Jonge politici stoeien om subsidie

Een wetswijziging voor subsidiëring aan politieke partijen heeft verregaande gevolgen voor de politieke jongerenorganisaties.

DEN HAAG, 28 AUG. Bij het opstellen van hun begrotingen voor 1999 zijn vier jongerenorganisaties van politieke partijen tot een onaangename ontdekking gekomen. Binnenkort ontvangen zij hun subsidie van de overheid volgens een nieuwe verdeelsleutel - op basis van hun ledental en de grootte van de moederpartij - en dat leidt tot financiële problemen.

De huidige subsidieverstrekking gebeurt op basis van “tamelijk ondoorgrondelijke criteria”, zoals een aantal jongeren-voorzitters dat formuleert. Het zetelaantal van de huidige Kamerfractie telt mee, maar ook de parlementaire geschiedenis van de partij. Hoe langer de 'moederpartij' een plaatsje in het parlementaire bestel heeft, des te meer geld krijgen de jongeren van die partijen.

Het nieuwe stelsel is eenduidiger. In totaal krijgen de politieke jongerenorganisaties (PJO's) komend jaar 1,45 miljoen gulden te besteden. Daarvan wordt de helft verdeeld op basis van de 145 zetels die hun moederpartijen in de Kamer hebben. De SP (vijf zetels) heeft geen jongerenpartij en telt derhalve niet mee voor het aantal zetels. Daarnaast krijgen de PJO's voor ieder lid ongeveer 55 gulden.

Van de jongeren van de coalitiepartijen gaan vooral de Jonge Democraten er flink op achteruit. D66 verloor bij de verkiezingen in mei 10 van de 24 zetels. Volgens voorzitter Joost Boermans heeft dat verstrekkende gevolgen. “We zullen minder kunnen doen aan ledenwerving, scholing en vorming, terwijl we juist subsidie krijgen om jongeren bij de politiek te betrekken.”

Bij de JOVD zijn hele andere geluiden te horen. De jonge liberalen gaan er dan ook dik 30.000 gulden op vooruit. “Prima systeem”, zegt voorzitter Robin Bremekamp desgevraagd. Ook bij de Jonge Socialisten (JS) zijn ze niet ontevreden, hun subsidie blijft nagenoeg gelijk. Volgens Ramadan was een oude methode, waarbij subsidies werden verstrekt op basis van prestaties, de meest rechtvaardige. Voordat in 1996 de huidige subsidieregeling politieke jongerenorganisaties inging, hanteerde het ministerie van Welzijn (VWS) een soort bonus-malus-systeem. Hoe meer de PJO's organiseerden, des te meer subsidie ze kregen. “Dat is helaas niet meer zo”, zegt Ramadan. “Bij Binnenlandse Zaken (het ministerie dat nu de verantwoordelijkheid voor de subsidies draagt, red.) willen ze gewoon een paar variabelen invoeren en dan de subsidiebedragen uit de computer zien rollen. Dat is nou de terugtredende overheid.”

Bij het CDJA zijn ze evenmin gelukkig. “We worden zo afhankelijk gemaakt van de moederpartij”, zegt penningmeester Rutger Jan Hebben. “Iedere schommeling in zeteltal betekent dat wij de begroting moeten aanpassen. De verschillen lopen schoksgewijs in de tienduizenden guldens en dat is heel moeilijk om mee te werken.”

De nieuwe regeling valt binnen de wet Subsidiëring Politieke Partijen die op 1 september in de Eerste Kamer wordt behandeld. Voor twee van de drie klein-christelijke partijen levert de verandering een ware inkomenssprong op. De christelijke organisaties hebben traditioneel veel leden. De SGPJ bijvoorbeeld krijgt, met slechts drie zetels in de Kamer, ruim 244.000 gulden te verdelen, hetgeen nagenoeg geheel te danken is aan het ledental van ruim 4.100.

De subsidie voor Dwars, de jongeren van GroenLinks, gaat er zo'n 6.000 gulden op achteruit, maar deze organisatie heeft daarbij ook nog een groter probleem. De overheid claimt nog 1,5 ton van Dwars, omdat zij in 1995 niet aan alle noodzakelijke voorwaarden voor een subsidie zou hebben voldaan.

Opmerkelijk genoeg worden de Jonge Democraten - de jongeren van D66 dus - mede verantwoordelijk gesteld voor het falen van Dwars. Dit is het gevolg van een oude, inmiddels vervallen afspraak. Om organisatorische redenen hebben de Jonge Democraten op verzoek van het ministerie gedurende vier maanden in 1995 de subsidies over alle partijen verdeeld. Daarna is die rol overgenomen door een toen opgericht overkoepelend orgaan van penningmeesters. JD-voorzitter Boermans: “De overheid houdt willens en wetens vast aan de verkeerde gesprekspartner.” Het ministerie van VWS stelt echter dat een fout die in 1995 is begaan ook met de verantwoordelijke uit 1995 moet worden afgehandeld. En dat waren toen de Jonge Democraten, aldus het ministerie.

Als volgende week de penningmeesters van de PJO's bij elkaar komen zal over de nalatigheid van Dwars een hartig woordje gesproken worden. Ook wordt dan serieus gepraat over de ledenaantallen en de hoogte van de subsidies. En dan wordt het schrapen of feesten.