Componist George Gershwin herdacht met concerten en een opera; Goed vulgair is een compliment

Begin september wordt de honderdste geboortedag van George Gershwin in onvermoede hoek herdacht: bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Daar wordt zijn muziek 'authentiek' uitgevoerd. Componist Chiel Meijering schreef de opera Gershwin in Blue. 'Een soort Gershwin met siliconenborsten' noemt hij het.

Tin Pan Alley, de buurt rondom 28th Street in Manhattan, was aan het begin van deze eeuw het hart van de Newyorkse muziekindustrie. “Op de gang is het erger dan in een gekkenhuis, een pandemonium van twintig pianisten die door elkaar heen verschillende ragtimes aan het inspelen zijn op pianola-rollen”, omschrijft een ooggetuige een van de muziekuitgeverijen.

Bij de firma Jerome H. Remnick & Co. wordt in mei 1914 George Gershwin in dienst genomen, met zijn vijftien jaar waarschijnlijk de jongste pianopounder die er werkt. Hij geldt als een uitzonderlijk talent, met een zeer solide linkerhand. Hij heeft zijn schoolopleiding eraan gegeven om zich geheel aan de muziek te kunnen wijden, hoe weinig hij daar ook mee verdient. Zijn taak bestaat verder uit het rondreizen langs verschillende steden om de songpluggers te begeleiden, en uit het bezoeken van vaudeville-theaters, om te rapporteren welke acts nummers van Remnick gebruiken.

Na een paar jaar ervaring als pianobeuker, begint George Gershwin met het schrijven van eigen nummers. Jerome Kern en Irving Berlin zijn zijn grote voorbeelden, evenals Gilbert en Sullivan. Twee jaar later, in 1916, geeft de Harry von Tilzer Music Publishing Company, zijn When You Want'em You Can't Get'em uit, op tekst van Murray Roth. Het hek slaat van de dam: tot aan zijn dood in 1937 produceert Gershwin een niet aflatende stroom liedjes. Aanvankelijk zijn dit losse nummers, interpolation songs voor de scènewisselingen van vaudeville-shows. Maar zijn naam wordt al snel bekend door de opvallende lyriek van zijn muziek en het subtiele gebruik van harmonische effecten, en binnen de kortste keren vervaardigt hij complete musicals.

Zoals gebruikelijk voor hyperproductieve componisten, verwerkt en herbewerkthij vaak materiaal dat hem elders niet uitkwam, als een timmerman die altijd wel een pasklaar plankje in de schuur heeft staan. De shows ontstaan onder een geweldige tijdsdruk en als iets om welke reden dan ook niet functioneert, vliegt het er ogenblikkelijk uit. Het is bijna onvoorstelbaar dat een nummer als The Man I Love, toch standaard jazzrepertoire nu, tot drie keer toe sneuvelde, alvorens het zijn plek vond in de musical Strike Up the Band (1927).

Maar Gershwins ambitie reikte veel verder. Hij is de enige songwriterdie zichzelf met succes heeft omgevormd tot een serieus te nemen componist. Wie niet inziet hoe opmerkelijk dit is, moet het Liverpool Oratorio van Paul McCartney er maar eens bij nemen. Gershwins vermenging van orkestmuziek met elementen uit de jazz en blues en geluiden van de straat vond zijn eerste uiting in de opera-éénakter Blue Monday (1922). Het stuk werd negatief ontvangen, maar het wekte ook de nieuwsgierigheid van Paul Whiteman, de befaamde leider van het Jazz Orchestra. Hij herkende in Gershwin een belangrijke impuls voor het karakter van Amerikaanse muziek. En hij wilde meer. Gershwin was door de reacties wat onzeker geraakt, maar werd in 1924 over de streep getrokken, toen hij in een krantenadvertentie las dat Whiteman zijn nieuwe stuk, een jazzconcerto, al aangekondigd had voor een maand later.

Op de dag van de première van Rhapsody in Blue, die werd bijgewoond door een gemeleerd gezelschap van Broadway-artiesten, jazzmusici en exponenten van de highbrow-cultuur, onder wie Willem Mengelberg, Sergei Rachmaninoff en Jascha Heifetz, waren de solopassages van de pianopartij nog grotendeels onuitgewerkt. Gershwin improviseerde ze tijdens het concert. In de partituur van de dirigent stond aan het eind van de blanco pagina's eenvoudigweg de instructie 'wacht op knikje', zodat deze wist wanneer hij het orkest weer kon laten inzetten. Het stuk vestigde Gershwins naam als componist, al hield de kritiek aan. De Rhapsody in Blue vertoonde structurele gebreken, en het was vooral kwalijk dat de orkestratie geheel en al kwam van Ferde Grofé, de vaste arrangeur van Paul Whiteman. Gershwin wist waarschijnlijk niet beter, want in de amusementsmuziek is dit geen ongewone praktijk. Vaak heeft het met een gebrek aan tijd te maken en niet met een gebrek aan kennis.

Met het Pianoconcert in F (1925) en vooral An American in Paris (1928) snoerde Gershwin alle kritiek de mond. Hij werd erkend als een briljant en innovatief instrumentator.

Meijering

De honderdste geboortedag van George Gershwin, op 26 september, wordt innovember in Nederland herdacht met de opera Gershwin in Blue, van componist Chiel Meijering, op een libretto en regie van Lodewijk de Boer. Het stuk schetst in twee aktes Gershwins leven, aan de hand van een bonte stoet personages. De bezetting is opmerkelijk: saxofoonkwartet, bas, percussie, een midi-piano (zonder speler) en maar liefst twintig zangers.

