Het nieuwe seizoen van Toneelgroep Amsterdam; Een repertoire hangt af van toeval

De Toneelgroep Amsterdam waagt zich voor het eerst op het grote podium van het Muziektheater in Amsterdam, met een voorstelling gebaseerd op de sonnetten van Shakespeare. Ook staat een nieuw stuk van Wim T. Schippers op het programma. Hoe komt een toneelseizoen tot stand?

“Een repertoire samenstellen,” zegt Gerardjan Rijnders, artistiek leider van de Toneelgroep Amsterdam, “is voor een groot deel gebaseerd op toeval, op mogelijkheden en praktische eisen. Het wordt minder ingegeven door heilige principes en idealen dan je misschien zou denken. Je houdt rekening met de beschikbaarheid van mensen, met zalen die je moet bespelen en met het feit dat je aan de zogenaamde 15 procents-norm moet zien te voldoen: per jaar moet je zo'n 15 procent eigen inkomsten genereren uit de producties en dus probeer je te bedenken waar het publiek graag op afkomt. Het is vaak niet een kwestie van de wereldliteratuur afstruinen. Dat doen we ook wel, maar in onze vrije tijd.”

“Ons belangrijkste criterium is het ensemble. Wij zijn een gezelschap met 25 vaste acteurs die je allemaal ongeveer een evenredig aandeel in de voorstellingen wilt geven. Wat ons onderscheidt van andere gezelschappen is dat wij met zoveel mensen grootschalige producties kunnen uitbrengen die niemand anders maakt.”

Het vrijwel voltallige gezelschap zal zich vanaf 9 januari acht keer presenteren op door hen nog niet eerder betreden terrein: het Amsterdamse Muziektheater. Dark Lady zal de voorstelling heten en is, alleen al wegens het indrukwekkend aantal acteurs dat meewerkt, de meest in het oog springende productie die Toneelgroep Amsterdam dit seizoen uitbrengt. Samen met een voor de gelegenheid gevormd strijkersensemble, de zangers Romain Bischoff en Elena Vink, violiste Sonja van Beek en pianist Gerard Bouwhuis geven zij een door hun huiscomponist Boudewijn Tarenskeen gecomponeerde muzikale interpretatie van sonnetten van Shakespeare, aangevuld met teksten van regisseur Gerardjan Rijnders.

“Zo'n twee, drie jaar geleden kwam Het Muziektheater met het verzoek of wij iets wilden doen”, zegt Gerardjan Rijnders in het kantoor van Toneelgroep Amsterdam. “Het is niet zo dat ik wakker lig van verlangen om een opera te regisseren. Maar de mogelijkheid iets met die enorme ruimte te doen en te zien hoe je die kunt vullen sprak me aan.

“Het was duidelijk dat het een combinatie van muziektheater en montagevoorstelling zou worden want voor een toneelstuk is die zaal volstrekt ongeschikt. Toen ik op zoek ging naar een thema kwam ik uit bij Shakespeares sonnetten. Het zijn rijke Elizabethaanse teksten die bij mij meteen visioenen oproepen van de aankleding door Rien Bekkers. Ik heb gevraagd of Boudewijn Tarenskeen op basis van een selectie van de sonnetten iets wilde componeren voor een zanger, een zangeres en een violist en intussen had ik tijd teksten voor de acteurs te schrijven. Het thema - de driehoeksverhouding tussen een dichter, een jongeman en een vrouw, de Dark Lady - werd voor een deel ingegeven door de sonnetten en voor een deel hebben we dat al pratend ontwikkeld. De acteurs zullen ook Shakespeareteksten zeggen, maar wat ik precies ga doen zie ik nu nog niet voor me, dat moet blijken tijdens de repetities, die beginnen in november.”

Hoewel er dit seizoen acht nieuwe voorstellingen op het repertoire van Toneelgroep Amsterdam staan - naast zes eerder uitgebrachte producties die vanaf eind augustus tot november in reprise zullen gaan - is Dark Lady opvallend genoeg Rijnders' enige regie in Amsterdam.

