Onttovering door overdaad; Gabriel García Márquez (1928)

Dasso Saldívar: Terug naar de oorsprong. Uit het Spaans vertaald door Francine Mendelaar en Mieke Westra. Meulenhoff, 553 blz. ƒ 59,90

Op een voorjaarsdag in 1957 hoorde Ernest Hemingway, lopend over de Parijse boulevard Saint-Michel, plotseling een stem vol bewondering roepen: 'Maestro!!' Hij groette vaag terug met een 'Adios amigo!' en liep door. Aan de overkant keek een enigszins haveloze, dertigjarige Columbiaan hem na. Zijn naam was Gabriel García Márquez en hij had kort daarvoor zijn tweede roman voltooid, De kolonel krijgt nooit post, waarin Hemingways invloed duidelijk merkbaar was. Van een ontmoeting is het daarna nooit meer gekomen. Toen García Márquez tien jaar later, bijna van de ene dag op de andere, met Honderd jaar eenzaamheid een wereldschrijver werd, was Hemingway al zes jaar dood.

In Parijs stonden ze zo ver van elkaar af als voor schrijvers maar mogelijk is. Hemingway was wereldberoemd, ruim bemiddeld en gold als een van de steunpilaren van de twintigste-eeuwse literatuur. Hij was de gearriveerde auteur, bewonderd en benijd door de bohémien aan de overkant, die op een zolderkamertje in een hotel zijn manuscripten schreef op krantenpapier en zich als nachtclubzanger in leven hield.

De mythe van de kunstenaarsloopbaan, zoals Henry Murger die honderd jaar eerder in Scènes de la vie de bohème beschreven had, leek die ochtend aan weerszijden van de boulevard Saint-Michel haar prototypen te hebben gevonden. Niet alleen in haar tegenstellingen, maar ook in haar continuïteit. Ook García Márquez zouden, na de obligate jaren van armoede en wanhoop, de roem en de rijkdom wachten. Zo diep als de kloof die hem in Parijs van Hemingway scheidde, wordt ook zijn eigen bestaan door het jaar 1967 in tweeën gedeeld.

Het eerste deel van die levensgeschiedenis is nu door de Columbiaanse journalist Dasso Saldívar beschreven in wat men een 'halve biografie' zou kunnen noemen. Het is het verhaal van een sprookjesachtige jeugd, vervolgens het harde bestaan van een journalist die langzaam rijpt als schrijver, en tenslotte een al even sprookjesachtige apotheose, wanneer het succes zich eindelijk overdonderend aandient. Aan die twee sprookjes heeft Saldívar zijn boek opgehangen, als een hangmat aan twee spijkers, diep doorzakkend in het midden. Wanneer García Márquez Hemingway in Parijs ziet lopen, is hij waarschijnlijk op het laagste punt aangekomen. 'Het bitterste en treurigste jaar van zijn leven', noemt Saldívar het.

Voor het verhaal van die bijna-ontmoeting hadden we Saldívar niet nodig gehad. García Márquez heeft het zelf verteld in zijn bundel krantencolumns De zee van mijn verloren verhalen. Saldívar ontleent veel aan datgene wat García Márquez over zijn eigen leven geschreven heeft, aangevuld met een paar gesprekken met de schrijver zelf en vele met de mensen die hem gekend hebben, waarbij hij een paar zelfgeschapen mythen in het schrijversleven kan rechtzetten. Maar in de Parijse episode is er één verschil dat tekenend is voor de manier waarop Saldívar zijn biografie heeft getoonzet. De reden waarom García Márquez Hemingway niet aansprak lag volgens hem in de 'spreekwoordelijke verlegenheid' waaraan de schrijver het hele eerste deel van zijn leven geleden heeft. García Márquez houdt het zelf wat nuchterder op onzekerheid over 'het rudimentaire Engels dat ik nog steeds spreek'.

Kunstenaarsmythe

De neiging het beeld van García Márquez te romantiseren drukt een fiks stempel op Saldívars biografie. Graag verliest hij zich in scherpe en daardoor fraai ogende tegenstellingen die tot de standaardartikelen van de romantische kunstenaarsmythe behoren: de tegenstelling tussen genie en verlegenheid, creativiteit en miskenning, armoede en geestelijke rijkdom, provinciale afkomst en wereldroem. Op dezelfde manier worden de soms banale wisselvalligheden in het schrijversleven met grote regelmaat 'beslissend' genoemd, of minstens behorend tot de belangrijkste keerpunten in zijn wordingsgeschiedenis. Saldívars neiging overal voortekenen in te zien (de claustrofobie van de schrijver kondigde zich volgens hem al aan toen hij geboren werd met de navelstreng rond zijn nek) wordt voor een deel door de opzet van het boek zelf veroorzaakt. De hele biografie is naar het verschijnen van Honderd jaar eenzaamheid toegeschreven en daar gaat onwillekeurig de suggestie van historische onvermijdelijkheid van uit.

Ter verdediging van Saldívar moet gezegd worden dat er zich in het leven van García Márquez een soort cirkelgang lijkt af te tekenen, waarin de afkomst van de schrijver tegelijk zijn roeping en levenslot geworden is. In de meeste, en zeker de beste van zijn romans onderneemt hij een reis naar zijn eigen verleden, naar de mythische wereld van zijn jeugd in het dorp Aracataca, dat in zijn boeken Macondo heet, en de wereld van zijn grootvader, een kolonel uit de Burgeroorlog van Duizend Dagen die die model zou staan voor zoveel tragische militairen in zijn oeuvre. Saldívar heeft die jeugd nauwkeurig nageplozen en het werk van García Márquez daarmee van een verhelderende achtergrond voorzien.

