De echte oorlog en de gespeelde

Onvergetelijke scène uit een Sovjet-documentaire. De legerkorpsen van de Wehrmacht in Stalingrad hebben zich overgegeven. De cohorten gevangenen houden een parade over het Rode Plein. De laatste compagnie wordt gevolgd door de sproeiwagens van de Moskouse gemeentereigiging die het plaveisel schoon spuiten. Hoe lang zal dit fragment duren? Tien seconden? Een minuut? Dat is in een film al een hele poos. Laten we het op het minimum houden. In die paar ogenblikken is de oorlog dan toch beter zichtbaar dan in twee uur oorverdovende schietpartijen.

Onlangs heb ik na jaren weer eens geluisterd naar twee langspeelplaten, Deutschland im zweiten Weltkrieg, verschenen in de jaren van wat ik maar de Duitse reclassering zal noemen: toen de Bondsrepubliek zich als volwaardig lid van de gemeenschap der vrije naties moest bewijzen. Dit klinkt wat vroom, maar in die tijd hoorden zulke uitdrukkingen tot het courante politieke idioom. Alle oorlogsleiders komen aan het woord: Churchill, Roosevelt, Stalin, maar vooral, zoals de titel belooft, de Duitsers, en niet alleen de hoogsten. Daar is bijvoorbeeld Roland Freisler, de openbare aanklager, terwijl hij zijn requisitoir tegen Stauffenberg en de zijnen houdt. Die man hoort in een gesticht, denk je. Hij is niet de enige bij wie je dit te binnen schiet. Hoe langer de plaat duurt, hoe meer de geluiden lijken te komen uit een woest schreeuwend en kakelend gekkenhuis. Allemaal wetenschap achteraf, want wie er toen naar luisterde, deed dat met angst en beven, wanhoop, of met de laatste glans van eertijds laaiende triomf in de ogen. Ook uit de geluiden van deze grammofoonplaten komt de oorlog zo zichtbaar tevoorschijn, alsof hij terug is.

In menig passage is Hitler aan het woord. Eén daarvan gaat over Stalingrad. Hij verzekert dat de stad zal vallen. Ja, zegt hij. Er zijn mensen die zeggen: daar hebt u een grote fout gemaakt! Een strategische fout! Maar we hèbben Stalingrad al. We moeten alleen nog een paar heel kleine stukjes veroveren. We zullen nog wel eens zien wie hier de strategische fout heeft gemaakt. Volgt het gedienstig, gelovig gelach van de toehoorders, de partij-élite. Nog meer wetenschap achteraf: het lijkt je nu wel duidelijk dat de Führer zijn eigen twijfel aan het overschreeuwen was.

Ik lees dat er weer een boek over de beroemde, alweer tientallen jaren geleden herdoopte stad is verschenen. Dat je Leningrad weer Sint Petersburg gaat noemen valt nog wel te begrijpen. Maar Wolgagrad, is dat niet een onthistorisering? Het boek, Stalingrad, geschreven door een voormalige officier van het Britse leger Antony Beevor, krijgt in The New York Times een uitstekende recensie. Daaraan ontleen ik het volgende. Generaal Paulus, bevelhebber van de Wehrmacht in Stalingrad, stuurt de commandant van een tankdivisie naar Hitler om hem te melden dat de toestand onhoudbaar is geworden. De boodschapper ziet onmiddellijk dat er geen beginnen aan is. “Hij leefde in een fantasiewereld met kaarten en vlaggen.” Zo komt de cirkel rond: wat je hoorde in zijn redevoeringen lees je bevestigd in een boek.

Niet voor het eerst wordt er de aandacht op gevestigd dat de slag om Stalingrad, die meer dan een half jaar heeft geduurd en aan meer dan een miljoen mensen het leven heeft gekost, heel wat 'omvangrijker' is dan de Invasie. Ik zet het woord tussen aanhalingstekens, want wat is omvangrijk? Dan gaat het om hoeveelheden, terwijl de dood van de een even omvangrijk is als die van een ander. Zulke vergelijkingen gaan al vlug mank. De overeenkomst is dat van historische, militaire omvangrijkheden films worden gemaakt, en dat die nooit de werkelijkheid van toen ook maar benaderen. Over Stalingrad is in 1993 in Duitsland een film gemaakt waarin de historische werkelijkheid wordt teruggebracht tot recordbrekende schietpartijen. Binnenkort gaat hier de Invasie in de versie van Spielberg in première. Ook omvangrijke schietpartijen. Wat dat aangaat is de Invasie beter dan Stalingrad.

Ik kom nog eens terug op het vraagstuk van de oorlog in de film. Telkens weer zullen er pogingen worden gedaan om 'de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen' en altijd weer zal het mislukken. De oorlog als uitbarsting van geweld valt niet na te spelen waarna het resultaat in de bioscoop kan worden bezichtigd. Een reeks journaalfragmenten uit de Eerste Wereldoorlog, gedraaid door een cameraman in de loopgraaf, is na driekwart eeuw nog werkelijkheid. Wie zo'n document heeft gezien, bekijkt het Noord-Franse landschap met andere ogen.

De toerist die na het zien van Saving Private Ryan naar Omaha Beach gaat, zal eerder denken: Daar heeft Spielberg die levensechte film gemaakt. Met alle respect, dat is het verschil.