Hermann Rauschning: Die Revolution des Nihilismus, 1938

Hermann Rauschning: Die Revolution des Nihilismus. Kulisse und Wirklichkeit im Dritten Reich. Europa Verlag, Zürich/New York, 1938 (uitverkocht).

Die Revolution des Nihilismus (1938) van Hermann Rauschning behoort tot de meest invloedrijke boeken over het nationaal-socialisme, die al voor de Tweede Wereldoorlog verschenen. In Nederland werd het boek van de voormalige NSDAP-senaatsvoorzitter in Danzig in 1939 door Menno ter Braak vertaald. In de inleiding stelde Ter Braak dat dit boek van een 'gewezen insider (...) onder vele andere boeken over het verschijnsel nationaal-socialisme onbetwistbaar het belangrijkste is.' Ook de politicus en schrijver Jacques de Kadt was vol lof over Rauschnings 'indrukwekkende boek'. In Amerika werd Rauschnings werk gelezen door de invloedrijke journalist Walter Lippmann en heeft het via die omweg mogelijk invloed gehad op het beleid van de Amerikaanse regering, aldus de historicus Golo Mann in zijn inleiding bij een Duitse heruitgave in 1962.

Rauschning schreef in Die Revolution des Nihilismus overigens weinig over zijn eigen ervaringen met de NSDAP. Het is in de eerste plaats zijn analyse en niet zijn status als voormalig insider die indruk maakt. In Die Revolution des Nihilismus beschrijft Rauschning het nationaal-socialisme als 'doctrineloze' en daarom onbegrensde revolutie. Hij werd daarbij geïnspireerd door het werk van de schrijver Ernst Jünger, waarin links en rechts extremisme samenvloeien. Revolutionaire dynamiek en totale mobilisatie zijn in het Derde Rijk een doel op zichzelf geworden, betoogde Rauschning, en de nationaal-socialistische wereldbeschouwing doet nog slechts dienst als 'maskerade'. De nationaal-socialistische elite gelooft zelf helemaal niet in begrippen als 'ras', 'volk' , 'Lebensraum' en zelfs niet in het antisemitisme. Het enige doel van het nationaal-socialistische regime is het creëren van voortdurende onrust en beweging, zowel in Duitsland als daarbuiten. Alleen op die manier kan het bewind zijn machtspositie consolideren. Aangezien de Russische revolutie onder Stalin volgens Rauschning eveneens in een 'nihilistische' fase was beland, wijst hij - een jaar vóór het Molotov-Ribbentroppact - op het gevaar van een alliantie tussen Hitler en Stalin, met als doel het ontketenen van een nihilistische wereldrevolutie.

In de jaren dertig werd veel in Nietzscheaanse termen gesproken over de morele crisis van de Europese beschaving. De christelijke ethiek zou door de 'dood van God' zijn fundament hebben verloren. Rauschning spitste die analyse toe op het nationaal-socialisme. Het nationaal-socialisme was geen uitweg uit het nihilisme, zoals nationaal-socialistische ideologen beweerden, maar juist de ultieme belichaming van het 'nihilistisch opportunisme', aldus de christelijk-monarchistische Bildungsbürger Rauschning. Door de fascistische ideologie zo als maskerade te bestempelen, trachtte Rauschning elke overeenkomst uit te wissen tussen het programma van de NSDAP en de opvattingen van de conservatieve revolutionairen, waar hij zelf toe had behoord. Die overeenkomsten waren: een diepe afkeer van het democratische staatsbestel van de Weimar-republiek, van het 'diktaat' van Versailles en van het communisme. In 1931 was dit voor Rauschning voldoende geweest om zelfs lid te worden van de NSDAP.

Die Revolution des Nihilismus was naast een diepgravende studie ook een pamflet. Rauschning waarschuwde dat de revolutionaire dynamiek van het nationaal-socialisme onherroepelijk tot een catastrofe voor Duitsland zou leiden. Daar twijfelde hij in 1938 geen moment meer aan. Die waarschuwing was in de eerste plaats gericht aan de conservatieve elite in Duitsland - met name in de legertop. Golo Mann heeft Die Revolution des Nihilismus het boek van de Widerstand genoemd omdat het nauw aansloot bij de - oligarchische en anti-democratische - opvattingen van de conservatieve beramers van de mislukte moordaanslag op Hitler van 20 juli 1944. Rauschnings werk kan ook als een voorloper worden beschouwd van de na-oorlogse conservatieve duiding van het nationaal-socialisme: inclusief de omstreden typering van het 'Aziatische' en dus on-Duitse karakter van het regime, die door Ernst Nolte vijftig jaar later in de Historikerstreit werd verdedigd.

