De artistieke gevolgen van Napoleons mislukte veldtocht

De ontdekking van de Egyptische kunst. T/m 8/11 in Museum Het Paleis, Lange Voorhout 74, Den Haag. Di-zo 11-17 u. Mummies! T/m eind 1998 in Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden. Di-vr 10-17 u. Za-zo 12-17 u. Egyptomania in Nederland. T/m 1/11 in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di-za 10-17 u. Zo 12-17 u.

Een maand nadat Napoleon met een veertigduizend man sterke troepenmacht was geland in Alexandrië bracht de Engelse admiraal Nelson op 1 augustus 1798 de complete Franse expeditievloot tot zinken. Drie jaar hielden de Franse troepen daarna nog stand tegen de hitte, malaria en guerrilla-aanvallen van de Mamelukse ruiters voordat zij zich overgaven. Militair gezien was Napoleons Egyptische expeditie een ramp. Het werk van zijn vijfenzestig geleerden en kunstenaars sterke 'Commission des Sciences et des Arts' daarentegen, bracht het tot dan toe weinig bekende Egypte in de publieke belangstelling en ontketende een ongekende Egyptomanie in West-Europa.

De eerste editie van Description de l'Égypte, het 21-delig standaardwerk dat de 'Commission' tussen 1809 en 1824 publiceerde, verscheen in een oplage van 1000 exemplaren. Dit kostbare werk is helaas niet te zien op de tentoonstelling De ontdekking van Egypte, 1798-1830 in Museum Het Paleis in Den Haag. Wel te bewonderen is een speciaal voor het standaardwerk ontworpen opbergkast in de vorm van de Hathor-tempel van Dendera.

Om een idee te geven van wat de Franse geleerden zoal tegenkwamen op hun tocht door Egypte, staan over de drie verdiepingen van Het Paleis grafreliëfs, papyrusrollen, godenbeelden en sarcofagen opgesteld. Een albasten offertafel uit 1350 voor Christus en een 2500 jaar oud kralenmasker van een mummie gemaakt van plantenvezels en geglazuurd aardenwerk, behoren tot de opmerkelijkste stukken. Een completere collectie archeologische vondsten is te zien in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, dat een tentoonstelling wijdt aan mummies en grafvondsten. De in Den Haag getoonde voorwerpen zijn - hoewel op zichzelf interessant - voornamelijk illustraties bij het in schetsen en prenten vertelde verhaal van de Franse herontdekking van Egypte.

Aangezien de hiërogliefen in het begin van de negentiende eeuw nog niet waren ontcijferd, wisten de leden van Napoleons 'Commission' niet precies wat zij vastlegden. Tempels werden aangezien voor paleizen, farao's konden niet worden geïdentificeerd en de meeste bouwwerken werden foutief - vaak te jong - gedateerd. De opbrengst van de expeditie was van een enorme omvang maar miste samenhang en richting. Maar dat doet niets af aan de artistieke waarde van de zeer gedetailleerde afbeeldingen van de tempels van onder meer Edfoe, Dendera, Kom Ombo en Abydos. Van het bestaan van een aantal tempels, zoals de Ptolemeïsche tempel van Qau-el-Kebir en de Zuidtempel bij Aswan, weten we nu alleen nog dankzij de Franse documentatiedrift. Opvallend is dat de geleerden een uitgesproken voorkeur hadden voor bouwwerken uit de late periode, waarin de Egyptische kunst vermengd is met voor hen herkenbare Griekse en Romeinse invloeden en eigenlijk al op zijn retour was.

Minder geslaagd zijn de vroege kopieën van grafschilderingen. Zeker in het begin konden zij de vitaliteit van de originelen niet evenaren en waren de resultaten houterig.

De leden van de Frans-Toscaanse missie in 1828 onder leiding van Jean-François Champollion le Jeune, de ontcijferaar van de hiërogliefen, gingen een stuk systematischer te werk dan hun voorgangers. Op gestructureerde wijze kopieerden zij vellen vol vogels en honden die op de wanden van de graftombes waren geschilderd, maar ook abstracte, decoratieve patronen en meubilair. Vooral de afbeeldingen van de Ramses II tempel bij Aboe Simbel in het uiterste zuiden van Egypte, die pas in 1812 onder het woestijnzand ontdekt was en diepe indruk maakten op Champollion, zijn van een intense helderheid.

Toen Champollion in 1830 terugkeerde in Parijs waren Frankrijk en de rest van West-Europa al enkele jaren in de ban van een ware Egyptomanie. De Description was voor veel kunstenaars, ontwerpers en architecten een nieuwe inspiratiebron. Op de tentoonstelling Egyptomania in Nederland in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen is te zien welke invloed Napoleons veldtocht had op de productie van kunstnijverheid, schilderijen en gebruiksartikelen in ons land.

Vooral vormgevers versierden hun werk met Egyptische decoraties, obelisken, leeuwen en piramiden. De stoelen die Lodewijk Napoleon, tijdens de Franse overheersing tussen 1806 en 1812 koning van Nederland, liet ontwerpen voor het paleis op de Dam, combineren een rank Frans ontwerp met Egyptische farao-hoofden op de stoelpoten.

De Egyptomanie manifesteerde zich in het begin als een overdadige decoratiedrift. De met historische plakplaatjes versierde porseleinen bordjes van de Maastrichtenaar P. Regout zijn een voorbeeld van de kitsch die hiervan het gevolg was. Ook het uit 1814 daterende ontwerp van de neo-classicistische architect A. Van der Hart voor een reusachtig monument bij Mont-Cernis, dat te omschrijven is als een kruising tussen een Egyptische piramide, een Romeinse tempel en een renaissance-villa is ronduit bizar.

Gaandeweg kregen kunstenaars meer oog voor de symboliek van de Egyptische schilderingen en sculpturen, en de bouwkundige principes van de Egyptische monumenten. Op de schilderijen van Jan Toorop belichaamt het steeds terugkerende thema van de sfinx de mysterieuze, onberekenbare vrouw of het levensraadsel in het algemeen. De architect Berlage vond in de Egyptische gelijkbenige driehoek, de vorm die ten grondslag ligt aan de bouw van de piramiden van Gizeh, het ideale maatsysteem voor hedendaags ontwerp. Een schets van de Amsterdamse Beurs toont een raamwerk van driehoeken op de gevel van het gebouw.

De Egyptische principes van frontalisme, monumentalisme en twee-dimensionaliteit gaven de aanzet tot een nieuwe stijl. Het affiche voor de lijndienst Rotterdam-London dat Bart van der Leck in 1915 maakte, is duidelijk geïnspireerd door de 'en profil' Egyptische afbeeldingen en is een voorbode van de latere De Stijl.

De ontdekking van het graf van Toet-anch-Amon in 1922 luidde een nieuwe golf Egyptomanie in. Tinnen kaarsenstandaards met farao-hoofden en porceleinen sfinxen in zalmroze, mintgroen en lichtblauw, ontworpen door Charles Vos voor de Maastrichter sanitairfabrikant Sfinx, waren bijzonder populair in de jaren twintig en dertig. Voor het achtenvijftigste lustrum van de Universiteit van Utrecht in 1926, dat was georganiseerd rond het thema Egypte, ontwierp architect Gerrit Rietveld drie Egyptische penningen en een plaquette. Deze kitscherige ontwerpjes markeren het voorlopig laatste hoogtepunt van de Egyptomania in Nederland.