Hevige voedselrellen op Java en Sumatra

JAKARTA, 28 AUG. Op verschillende plaatsen in Indonesië zijn de afgelopen dagen voedselrellen uitgebroken. Bij een aanval van een menigte op een kantoor van een staatsplantage voor palmolie in de buurt van Medan, de hoofdstad van Noord-Sumatra, heeft de politie een man doodgeschoten. Ten minste vier anderen raakten gewond. Autoriteiten hebben gezegd dat er met scherp zal worden geschoten op plunderaars.

Afgelopen woensdag plunderde een menigte van ongeveer tweeduizend mensen, onder wie vrouwen, kinderen en bejaarden, vier rijstpellerijen in Bondowoso, Oost-Java. De menigte stal ook bakolie en eieren van een plaatselijke markt. Aanleiding voor de plunderingen is de verdubbeling van de rijstprijs in de afgelopen twee weken: de prijs steeg van 2.000 roepia naar 4.000 roepia per kilo (van 30 naar 60 cent). In het betrokken gebied staat 4.000 roepia gelijk aan een dagloon. Getuigen schatten dat woensdag meer dan 100 ton rijst, zeseneenhalve ton koffiebonen, 125 zakken cement en meer dan 100 vaten kerosine (brandstof gebruikt om mee te koken) werd gestolen. “De menigte negeerde waarschuwingsschoten van politietroepen. Pas toen er met traangas en rubberkogels werd geschoten, verspreidden de mensen zich”, aldus een getuige. Uiteindelijk werden veertig mensen gearresteerd. Toen gisteren nieuwe menigten zich bij het politiebureau verzamelden, gebruikte de politie de wapenstok om de mensen te verspreiden.

In het bij Medan gelegen dorp Deli Serdang viel gisteren een dode en raakten vier mensen gewond toen de politie het vuur opende op een menigte van enige honderden mensen, die uit protest tegen de arrestatie van drie dorpsgenoten, afgelopen woensdag, het kantoor van een palmolieplantage aanvielen. Sommigen waren gewapend met molotovcocktails en kapmessen.

Uit onvrede over de aanstelling van een nieuwe gouverneur bestormden duizenden mensen het gebouw van het streekparlement op het eiland Lombok. Woensdag gebeurde hetzelfde met het kantoor van de provinciale gouverneur in de Zuid-Sumatraanse stad Teluk Betung.

Volgens het dagblad Merdeka gooiden duizenden mensen de ruiten van het kantoor in. Er vielen geen gewonden. De reden voor de aanval in Teluk Betung was ontevredenheid over het negeren door bestuursambtenaren van klachten van de bevolking over illegale landonteigeningen. Ook eisten demonstranten de berechting van oud-president Soeharto en verlaging van de kosten van eerste levensbehoeften.

Volgens agronoom H.S. Dillon is het geweld “het resultaat van de diepe wanhoop onder de boeren”. Behalve door de stijging van de voedselprijzen is de situatie volgens Dillon op het platteland ook verergerd door de terugkeer van werkloze arbeiders uit de grote steden, met name uit Jakarta.