Gerardjan Rijnders: “Normaal regisseer ik in een seizoen zo'n drie producties. Nu begin ik binnenkort in Berlijn omdat er een uitwisseling is met het Deutsches Theater. In de periode dat ik daar Penthesilea van Heinrich von Kleist regisseer, komt regisseur Jürgen Gosch hier om Bacchanten van Euripides te ensceneren. Het was zijn voorstel om dat stuk te doen. Hij kent de acteurs omdat hij hier al twee keer eerder is geweest. Daarna kom ik terug voor Dark Lady.”

Regisseur Titus Muizelaar zal dit seizoen, omdat de programmering niet meer ruimte bood, slechts één productie bij Toneelgroep Amsterdam uitbrengen: zijn 'lievelingsstuk' Oom Wanja van Tsjechov. Muizelaar: “Toen ik nog bij Maatschappij Discordia werkte heb ik eens in dat stuk de rol van Astrow gespeeld. Alleen al daarom is het me dierbaar. Het is een van de veertig tot zestig stukken die ik graag eens zou willen regisseren. Dat lijstje sluimert ergens en soms komt er ineens iets naar boven.

Bonnard

“Toen ik twee jaar geleden Pierre Bokma en Lineke Rijxman in Ashes to ashes van Pinter regisseerde dacht ik: met hen wil ik Oom Wanja doen. Een vormidee kreeg ik in Londen bij een tentoonstelling van Bonnard. Zijn impressionisme komt overeen met het beeld dat ik van Tsjechov heb. Ik zie in zijn stukken niet de gebruikelijke lopende verhaaltjes, maar flarden, impressies van hoe iets zou kunnen zijn. Door Bonnard kwam ik op het idee eens te proberen dat verhalende in details uit elkaar te trekken. Tsjechov verlangt volgens mij een bijna niet-psychologische benadering, die door de toeschouwer overigens wel als psychologisch wordt ervaren.”

Titus Muizelaar en Gerardjan Rijnders zijn beiden artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam. Samen met de dramaturgen Janine Brogt, Dirkje Houtman en Laura Minderhoud en decorontwerper Paul Gallis vormen zij de artistieke staf van het gezelschap.

De eerste voorstelling die zij dit seizoen presenteren (première op 13 november) heet Closer en is van de hand van de jonge Britse auteur Patrick Marber. Het was acteur Kees Hulst die de artistieke raad het idee voorlegde televisieregisseur Marc Nelissen, met wie hij veel heeft gewerkt, te vragen een gastregie te komen doen. Vervolgens stelde Nelissen na een bezoek aan Londen voor Closer te ensceneren. Ook Kalydon later dit seizoen is een verzoek van acteurs: Hajo Bruins en Hein van der Heijden, een duo dat binnen Toneelgroep Amsterdam op feesten en partijen een reputatie heeft opgebouwd met liedjes en sketches, maken een eigen voorstelling.

Voor Bad Angel, een aan Dark Lady gekoppelde en gelijktijdig in januari uitgebrachte jongerenvoorstelling gebaseerd op Love's Labour's Lost van Shakespeare, is de twee jaar geleden afgestudeerde regisseuse Marije Gubbels aangetrokken naast toneelschrijfster Esther Gerritsen die de bewerking op zich neemt. Zonder titel tenslotte komt aan het eind van het seizoen uit en is een voor Toneelgroep Amsterdam geschreven nieuwe komedie van Wim T. Schippers.

Dramaturge Janine Brogt: “Bij de samenstelling van het repertoire houden we er rekening mee dat er in ieder geval een paar grote zaalproducties bij moeten zijn waar we mee op reis gaan. Die moeten we ruim van te voren vastleggen omdat je te maken hebt met de programmering van andere schouwburgen. Daarnaast proberen we altijd ruimte open te laten voor interessante initiatieven die op ons pad komen.”

Het feit dat daar tegenwoordig vaak gehoor aan gegeven kan worden maakt dat het gezelschap in het Nederlandse toneel een unieke positie inneemt, zegt Janine Brogt, en hangt samen met de oprichting van de zogeheten Toneelfabriek. Onder die geuzennaam begon regisseur Titus Muizelaar in het voorjaar van 1996 een project dat de mogelijkheid biedt flexibel te programmeren en wisselende voorstellingen in een hoog tempo uit te brengen. Dat kan omdat Toneelgroep Amsterdam, tot 1995 het huisgezelschap van de Amsterdamse Stadsschouwburg, sinds drie jaar beschikt over een eigen theater. In dit zogeheten TTA - het Transformatorhuis op het voormalige Westergasfabriekterrein in Amsterdam - heeft de groep de programmering zelf in de hand.

