EURO-SPELLETJES

'Rondje euro' is een uitgave van Podium, Bureau voor educatieve communicatie (030-239.3222).

Hoe krijg je kinderen op de basisschool warm voor de euro? Simpel, met spelletjes. Het lesprogramma 'rondje euro' zit er vol mee: euro-ganzebord, euro-memory, euro-taalspelletjes en euro-woorden raden.

De zes lessen durende euro-cursus van het Nationaal Forum voor de introductie van de euro, die meer dan 1000 basisscholen in het nieuwe schooljaar gaan gebruiken, begint met een ruilmarkt in de klas. “De leerlingen nemen voorwerpen mee naar school en brengen de begrippen ruilen, waarde en handel in de praktijk”, schrijft de docentenhandleiding voor. “De bedoeling is dat de leerlingen uiteindelijk ontdekken dat handelen het makkelijkst is met één waarde-eenheid voor alle deelnemende groepen.”

Een ondersteunende videofilm - “ruilen is: ik geef jou dit, jij geeft mij dat” - leert de kinderen het nut van ruilen - “In België groeien geen sinaasappelen, dus die ruilen ze met Spanje voor appels, peren en natuurlijk bier” - en het bestaan van een ruilmiddel. Aanvankelijk wordt er in de film nog geruild met knopen, schelpen en postzegels, maar het zou toch handiger zijn als iedereen hetzelfde betaalmiddel zou gebruiken. Een bestaand betaalmiddel overal invoeren kan niet, want dan wil iedereen zijn eigen eenheid houden “en dan krijgen we ruzie”. De oplossing: “we bedenken een nieuwe munt.” Dan volgt de loftrompet. “Het is een goede munt, het is zoveel beter, iedereen is tevreden, zie je wel: het werkt veel beter op deze manier.” Het bruggetje is daarna snel gevonden: “Dit is in Europa ook gebeurd. Eens op een keer waren er verschillende europese munten die één enkele munt wilden worden. Dus hebben zij zich allemaal vermengd en toen ontstond de euro.” De voorlichtingsfilm vervolgt: “De waarde van de dingen blijft hetzelfde, wij maken geen ruzie, wij zijn vrijer”, en tenslotte jubelt een klas kinderen in koor: “Het is niet zo moeilijk om onze munt in te ruilen voor een eenheidsmunt, het is gewoon kinderspel!”

Het volgende spelletje dat de basisschoolleerlingen op hun bord krijgen is 'euro-rara': een woord omschrijven zonder het te noemen en zonder zogenoemde 'taboewoorden' te gebruiken. Bijvoorbeeld: omschrijf 'geld' zonder de woorden geld, betalen en kopen te gebruiken. Of 'zakgeld' zonder ouder of ouders te noemen. Het officiële 'leerdoel' van dit spel luidt: actief met de begrippen van het Europese handels- en geldverkeer bezig zijn zodat de context van de invoering van de euro duidelijk wordt.

De les daarna komt het 'eurorondespel' aan bod, dat is afgeleid van ganzebord en de spelers meevoert op een “vraag- en antwoordreis” door Europa. De kaart van Europa is het spelbord en ieder land bevat een aantal vragen, variërend van “tel tot vijf in het Frans” (in Frankrijk) tot “wat drinkt men hier meestal 's middags” (in Engeland), maar ook: “kun je hier na 1 januari 2002 met euro's betalen” (Portugal) en “Is dit land lid van de Europese Unie?” (Hongarije en Zwitserland). Wie in Sicilië verzeild raakt, heeft overigens pech: “De Etna is weer actief. Je moet wachten en een beurt overslaan.” Doel van dit alles: spelenderwijs bezig zijn met de euro, de kenmerken leren van de landen die meedoen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) en deze landen georgafisch kunnen plaatsen.

Andere lesonderdelen waar de docent een keuze uit kan maken: een euro-krant maken (de bakker en de bankbediende interviewen, een euro-cartoon tekenen en de komst van de euro becommentariëren), zelf eurobankbiljetten ontwerpen (voor de teken- of handvaardigheidles) of 'eurotaal', waarbij kinderen spreekwoorden en uitdrukkingen moeten verzinnen waar de euro in voorkomt. Dit om het fluitje van een cent en het kwartje dat valt waardige opvolgers te bezorgen.

Het belangrijkste bij het maken van een lesprogramma voor leerlingen op de basisschool is het “didactiseren” van een tamelijk ingewikkeld onderwerp als de euro. Door leerlingen er zelf mee bezig laten zijn, raken ze er spelenderwijs vertrouwd mee.