Ò-oo, de Teletubbies; Kinderprogramma voor Nederlandse tv aangepast

Teletubbies, Nederlandstalig vanaf 1 september elke werkdag op TV2 om 10 en 16 uur. Op BBC 2 zijn de Engelstalige Teletubbies elke ochtend om 8 u te zien.

Ze zijn populairder dan de Spice Girls, de vier dansende, springende en spelende knuffels uit Engeland die vanaf volgende week woensdag op de Nederlandse televisie te zien zijn. Kinderen vanaf een jaar of twee kijken in Engeland al twee jaar lang graag naar de Teletubbies, vier levensgrote knuffels met een televisieschermpje in hun buik, die elke ochtend op de Britse televisie avonturen beleven. Maar ook oudere kinderen en volwassenen zijn gek op Tinky Winky, Dipsy, Laa Laa en Po, zoals de paarse, groene, gele en rode Teletubby heten. Toen de plaat met de herkenningsmelodie van hun programma uitkwam, stond die in Engeland meteen bovenaan de hitlijst, en er werden meer Teletubby-platen dan Spice Girls-singles verkocht.

Teletubby betekent zoiets als televisie-dikkertje. Eigenlijk zijn het dikke knuffels, dik als een tobbe (tubby) met een beeldscherm in hun buik. Ze wonen in een groen parkachtig land, Teletubbie-land, vol bloemen en echte konijnen. Daar spelen ze met een bal, steppen ze, of doen verstoppertje. Als een grote windmolen begint te draaien en een soort toverstof over Teletubby-land laat neerdalen, krijgt een van de Teletubbies een filmpje op zijn buik te zien, tot grote vreugde van zijn vriendjes. Op die filmpjes zien we altijd kinderen uit de 'echte wereld': we zien ze helpen in de boerderij van hun vader, spelen met hun katten, liedjes zingen en springen op straat. De kinderen vertellen daar ook bij: zij zijn de commentatoren. Het zijn korte filmpjes, een minuut of twee, drie. Maar zodra ze afgelopen zijn zie je het filmpje nog een keer. Dat vinden niet alleen de Teletubbies leuk ('Nog een keer', roepen ze, of de Britse 'Again'), maar ook de twee- en drie jarigen, voor wie het televisieprogramma bedoeld is.

Er worden haast geen televisieprogramma's voor peuters gemaakt: ze zijn een moeilijk publiek. Een van de weinige uitzonderingen vormt het Belgische kleuterprogramma Tik Tak, dat elke dag te zien is. Dat is een programma van een paar minuten, met leuke animaties, springende blokjes, een plaatje van een dier en wat beelden van spelende kinderen. Er wordt niet in gesproken, en kleine kleuters vinden Tik Tak leuk. Eigenlijk vullen de Teletubbies het gat tussen Tik Tak en Sesamstraat. Die kinderserie met poppen als Bert en Ernie en Kermit de Kikker, is voor kinderen die al bijna naar school gaan, en leren tellen en rekenen.

De Teletubbies kletsen je niet de oren van het hoofd zoals Ernie of Kermit de Kikker. En ze zwijgen ook niet, zoals de poppetjes in Tik Tak. Teletubbies brabbelen, ze praten in een soort babytaaltje, met grappige stemmetjes. Ze praten elkaar na. Bal! zeggen ze allemaal, als Laa Laa haar lievelingsspeelgoed, een bal te voorschijn haalt. En als er iets mis gaat, als een Teletubby-broodje op de grond valt, dan zeggen ze allemaal in koor: ò-oo!

Alle Teletubbies hebben hun favoriete ding. Tinky Winky, de grootste paarse Teletubby, met een driehoeksantenne op zijn hoofd, loopt graag rond met een damestas. Dipsy, de op een na grootste, groene Teletubby, met een rechte antenne, draagt graag een grote hoed. Laa Laa, de gele, met een gekrulde-varkenstaart-antenne op haar hoofd, speelt het liefst met een bal. En Po, de kleinste, rood met een ronde antenne, heeft een soort stepje of scootertje waarmee hij graag over de heuvels in Teletubby-land crosst. (Volgens de maakster van de serie, Anne Wood, worden de opnames echt buiten gemaakt, in een geheim park in het midden van Engeland, Warwickshire. Daar is ook de zogenaamde Huisheuvel gemaakt, waar de Teletubbies wonen.)

Ze brabbelen, huppelen, spelen en zingen de hele uitzending van een half uur steeds door het beeld, de Teletubbies. Ze bekijken niet alleen graag de filmpjes op hun buik, maar ook de wonderlijke computeranimaties die soms zo maar op hun land te zien zijn. Dan lijkt het bijvoorbeeld ineens zomaar of er een grote stoomboten langsvaren, alsof ze op zee zijn. Of er komt een soort telefoon uit de grond, een spreekbuis, waardoor stemmen klinken die iets vertellen of vragen aan de Teletubbies. Ze hebben vooral plezier in hun wereld, net als de stralende zon boven hun land, waarin een nieuwsgierige, vrolijk lachende baby te zien is, die het soms uitkraait van de pret.

Er zijn in Engeland volwassenen die boos zijn op de makers van de Teletubbies: ze vinden dat het een programma is dat kleuters dom maakt - de kinderen leren er te weinig van. Ze vinden dat kleuters niet naar zulke programma's kijken mogen. Maar de makers van Teletubbies zeggen juist dat kleine kinderen wel wat opsteken van tv kijken, en speciaal van Teletubbies. Kinderen moeten in de eerste plaats plezier hebben, en nieuwsgierig gemaakt worden. De makers van Teletubbies zorgen steeds dat twee, drie en vierjarigen vooraf de uitzendingen zien, en kiezen wat de kinderen zelf (dus niet de volwassenen) het leukst vinden. Vandaar dat de Teletubbies ook zo veel succes bij kleine kinderen heeft. Ze kijken nieuwsgierig, soms geven ze zelf commentaar op wat er te zien is - en dat is precies wat de makers van Teletubbies willen. Ze zeggen dat kleine kinderen beter leren praten als ze veel horen van het baby-achtig brabbeltaaltje dat de Teletubbies spreken. En als ze uitgedaagd worden zelf mee te springen en babbelen met de tv-uitzending. Dat vinden ze bij de Nederlandse onderwijstelevisie (Teleac/NOT) ook, en daarom zijn de Teletubbies volgende week ook elke weekdag in het Nederlands te zien. Er komen ook speciale peuter-voorleesboekjes over de Teletubbies. Zodat kleine Teletubby-kijkertjes straks ook lezertjes worden. En er komt een speciale Teletubbies- website op internet.