Peja verwacht herstel export naar Rusland

De Russische crisis zal langere tijd ernstige gevolgen hebben voor westerse bedrijven die daar zaken doen. Peja Export, dat de Russische industrie machines levert, verwacht dat die export zich “redelijk snel” zal herstellen.

BOXMEER, 28 AUG. Volgens directeur H. van Prooije van het handelshuis Peja Export dat al vele jaren actief is op de Oost-Europese markt, zullen met name de leveranciers van consumentengoederen “voor een jaar en misschien wel langer” de gevolgen van de Russische crisis ondervinden.

Omdat het bankverkeer met het buitenland de afgelopen dagen helemaal tot stilstand is gekomen, kunnen import-transacties niet gefinancierd worden, en zullen er geen betalingen aan het buitenland plaatsvinden. “Daardoor staat de export vanuit westerse naar Rusland landen helemaal stil”, aldus Van Prooije. Deze situatie kan volgens de directeur “nog wel enkele maanden duren”. Daarna is het nog maar te bezien of producenten van consumentenproducten - zoals bier, babyvoeding, bloemen - hun verloren terrein kunnen heroveren. “Een dollar die vier keer zo duur is, maakt het voor de Russische consument natuurlijk niet echt aantrekkelijk om buitenlandse goederen te kopen.”

Peja Export is een afsplitsing van het Arnhemse handelshuis Peja, en is sinds 1994 in handen van machinebouwer Stork. Het bedrijf in Boxmeer heeft sedert 1974 een eigen kantoor in Moskou, en exporteert machines voor de industrie naar Rusland. Peja Export heeft een omzet van “enkele tientallen miljoenen guldens”. Volgens Van Prooije zal de crisis voor bedrijven als Peja redelijk snel voorbij zijn. Op zeker moment, zo zegt hij, zullen bedrijven in het land zelf weer voor de interne markt moeten gaan produceren. “Mensen moeten toch te eten hebben. En daar hebben ze onder andere onze machines voor nodig.”

Van Prooije houdt het erop dat over drie maanden de export weer goed op gang is gekomen. De fabrieken in Rusland betalen dergelijke transacties met geld van rekeningen in het westen, waaronder in de Verenigde Staten en Cyprus. “Zo zijn we in het verleden ook al wel betaald.” De crisis zou positief kunnen uitpakken voor Russische producenten, die bij het ontbreken van buitenlandse concurrenten meer op de binnenlandse markt kunnen afzetten. “Het wordt interessanter voor de bedrijven om zelf te gaan produceren. En dat is nog een reden om onze machines aan te schaffen. Ook voor ons kan deze crisis op wat langere termijn voordelen opleveren.”

De leveranciers van consumentenartikelen zullen veel langer en zwaarder de naweeën van de crisis voelen, vreest Van Prooije. Met name bedrijven die geen eigen vestiging hebben in Rusland, en dus helemaal afhankelijk zijn van de wisselkoers, kunnen zware klappen krijgen. “Dan hebben we het toch over een periode van een jaar of langer.” Bedrijven met vestigingen in het land, zoals Nutricia, zullen minder van de crisis te lijden hebben. De olieprijs speelt volgens Van Prooije een rol van betekenis bij het oplossing van de problemen op korte termijn. “Als de komende winter de prijs van een vat olie weer naar twintig dollar gaat, dan heeft Rusland direct weer inkomsten.” Maar veel belangrijker is volgens de Peja-directeur de koerswijziging die het land op langere termijn moet volgen. “Het land wordt nog altijd geregeerd volgens de oude structuren. Er is te veel verwevenheid tussen politiek, bankwezen, media en industrie. Pas als die banden echt ontrafeld worden, zal het mogelijk zijn een gezonde economie op poten te zetten.”

Stel, zegt Van Prooije, dat ABN Amro in Nederland niet alleen een bank in handen had, maar ook een paar televisiestations en kranten, daarnaast doorslaggevende invloed in het kabinet en bovendien de zeggenschap over Hoogovens en Philips. “Ondenkbaar, natuurlijk. Maar zo is de situatie in Rusland nog altijd. Zolang daarin niets wezenlijks verandert, wordt Rusland geen echte markteconomie.”