Het accent ligt tegenwoordig vooral op De Toneelfabriek Op Reis waarbij acteurs van het gezelschap in telkens andere steden een week lang allerlei voorstellingen uit het repertoire spelen, ad hoc-voorstellingen maken en lezingen en workshops geven.

Dramaturge Laura Minderhoud: “Eigenlijk zouden we De Toneelfabriek Op Reis thuis willen organiseren in het TTA maar dan zou je een aaneengesloten periode van drie maanden moeten hebben en die is er niet. De acteurs zijn niet allemaal beschikbaar terwijl het er juist om gaat dat iedereen eraan meedoet en het is ook te duur want je kunt dan drie maanden niet in de schouwburg staan. Toch streven we ernaar nog tijdens dit Kunstenplan een Toneelfabriek uit te brengen.”

Uit de begintijd van de Toneelfabriek dateert nog wel de gewoonte binnen de groep bijeenkomsten te houden waar gediscussieerd wordt over te kiezen stukken. Nadat acteur Gijs de Lange, die een voorliefde heeft voor het regisseren van komedies, een paar maal Ayckbourn op de planken had gezet, zocht men gezamenlijk naar een stuk van een andere auteur.

Srebrenica!

Dramaturge Dirkje Houtman: “We hebben veel komedies gelezen, ook uit het moderne Engelse en Amerikaanse repertoire. Uiteindelijk komt er dan een stuk bovendrijven van een tijdgenoot van Noël Coward waar iedereen enthousiast over is. Gijs de Lange had daarbij direct een idee wat hij ermee wilde doen. In extreme gevallen raken we weleens in twee kampen verdeeld zoals bij Srebrenica! van Guus Vleugel. Veel acteurs waren daar tegen, die vonden de werkelijkheid te gruwelijk om er een voorstelling van te maken. Maar Gerardjan wilde het per se wel en daar had hij goede gronden voor.”

Titus Muizelaar: “Nu Vleugel overleden is en Srebrenica weer zo in het nieuws is, zouden we het eigenlijk opnieuw op het repertoire moeten nemen, maar oude voorstellingen kun je vaak niet zomaar terughalen. Van deze voorstelling is bijvoorbeeld het decor er niet meer. De acteurs zullen het stuk nu lezen op de Uitmarkt.”

Niet alleen de actualiteit, ook andere factoren kunnen de keuze voor een bepaald stuk beïnvloeden. Muizelaar: “Er is vaak niet één reden. Bij Discordia heb ik veel Shakespeare gespeeld. Het begint ermee dat die teksten van Shakespeare zo mooi zijn. Gerardjan heeft een hekel aan Shakespeare's komedies. Hij heeft problemen met zijn humor, ik niet, dus dan denk ik: dat moet ik eens doen.”

Niet zelden is een decor het uitgangspunt voor een voorstelling. Dat gebeurt vooral bij de zogenaamde montagevoorstellingen van Rijnders: producties waaraan geen bestaand stuk of een vastomlijnd idee ten grondslag ligt, maar die in het repetitielokaal ontstaan en waarbij de inbreng van acteurs groot is. Decorontwerper Paul Gallis, zeggen de theatermakers, is heel bedreven in het creëren van ruimtes voor dit soort voorstellingen die later door hen gevuld worden.

Paul Gallis: “De collagevoorstellingen zijn er vaak nog niet op het moment dat het decor ontworpen moet worden. Van te voren praat ik er met Gerardjan over hoe het eruit zou moeten zien en aan de hand daarvan maak ik een maquette, hoewel het zijn gewoonte is te zeggen dat hij een decor niet nodig heeft. Als ik op een gegeven moment toch begin raakt hij door het ontwerp gestimuleerd. Ik probeer altijd iets te bouwen dat hem een optimaal aantal mogelijkheden biedt zoals in 1993 voor zijn voorstelling Count your blessings, nu ook voor Dark Lady. Dat is een coulissendecor en het is al gebouwd. Ik heb de maximale oppervlakte van Het Muziektheater gebruikt: 22 bij 44 meter, dat is vier keer zo groot als het podium van de Stadsschouwburg.”