Laatste Mondriaan komt naar Nederland

ROTTERDAM, 28 AUG. De Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit heeft vandaag voor ruim tachtig miljoen gulden Victory Boogie Woogie, het laatste en onvoltooide schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944), verworven. Niet eerder heeft een Nederlandse particuliere stichting noch de Nederlandse staat voor een enkel kunstwerk zo'n hoog bedrag neergeteld.

Vanaf 1988 was dit legendarische doek in het bezit van de Amerikaanse particuliere verzamelaar Samuel I. Newhouse, die het in zijn New-Yorkse woonhuis had hangen. Nederlandse relaties hebben Newhouse overgehaald er afstand van te doen. Daarmee behoort de Victory nu samen met Het Portret van Dr. Gachet, De Irissen en De Zonnebloemen, alle van Vincent van Gogh, tot de kostbaarste, modernistische schilderijen ter wereld - voor zover recent verhandeld.

Vanmorgen is het kwetsbare kunstwerk op Schiphol aangekomen en maandag zal het voor media en genodigden even te zien zijn in het Haags Gemeentemuseum. Vanaf 29 oktober, de dag waarop ditzelfde museum na een uitbreiding en zeer grondige restauratie van exterieur en interieur weer opengaat voor het publiek, hangt het er voorgoed op zaal.

De Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, vorig jaar opgericht door de Vereniging Rembrandt, kreeg twee weken geleden 110 miljoen gulden toegezegd van De Nederlandsche Bank. Uit deze schenking is de 'nieuwe' Mondriaan gefinancierd. Het bedrag, afkomstig uit de winst van de bank in 1998, zou normaliter aan de reserves van de bank worden toegevoegd. Met de bijdrage aan het fonds, bestemd voor uitzonderlijke museale kunstaankopen, wilde de bank vlak voor het verdwijnen van de gulden en de komst van de euro, een gebaar naar de Nederlandse samenleving maken.

De Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit zal zijn eerste, en misschien grootste aanwinst ooit, binnenkort in eigendom overdragen aan de Nederlandse staat. Deze zal het op zijn beurt in permanent bruikleen afstaan aan het Haags Gemeentemuseum, waar straks vier zalen met Mondriaans werk zullen zijn ingericht.

Victory Boogie Woogie behoort, volgens vooraanstaande Nederlandse kunsthistorici tot 'die paar Europese schilderijen waarvan de roem vrijwel universeel is'. Het is “een creatie, ontstaan in de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog, als een triomferend antwoord op deze oorlog”, aldus een tiental Nederlandse museumdirecteuren die eerder dit jaar gezamenlijk een vurig pleidooi voor aankoop opstelden.

Pagina 8: Victory, symbool van vreugde

De museumdirecteuren plaatsen dit werk tussen 'equivalenten' als de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, de Nachtwacht van Rembrandt en de Guernica van Picasso. “Zoals de Guernica van Picasso hét beeld is geworden van geweld en oorlogsslachtoffers in de twintigste eeuw, zo is Victory Boogie Woogie van Mondriaan hét beeld van de overwinning van levensvreugde en vrijheid”, aldus Hans Locher, directeur van het Haags Gemeentemuseum. Gisteren verzorgde hij samen met J.M. Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt en initiator van de aankoop, de overdracht van het doek in New York.

Eigenlijk hoort de ruitvormige Victory (1944) niet tussen deze schilderkunstige, Europese sleutelstukken thuis. Mondriaan mag dan in Parijs en Londen al aan dit genre abstracte schilderijen zijn begonnen, dit specifieke doek - 127 bij 127 centimeter, een gekanteld vierkant met een verticale as van 179 cm - kwam tussen 1942 en 1944 volledig in New York tot stand, waar Mondriaan zich in 1940 had gevestigd. Ook de titel verwijst naar zoiets uitgesproken Amerikaans als destijds de boogie woogie, een instrumentale, snellere uitvoeringsvorm van de blues, die voornamelijk op piano gespeeld wordt. “In echte boogie woogie”, aldus Mondriaan in een interview in 1944, “zie ik een strekking die aan de mijne verwant is: destructie der melodie, opbouw door voortdurende tegenstelling van pure uitdrukkingsmiddelen. Dynamisch ritme.” Een plaat met de charleston kon je trouwens in het atelier eveneens bij de draaitafel zien liggen.

