Kink in de kabel

DE AMERIKAANSE nieuwszender CNN blijft toch nog een paar dagen te zien op de Amsterdamse kabel, terwijl wordt bekeken of een nadere regeling mogelijk is.

Dit vormt de schrale uitkomst van een week koortsachtig overleg. De adempauze is symptomatisch voor een patstelling waarin de hele Nederlandse kabeltelevisie is beland. In Amsterdam is de crisis geforceerd, maar de conflictstof ligt ook elders in het land opgeslagen. Typerend is de wirwar van gesprekspartners - kabelexploitant, gemeente, programmaraad, aanbieder en niet te vergeten de burgers en consumenten - over die ene nieuwszender. Om nog maar te zwijgen van de mogelijke scheidsrechters: de nieuwe mededingingsautoriteit NMA, de onafhankelijke post- en telecommunicatie-autoriteit OPTA en natuurlijk altijd nog de gewone rechter. En wie weet zal het Commissariaat voor de media zich ook nog roeren.

DRIE JAAR GELEDEN deed Amsterdam zijn kabelnet - een van de grootste in Europa - voor een mooie prijs over aan een particulier consortium. In het verkoopcontract bedong de gemeente dat het kabelabonnement tien jaar lang niet duurder mocht worden. Toch dreigen de Amsterdamse kabelabonnees de boot te missen. Tot verontwaardiging van menige jeugdige kijker ging al de popzender MTV op zwart en nu dreigt dan hetzelfde met het gerenommeerde nieuwskanaal CNN. Discovery en Eurosport waren al voorgegaan en de HMG (RTL 4 en 5 plus Veronica) strijdt nog over verdere kabeldoorgifte. De reden is eenvoudig: aanbieders passen voor de entreegelden die de kabelexploitant berekent. Laat staan dat deze zelf een vergoeding betaalt, zoals Discovery vraagt. De exploitant zegt wel gedwongen te zijn tot het in rekening brengen van forse entreeprijzen, zeker voor commerciële aanbieders, omdat het abonnementsgeld is bevroren. Dat ligt in Amsterdam toch al onder het landelijk gemiddelde.

HAD DE GEMEENTE het net dan niet van de hand moeten doen? Zo eenvoudig is het helaas niet. De kabelnetten zijn oorspronkelijk aangelegd voor het doorgeven van omroepprogramma's maar hebben veel meer mogelijkheden: van interactieve diensten tot telefonie en Internet. Dit vergt investeringsbeslissingen die de mogelijkheden van lokale overheden, of zelfs van de nutsbedrijven die zich als opvolgers hebben geprofileerd, ver te boven gaan. De kabel vergt een volwassen economische exploitatie. Dit is na de nodige strubbelingen ook erkend in een duale liberalisering van de telecommunicatiewetgeving en de Mediawet. Maar er is een kink in de kabel. Op grond van de historische ontwikkeling is de kabel een plaatselijk monopolie. De liberaliseringswet legt dan ook een dubbele bodem in de markt: de kabel blijft verplicht een billijk basispakket van vijftien zenders aan te bieden en de programmaraad krijgt een wettelijke status.

BEIDE WAARBORGEN dienen met een fikse korrel zout te worden genomen. “Voordat de programmaraad een echte consumentenorganisatie is, moet er nog veel gebeuren”, verklaarden twee Amsterdamse raadsleden in 1996 eerlijk in Het Parool. Dat de Consumentenbond in het Amsterdamse conflict heeft geïntervenieerd, tekent de situatie. Een programmaraad kan met name geen commerciële afwegingen maken en staat formeel dus machteloos tegenover een patstelling als die in het geval van CNN. In feite is zo'n raad een kloon van de gemeenteraad. Daarbij is de principiële vraag gerechtvaardigd of het een politiek orgaan past zich, zelfs op afstand, met de inhoud van de kabel te bemoeien.

De omvang van het standaardpakket vormt verder geen waarborg voor de inhoud. Wettelijk is alleen de doorgifte van de Nederlandstalige zenders een harde verplichting. De vorige staatssecretaris, Nuis, die de liberalisering van de Mediawet doorvoerde, onderkende zelf al het risico dat het nieuwe kabelregime leidt tot “meer betalen voor hetzelfde”. Een commissaris voor de media maakte de aftelsom af: “Hetzelfde betalen voor minder” of zelfs “meer betalen voor minder”. KERN VAN DE ZAAK blijft de combinatie van het feitelijk kabelmonopolie en de omstandigheid dat de doorgifte van geluid en beeld - zoals omroep - “nog geruime tijd de core bussiness van de kabelexploitatie zal uitmaken”, zoals het jongste jaarverslag van de vereniging van kabelexploitanten VECAI opmerkt. Dat maakt enige overheidsondersteuning voor de vrijheid van kabelontvangst voorlopig onontbeerlijk. De overheid heeft in het verleden de kabel aan de burger opgedrongen met behulp van het verbod op antennes en concurrentie afgeknepen door exclusieve machtigingen voor gemeenten. Na België heeft Nederland de grootste kabeldichtheid van Europa (88 procent). Het alternatief van de schotel is op één na het laagste (5 procent). Dat schept verplichtingen.

De uiteindelijke oplossing is duidelijk: meer keuze voor de consument. De moderne kabeltechniek schept daarvoor mogelijkheden in de vorm van een digitale decoder om per kabelaansluiting af te rekenen. De kosten daarvan behoren niet alsnog te worden afgewenteld op de kabelabonnee. Wat de Amsterdamse gemeenteraad werkelijk valt aan te rekenen is niet dat hij het kabelnet heeft verkocht, maar dat hij niet een deel van de opbrengst heeft gereserveerd voor individuele decoders. Die omissie valt goed te maken.