen gemiddeld terug tot onder de 2,5 procent. Dat lijkt niet dramatisch voor de beurskoersen, maar juist die waren deze zomer om in analistentermen te spreken, priced for perfection en kunnen geen tegenslag gebruiken. De virtuele economie van de financiële markten reageert met een koersdaling vertrouwd op verwachtingen in de reële economie.

Er zijn nog meer kanalen tussen beurs en economische groei. Lagere koersen maken het voor bedrijven minder aantrekkelijk om geld aan te trekken op de kapitaalmarkt. Werknemers met optieregelingen zien een deel van de gemaakte papieren winst verschrompelen. En in het ergste geval van substantiële koersdalingen moeten ondernemingspensioenfond- sen terugkomen op de afspraken over de pensioenbijdragen die zij van de onderneming en werknemers vragen.

Het verlagen of zelfs tijdelijk afschaffen van die bijdrage heeft de laatste jaren juist geleid tot een aanzienlijke (en in de economische analyse vaak veronachtzaamde) verhoging van het besteedbaar inkomen en de winstgevendheid van bedrijven.

Uiteindelijk is er ook de psychologie. Zelfs als er geen financiële betrokkenheid is bij de beurs, hebben de aandelenkoersen invloed op de stemming van de consument. De 'beoordeling van de economische situatie' is één van de twee hoofdbestanddelen van het consumentenvertrouwen. En dat vertrouwen hangt weer samen met het bestedingsgedrag. De beoordeling van de economische situatie is in de praktijk zeer gevoelig voor economisch nieuws. Dat effect was er wel degelijk in 1987, hoewel toen te zwak om daadwerkelijk tot veranderd gedrag te leiden. Incidenten, zoals het nieuws over de teloorgang van DAF en de televisiebeelden van ontslagen werknemers vijf jaar geleden, veroorzaakten destijds een tijdelijke daling van het gemeten consumentenvertrouwen. Een flinke beurscorrectie heeft hetzelfde effect. De Azië-crisis had tot nu toe geen enkele invloed op de psychologie van de consument. Maar nu de crisis via de beurskoersen vlak bij huis is waar te nemen, zal de juichstemming die dit jaar onder consumenten werd gemeten moeite krijgen om zich te handhaven.