De nu verworven Victory-compositie werd opgezet met gekleurde stukken papieren kleefband, waarvan nog steeds fragmenten op het doek aanwezig zijn. Gaandeweg het schilderen in olieverf veranderde de recht-toe-recht-aan opbouw in een lossere ritmiek van beweeglijk ogende blokjes in geel, blauw en rood, die als in een stratenplan door verticale en horizontale lijnen elkaar kruisen of juist samen optrekken. Pas in tweede instantie is deze zo kenmerkende, vibrerende samenhang tussen alle beeldelementen ontstaan. Negen maanden lang werkte Mondriaan aan de eerste versie. Hij verklaarde die voltooid, maar brak het doek daarna toch weer open door er onder meer nieuwe, kortere stukjes tape op te plakken. Ondanks de ernstige longontsteking waaraan hij inmiddels leed en die hem fataal zou worden, werkte Mondriaan koortsachtig aan een herziene Victory. Een week later, op 1 februari 1944, overleed hij.

Dat deze aanwinst in Den Haag komt te hangen, houdt verband met de daar al aanwezige, omvangrijke Mondriaan-verzameling die nergens ter wereld geëvenaard wordt. Omdat in Nederland de Boogie Woogie-schilderijen volledig ontbreken - de werken werden destijds in Amerika verkocht - is deze aankoop eens temeer van groot belang.

De Amerikaanse verzamelaarster E. Hall-Trimaine was de eerste die het schilderij kort na Mondriaans dood aankocht. In 1946 stelde Willem Sandberg het in het Stedelijk Museum tentoon samen twee andere Boogie Woogie-doeken uit de VS. In 1988 kocht Newhouse het na Trimaine's dood van haar erfgenamen. De 70-jarige 'Si' (Samuel I.) Newhouse, die nog steeds elke ochtend om vijf uur op kantoor achter zijn bureau is te vinden, leidt samen met zijn broer Advance Publications, een kranten- en uitgeversimperium. Oprichter was hun vader Samuel Newhouse, een Oosteuropese immigrant die de Bayonne Times in New Jersey leidde en die later een krant in Staten Island, een van de vijf New-Yorkse wijken, overnam. Die krant heette Staten Island Advance. En die zou de naamgever worden en de basis vormen van het huidige concern, dat in 1959 al het uitgeversimperium Condé Nast had ingelijfd. Onder Advance Publications ressorteren nu tientallen kranten, kabelbezittingen en vijftien tijdschriften, waaronder Vanity Fair, The New Yorker en Vogue. Onlangs werd de literaire wereld opgeschrikt door de verkoop van Random House, eveneens onderdeel van Advance, aan het Duitse uitgeversconcern Bertelsmann. Overigens bezit Si Newhouse veel meer, 20ste-eeuwse kunstwerken, die hij heeft ondergebracht in zijn onlangs museaal verbouwde, dubbele woonhuis in New York. Dit jaar kocht hij nog een doek van Jasper Johns voor acht miljoen gulden.

Op de vraag of er niet te veel voor deze Mondriaan is betaald, zegt Joop Joosten, die na 25 jaar onderzoek deze zomer de catalogue raisonné van Mondriaan publiceerde: “Ik kan het niet beoordelen. Dergelijke hoge bedragen vallen buiten mijn gezichtsveld. Mondriaan is de grootste, Nederlandse schilder van deze eeuw en internationaal gezien behoort hij tot de kleine groep van toonaangevende, 20ste-eeuwse kunstenaars. Als Nederland daar trots op wil zijn, ja, dan moet die prijs maar betaald worden. Dit land zal er niet aan failliet gaan. Het zou mooier èn voordeliger zijn geweest als men destijds afspraken had gemaakt met de toenmalige eigenaresse, mevrouw Hall-Trimaine, om het na haar dood te kunnen verwerven. Dat is niet gebeurd. Zand erover. Over vroeger gedane, dure aankopen praat je ook niet meer.”