Daardoor weten we nu niet alleen waar de naam Macondo vandaan komt, maar ook waarom het ijs, waaraan kolonel Buendía in de eerste regel van Honderd jaar eenzaamheid staande voor het vuurpeleton moet denken, op de jonge García Márquez zo'n indruk maakte toen zijn grootvader hem er mee kennis liet maken. En we weten dat het huis dat in die roman zo'n grote rol speeld gemodelleerd is naar het huis van diezelfde grootvader, waarin García Márquez als kind opgroeide, en waarvan Saldívar een nauwkeurige reconstructie afdrukt. Verhelderend zijn ook de rol van de United Fruit Company in de Columbiaanse geschiedenis die Saldívar schetst, en die van de economische boom en daaropvolgende verloedering die zij veroorzaakte. Net als de politieke verwikkelingen van het land in de eerste decennia van deze eeuw, die niet alleen hun sporen nalieten in de imposante militairen half despoten en half verlichte hervormers in het werk van García Márquez, maar ook zijn leven lang zijn linkse politieke visie hebben bepaald.

Ook daarbij eist Saldívars gerichtheid op de afloop van het verhaal echter zijn tol. Geen persoon maakt zijn opwachting, geen gebeurtenis gaat voorbij, of hij geeft aan waar, hoe, onder welke naam en met welke varianten deze in de romans en verhalen van García Márquez zullen terugkeren. Dat is heel interessant voor wie het weten wil, maar het maakt de biografie er niet soepeler op en laat onwillekeurig de indruk achter dat al deze dingen alleen maar gebeurden om later tot literatuur te worden verwerkt. Dat doet aan de werkelijkheid niet geheel recht en aan de literatuur trouwens ook niet.

Saldívar is zich er wel van bewust dat die laatste meer is, en misschien zelfs wel iets heel anders, dan de neerslag van (jeugd)ervaringen, hoe mythisch ook. Hij doet regelmatig pogingen te beschrijven waarin het meesterschap en de techniek die van dit alles de betoverende boeken hebben gemaakt die we kennen en García Márquez de Nobelprijs brachten, gelegen zijn. Maar heel veel verder dan aan te geven welke auteurs hem achtereenvolgens hebben beïnvloed, komt hij daarin niet, en precies daar wordt het voor de literatuurliefhebber spannend. Ironisch genoeg heeft het uitpluiswerk van Saldívar eerder een omgekeerd effect. Doordat al die mythische verhalen van García Márquez door hem met beide benen op de grond en in de werkelijkheid worden teruggezet, verliezen ze onwillekeurig veel van hun fantastische gloed. De betoverende zin over het ijs waarmee Honderd jaar eenzaamheid opent wordt er een stuk normaler op, wanneer we alles weten over de ijservaringen van de jonge Gabito, zoals hij als kind werd genoemd, en zijn grootvader. Hetzelfde gebeurt met de betoverende intrige van de Kroniek van een aangekondigde dood, wanneer we het gegeven daarvan door Saldívar nauwkeurig gereconstrueerd zien als een moord uit eerwraak die in januari 1951 het plaatsje Sucre, waar de familie García Márquez op dat moment woonde, in consternatie bracht.

Castro

Dat laat de lezer (minstens de Europese lezer) met een eigenaardig dilemma achter. Zijn de boeken van García Márquez wel zo 'magisch' als wij denken? Zijn ze eigenlijk niet veel realistischer, zodra ze gelezen worden tegen de achtergrond van de geschiedenis en werkelijkheid waaruit ze zijn voortgekomen? García Márquez heeft bij herhaling het etiket van magisch-realistische schrijver afgewezen, al mocht ook hij wel eens koketteren met al het ongelooflijks en betoverends dat zich in zijn wereld bijna vanzelf dag na dag aaneenreeg.

Die vraag wordt door de halve biografie van Saldívar niet opgelost, zoals ook de tweede vraag waarop men van een biografie een antwoord zou verwachten open blijft: die naar de vriendschap tussen García Márquez en Fidel Castro en zijn houding tegenover het Cubaanse bewind. Ook dat gemis hangt samen met de opzet van het boek. Hoewel die vriendschap van voor het verschijnen van Honderd jaar eenzaamheid dateert en García Márquez zelfs twee jaar op Cuba heeft gewerkt voor het persagentschap Prensa latina, ging het politiek pas na die tijd werkelijk spannen. Wel laat Saldívar zien dat García Márquez de communistische wending van het bewind al in het begin van de jaren zestig met lede ogen aanzag en tijdens zijn eerste bezoek aan het eiland geschokt was door het voorgekookte proces tegen een van Batista's handlangers dat hij moest verslaan. Maar Castro lijkt hij daar nooit verantwoordelijk voor te hebben gehouden en hoe hij een en ander met elkaar rijmde moet ook Saldívar op de laatste bladzijden van zijn boek in het ongewisse laten.

Probleemloos is deze biografie dus niet, al leest ze vlot weg en komt men er over de achtergronden van het werk van García Márquez veel in te weten. De grootste verdienste ervan is misschien wel dat ze zich, ondanks de 'ontmythologisering' die zich af en toe opdringt, niet over het werk heenlegt of dat verdringt, maar de onweerstaanbare neiging oproept Honderd jaar eenzaamheid te herlezen, en in het kielzog daarvan de rest van het oeuvre. Want daarom is het een schrijversleven toch in de eerste plaats te doen.