Gaatjes in de huid prikken

Doet het pijn als een piercer een gaatje in je neusvleugel maakt? En is het lastig om met een knopje in je tong te eten?

Een piercing is een gaatje in je huid waar een ringetje of staafje doorheen steekt. Piercings zijn erg in de mode, maar nieuw zijn ze niet. Ze zijn zelfs al stokoud. Al eeuwen geleden droegen mensen overal op de wereld sieraden in zelf in hun lijf gemaakte gaatjes. Vooral oorlellen worden vaak gebruikt om allerlei verschillende oorbellen in te hangen, maar op Nieuw-Guinea staken de mensen botjes door hun neus.

Om een gaatje in je oor of neus te krijgen moet je naar een piercer toe. Die gebruikt voor een gaatje in je oor soms een schietpen (een piercing gun), maar een prik met een holle naald met een scherpe punt geeft een mooier gat. De dikke naald die artsen gebruiken om bij zieke mensen voeding of medicijnen in het bloed te laten lopen (een infuus) is ook geschikt als piercingnaald.

Het maken van zo'n gat doet altijd even pijn, maar of het veel pijn doet kan iemand anders moeilijk van te voren zeggen. Bij de een doet een prik veel meer pijn dan precies dezelfde pijn bij een ander. De pijn van een piercingprik is vast minder bij iemand die echt veel zin heeft in een piercing. Als iemand een piercing alleen maar neemt om met de mode mee te doen, dan doet het misschien even vreselijk zeer. Maar lang duurt de pijn niet. Je kunt er wel even tien minuten een beetje licht van in je hoofd worden. Blijf dan rustig zitten en het gaat over. En heel soms valt er iemand flauw nadat het gat is gemaakt. Net zoals na het inenten door de dokter soms gebeurt.

De ring of het staafje dat je in het gat draagt is van goud, van niobium of van titanium, of van roestvrijstaal, maar dan wel van een een speciale soort die chirurgen kunnen gebruiken om botten mee aan elkaar te zetten, of waarvan kunstheupen zijn gemaakt.

De eerste dagen nadat je een nieuw gaatje hebt gekregen en er een sieraad in zit, lekt er meestal een bijna doorzichtige kleverige vloeistof uit. Dat is lymfe, een vloeistof van je afweersysteem. Door steeds een beetje vocht naar buiten te laten stromen, voorkomt je lichaam dat er ziekteverwekkers naar binnen komen. Als dat toch gebeurt zwelt de plaats rond de piercing op, wordt rood en gaat zeer doen. Dan kan er pus uitkomen. Pus is geel of groen en er zitten bacteriën in die de infectie veroorzaken. Infecties bij nieuwe piercings onstaan als de piercer je huid niet heeft ontsmet op de plaats waar hij prikte, of als hij een vieze naald heeft gebruikt. Maar als alles goed gaat, groeit er langzaam een laagje huidcellen langs het metaaloppervlak het gat in. Dan zit er huid in het gat en groeit het niet meer zo snel dicht.

Als je de piercing eenmaal hebt en je wilt hem houden, dan is het het beste om het ringetje of knopje er een jaar lang niet meer uit te halen, anders groeit het gaatje weer dicht. Als je hem er in het begin een paar dagen uithaalt moet je soms al flink drukken om hem er weer in te krijgen. Daarvan gaat het soms een beetje bloeden.

Soms kunnen piercings die je al een tijdje hebt nog akelige dingen doen. Er kunnen rode rafelige vleesranden rond het piercinggat gaan groeien. Dat is littekenweefsel. Als het erg wordt moet je het door een dokter weg laten snijden. En een oude piercing die je niet goed schoon houdt, kan ontsteken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je aan een ringetje friemelt en het door het piercinggat rond draait. Dan komt er vuil in het gat. Er kan dan meteen pus uit een rode zwelling komen, maar soms groeit er eerst een dikke puist naast de piercing die na een tijdje openbarst, of een puist die blijft zitten en die je dan weg moet laten snijden. Om te zorgen dat er geen ontstekingen komen moet je de piercing en het ringetje of knopje dat er in zit zeker iedere dag voorzichtig wassen met zeep en daarna goed afspoelen met water. Op sommige piercingsites op het internet staat zelfs dat je een piercing wel twee of drie keer per dag moet schoonmaken.

In het begin voel je een piercing natuurlijk steeds. Maar het is net als met een nieuw bubbeltje op je huid, of met een nieuwe beugel: na een tijdje merk je er niets meer van, zelfs een piercing in je lip of je tong schijnt te wennen.

Piercings passen je in je oren, je neus, je lippen, je tong, je navel, je piemel of je schaamlippen. Als je nog niet bent gestopt met groeien zal een piercer alleen een piercing in je oren of je neus willen maken. Anders groeit het gemaakte gat ook mee en past er op het laatst alleen nog maar een enorm dikke ring in je navelpiercing.

    • Wim Köhler