Rockers zonder rock 'n' roll

Let's spend the night together (Hal Ashby, VS, 1983), Ned.3, 22.56-00.23u.

Wie zichzelf dwingt om de 87 minuten van de rockumentary Let's spend the night together uit te zitten, kan een onverwacht inzicht verwerven. Het gaat dan wel niet om inzicht in de zin van het bestaan, maar om inzicht in The Rolling Stones, een muziekensemble dat nu al langer dan drie decennia geldt als de vleeswording van de rock-muziek.

Dit is misschien geen inzicht dat het rechtvaardigt om alle 87 minuten te kijken naar deze mediocere film van Hal Ashby (later bekend geworden met Being There), die weinig meer is dan een slaapverwekkende registratie van drie middelmatige concerten door The Rolling Stones uit 1981, maar het is ook niet niks.

Ik bedoel dit: in Let's spend the night together wordt nogal scherp duidelijk dat de Rolling Stones geweldig zijn als archetypische rockhelden, maar au fond weinig voeling hebben met rock 'n' roll als muziekgenre. Ze zijn volledig vorm en in het geheel geen inhoud; zij zijn rockers vanuit een artistieke strategie en niet vanuit een levenshouding, zij spelen als bohémiens voor een gebohémiseerde massa die zulks is omdat zij zich dit kan veroorloven, zij zijn sarcastisch zonder zelfspot, en zij zijn hedonistisch zonder te genieten.

Vandaar dat hun muzikale domein het Art School-genre van de bluesrock is, en zij zich in deze film uitermate ongemakkelijk heenwerken door een rock 'n' roll-klassieker als Twenty Flight Rock van Eddie Cochran (het nummer dat Paul McCartney voorspeelde aan John Lennon bij hun eerste ontmoeting, om twee echte - dus even naïeve als oprechte - rock 'n' rollers te noemen).

Toegegeven, zeventien jaar geleden waren de Stones al danig vermoeid. Mick Jagger zingt menigmaal vals; Bill Wyman toont onverbloemd dat hij er toen reeds geen zin meer in had en Charlie Watts heeft een kaal achterhoofd. Alleen Keith Richards ziet er nog goed uit; dat wil zeggen: als een levend lijk, maar tenminste niet als een levend lijk waar de wormen een halve eeuw aan hebben geknaagd, zoals nu.

Let's spend the night together was de derde concertregistratie op celluloid van de Stones, en ook de vervelendste, ondanks evergreens als Under my thumb, Time is on my side, Honkey Tonk Woman, Start me up, en You can't always get what you want.

Maar het feit dat The Rolling Stones vorm zijn en geen inhoud, is precies ook hun kracht, alsmede de reden dat zij zich als tijdloze verbeelding van ons eigen verlangen naar seks, drugs en rock 'n' roll kunnen handhaven. Bij The Beatles paste na tien jaar de inhoud niet meer in de vorm, maar bij The Stones zal dit probleem nimmer optreden.

Daarom is deze laatste van VPRO's Rock Movie Nights toch enigszins leerzaam. Misschien ook voor de VPRO zelf, die een nogal onevenwichtige reeks aanbood, waarin onmisbare sleutelfims in het genre zoals The Girl Can't Help It (1956), A Hard Day's Night (1964; binnenkort digitaal herwerkt in de bioscoop) en The T.A.M.I. Show (1965; met o.m. Chuck Berry, James Brown, en The Rolling Stones in oneindig veel betere doen dan in de rolprent van hedenavond) node werden gemist.