'De armen moeten stelen'; Ex-minister en Indonesiës 'Mr. Clean' Muhammad:

Hij haalde zich als minister van Financiën de woede op de hals van ex-president Soeharto en bekommert zich nu om de armen.

JAKARTA, 28 AUG. Als de Indonesische autoriteiten niet snel noodhulp leveren aan de allerarmsten in Jakarta, zal dit stedelijk proletariaat opnieuw aan het plunderen slaan. Dat zegt oud-minister van Financiën Mar'ie Muhammad, die zich ernstige zorgen maakt over plunderingen, de afgelopen week, op het platteland van Java. In de Oost-Javaanse stad Bondowoso roofden woensdag duizenden mensen, onder wie vrouwen, kinderen en bejaarden, vier rijstpellerijen leeg. Pas toen de politie met traangas en rubberen kogels schoot, verspreidde de menigte zich. Onrustig was het ook in twee steden op Sumatra en vandaag op het eiland Lombok.

“De plunderingen in Bondowoso zijn een kwaad voorteken”, zegt Muhammad. “Dit zijn geen slechte mensen. Maar ze zien geen andere uitweg meer dan het voedsel te stelen dat ze niet meer kunnen kopen. Ik keur deze plunderingen niet goed, maar we moeten hulp bieden, anders slaat het geweld over naar gebieden in Jakarta, zoals Kapuk in het noorden van de stad. Daar leefden de mensen vroeger van de visserij, maar door de vervuiling van het water is er geen vis meer en daardoor geen inkomen.”

Mar'ie Muhammad geldt als een van de weinige overheidsdienaren die onder ex-president Soeharto niet besmet was door de alleroverheersende corruptie van het staatsapparaat en daarom door het leven gaat met de bijnaam mr. Clean. Hij wil geen kritiek leveren op de regering van president Habibie (“Dat heeft geen zin als je met mensen wilt samenwerken”), maar is gematigd optimistisch over de jongste ontwikkelingen, met name de verschillende onderzoeken naar schendingen van mensenrechten door het leger. “De eerste stap is gezet door de erkenning dat er een donkere zijde zat aan het vorige regiem.”

Muhammad was een van de 'technocraten' die vorig najaar het Internationaal Monetair Fonds binnenhaalde in Indonesië om de monetaire crisis, die toen pas een paar maanden oud was, te bedwingen. Hij viel bij Soeharto in ongenade toen hij in november 16 failliete banken liquideerde, waaronder enkele die nauw gerelateerd waren aan de Soeharto-clan.

Sinds 11 augustus staat Muhammad, als vrijwilliger, aan het hoofd van het Indonesisch Comité voor Humanitaire Programma's (KKI), een organisatie die in samenwerking met de overheid voedsel- en medische hulp wil verlenen aan de allerarmsten van Indonesië.

Betekent dit dat het sociale vangnet, waarover gesproken wordt door de Wereldbank en de Indonesische regering, nu is geprivatiseerd?

“Dat is wat veel gezegd. Onze organisatie is nodig omdat wij sneller kunnen werken dan de trage bureaucratieën op de verschillende departementen. Donateurs, vooral privé-ondernemingen, vrezen ook dat er veel geld aan de strijkstok blijft hangen als het aan de overheid gegeven wordt. Die werken liever via een niet-overheidsorganisatie.

Het recente schandaal rond misbruik van Wereldbankfondsen, waarvan twintig procent zou 'weglekken' volgens een intern rapport, geeft toch wel aanleiding tot dergelijke voorzichtigheid?

“Zeker. Wat er nu over de Wereldbank bekend is geworden, is ongehoord. De Wereldbank! Ik ben ook voorzitter van de Indonesische Maatschappij voor Transparantie, gericht tegen corruptie. Dat is een bezigheid waarmee ik mij veel vijanden heb gemaakt. Maar in die hoedanigheid heb ik gisteren vertegenwoordigers van de Wereldbank geadviseerd over corruptiebestrijding. Ik heb gezegd dat de bank, afgezien van de normale inspecties, ook bij verrassing controles moet houden. En als een zaakje stinkt, de boel tot de bodem uitzoeken: niet alleen op financieel vlak maar ook het management en de prijzen die bij aanbestedingen van projecten zijn betaald. Verder heb ik hen geadviseerd daarbij alleen naar de grote vissen te kijken, dus projecten van bijvoorbeeld tien miljoen dollar en meer. Als je die aanpakt, houden de kleine fraudeurs vanzelf op.”

Hoe wil uw hulporganisatie voorkomen dat er geld verdwijnt?

“Wij vragen in beginsel niet om contanten. Als het bijvoorbeeld om medische hulp gaat, stellen we prijs op grondstoffen voor medicijnen die hier dan geproduceerd kunnen worden. Als er toch sprake is van financiële hulp, gebeuren transacties om voedsel of medicijnen op een armlengte afstand, dus controleerbaar en transparant. Daarom komt het geld binnen via een gerenommeerd accountskantoor, dat ook de activiteiten van het Comité controleert.”

Bij de presentatie van uw organisatie werd gezegd dat het gaat om het bieden van economische kansen en het opbouwen van permanente zelfvoorziening. Voor wie is de hulp bedoeld?

“Uiteindelijk willen we dat de mensen die we helpen niet van onze hulp afhankelijk worden. Maar op dit moment heerst er door de economische crisis en de droogte van het vorige jaar, waardoor veel oogsten zijn mislukt, zo'n grote armoede dat mensen noodhulp moeten krijgen. Het vangnet waarover de regering spreekt met de Wereldbank gaat uit van het subsidiëren van voedsel, waarbij mensen uiteindelijk toch zelf moeten betalen. Van de 90 miljoen mensen die volgens cijfers van het ministerie van Armoedebestrijding dit jaar onder de armoedegrens zakken, kunnen 30 dertig miljoen zich maar één maaltijd per dag permitteren. Die mensen leven op minder dan duizend calorieën per dag en hebben ook geen geld voor gesubsidieerd voedsel. Hen willen we bereiken.”

    • Frank Vermeulen