Dat Rauschning het nazisme om politieke redenen zo belichtte, had gevolgen. Ten onrechte bagatelliseerde hij het programma van de NSDAP, dat hij en zijn conservatieve geestverwanten voor een belangrijk deel onderschreven. Ook zijn beschrijving van het revolutionaire karakter van het regime was eenzijdig. Het nationaal-socialistische regime had een ambivalente verhouding tot de bestaande elites in Duitsland. Hitler was weliswaar zeker geen marionet van het Duitse grootkapitaal en de Pruisische Junkers, zoals de officiële marxistische lijn wilde. Maar het regime stuurde ook niet rechtstreeks aan op een radicale, 'socialistische' transformatie van de Duitse samenleving, zoals Rauschning suggereert, zeker niet nadat Hitler in juni 1934 extremistische SA-leiders als Ernst Röhm had laten vermoorden.

Maar Rauschnings boek bevat ook veel inzichten die stand hebben gehouden: bijvoorbeeld het 'polycratische' karakter van het nazi-regime, waarbij verschillende overheidsorganisaties elkaar voortdurend beconcurreerden, met grote administratieve chaos tot gevolg. In de historiografie van het Derde Rijk heeft die typering veel stof voor debat opgeleverd.

Na het uitbreken van de oorlog richtte Rauschning zich in 1939 niet meer tot de Duitse elite, maar tot een breed, buitenlands publiek met zijn boek Gespräche mit Hitler. Het werd een internationale bestseller. Propagandaminister Goebbels omschreef Rauschning in januari 1940 als 'de meest gemene propagandist van de tegenpartij'. In het boek zouden de ware bedoelingen van Hitler worden onthuld, die hij sprekend in kleine kring had ontvouwd. Inmiddels geldt dit boek onder historici als een dubieuze bron. De Oostenrijkse historicus Wolfgang Hänel heeft aangetoond dat Rauschning onder meer citaten uit zijn eigen Die Revolution des Nihilismus in Hitlers mond heeft gelegd.

Rauschnings eigen rol in de nationaal-socialistische beweging is nooit helemaal opgehelderd. Een dossier met documenten over zijn betrokkenheid is tijdens de oorlog verloren gegaan. Dat dossier werd door nazi's voor propaganda-doeleinden samengesteld en moest aantonen dat Rauschning niet tot Hitlers intimi had behoord, zoals hij had beweerd in Gespräche. Het was niet nodig om dit dossier daadwerkelijk te gebruiken, omdat de neutrale regeringen in Zwitserland en Nederland toch al bereid waren het boek te verbieden.

Rauschning beweerde later dat hij had gebroken met de NSDAP nadat hij, als senaatsvoorzitter in Danzig, had geweigerd maatregelen te nemen tegen joodse burgers, socialisten en katholieke geestelijken. Uit de documenten die wel bewaard zijn gebleven, blijkt echter dat Rauschning eerder de partij werd uitgewerkt dan dat hij zelf is opgestapt. Hij raakte verwikkeld in een machtsstrijd met de lokale Gauleiter Albert Forster. Rauschning wilde een gematigder koers varen dan deze fanatieke nazi. Hitler koos uiteindelijk partij voor Forster. Ruim een half jaar voor de breuk met het nationaal-socialisme, in november 1934, sprak Rauschning niettemin nog over zijn 'onverbrekelijke geloof in de Führer, onze beweging en het Duitse volk'. Onder Rauschnings bewind werd in Danzig bovendien een begin gemaakt met antisemitische maatregelen, zoals het verbod voor joden om openbare functies te bekleden.

Pas na zijn breuk met de partij begon hij zich openlijk tegen het nationaal-socialisme te verzetten. Daardoor moest hij Danzig in 1935 verlaten. Hij was een van de zeldzame conservatieve Duitsers in Exil en werd met grote argwaan bekeken door Duitse communisten en sociaal-democraten. In Londen was het zelfs verboden voor SPD-leden om met Rauschning samen te werken, op straffe van royement. Zo nu en dan dook zijn naam op bij vage plannen voor het vormen van een Duitse 'tegenregering' in het buitenland. Na vele omzwervingen vestigde Rauschning zich uiteindelijk als boer in het Amerikaanse Portland, waar hij in 1982 op 94-jarige leeftijd overleed.