Chiel Meijering: “Aanvankelijk was er een plan van het Nederlands Kamerkoor voor een avond met Gershwin-arrangementen en een nieuw stuk van mij, later was er een plan voor een korte kameropera en een half programma met arrangementen. Toen ik eenmaal met Lodewijk de Boer aan de gang was gegaan en de computerversie van de eerste akte had laten horen, werd besloten dat de opera de hele avond in beslag zou nemen. Gershwin is voor mij in de eerste plaats pianomuziek. De midi-piano speelt in het ensemble de meest prominente rol, het is de motor voor al die snelle oempta-begeleidingfiguurtjes, die verwant zijn met de muziek van Conlon Nancarrow, een andere favoriet van mij.

“Ik vind dat de muziek van Gershwin altijd bol staat van heel goede muzikale ideeën, maar de uitwerking van de vorm vind ik soms zwak. Het is een beetje hetzelfde euvel als waaraan de muziek van Tsjaikofsky soms lijdt. En mijn eigen muziek: de kritiek die ik heb op andermans werk geldt vaak ook mijzelf. Dit stuk heeft geen enkele relatie met mijn vorige opera, St. Louis Blues uit 1995, al zou de titel dat misschien wel doen vermoeden. Dit stuk is veel meer in de computer ontstaan. Ik stopte er flarden van Gershwin-stukken in en ging die transformeren. Ik handhaafde bijvoorbeeld het ritme, en veranderde de noten, pepte de muziek her en der een beetje op. Wat er uiteindelijk uit is ontstaan is een soort Gershwin met siliconenborsten.”

Begin september wordt Gershwin ook al herdacht, en nog wel in onvermoede hoek: bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Vorig jaar werd er op dat festival een nieuw stuk ten gehore gebracht, Proverb van Steve Reich, dat speciaal was geschreven voor oude instrumenten. Een ludiek initiatief, dat nergens zweemde naar branchevervaging noch oudemuziek-moeheid. Nu zal de Amerikaanse pianist Jack Gibbons de Orlando di Lasso-freaks komen vergasten op 'authentieke Gershwin'. Vanaf 'originele opnames' nauwkeurig noot voor noot gereconstrueerd en opgeschreven. 'Zijn uitvoeringen van deze reconstructies maken dat deze muziek voor het eerst weer live te horen is sinds Gershwin's voortijdige dood in 1937', meldt het programma.

Presley

Over het begrip authenticiteit alleen al zou men een heel katern kunnen volschrijven. Laat ik volstaan met een korte beschrijving van mijn meest authentieke muzikale ervaring van de afgelopen tijd. In de Radio City Music Hall in New York vinden sinds dit voorjaar Virtual Elvis-concerten plaats. The King, wiens cultstatus een almaar treffender gelijkenis met die van Jezus begint te vertonen, verschijnt op een twintig meter hoge videowall en zingt authentieke Elvis-nummers. Zijn oorspronkelijke bandleden, de discipelen, staan op het podium aan de voeten van de gigant en spelen live met de Pelvis mee. Een soort omgekeerde karaoke dus. Zij zijn vijfentwintig jaar ouder geworden, wij allemaal trouwens, maar Hij niet. Hij is nog even vitaal en zoetgevooisd, ziet er nog steeds even gepommadeerd uit en torent heupwiegend huizenhoog uit boven ons, nietige stervelingen. Hij is er echt. En ook als wij er allang niet meer zijn, zal hij nog steeds deze virtuele optredens verzorgen.

De wederopstanding voltrekt zich nu dus op velerlei manieren, technische mogelijkheden te over. Het Festival Oude Muziek zou in overweging kunnen nemen om de binnenstad van Utrecht om te toveren tot een soort Jurassic Park voor Dode Componisten. Aan de hand van wat DNA-materiaal uit botresten en een beetje gekloon, krijg je zelfs de ergste decomposed composer wel weer aan de praat. Na de stier Herman is de weg nu vrijgemaakt voor het jongetje Ludwig van B., die in een zijvertrek van de openbare leeszaal sleutelt aan wat alweer zijn 17de Symfonie gaat worden. Op het Domorgel improviseert Vadertje Bach een vijfstemmige fuga. Zijn muzikale stijl heeft een drastische metamorfose ondergaan, nu zijn onvermoede comeback het begrip gereformeerd een nieuwe dimensie heeft gegeven. De kenner ervaart rillingen van genot bij het ontwaren van het thema in de omkering, in de zoemende bassen van de voetpedalen. Palestrina wordt uitbesteed aan het Conservatorium, waar zijn masterclass Counterpoint for Dummies ieder heel uur een aanvang neemt.

Waterval

En Gershwin? Die laten we het ene na het andere feestje aflopen, sowieso zijn favoriete bezigheid. We zetten hem achter de piano, goed in het pak, zorgen dat zijn glas gevuld blijft en laven ons tot diep in de nacht aan zijn waterval van showmelodiën. De schrijfster Cecilia Ager: “Je kan je niet voorstellen hoe mislukt een feest was, als George werd verwacht, maar niet kwam opdagen.” Het frivole, energieke karakter van zijn muziek was rechtstreeks verbonden met zijn persoon, wat hem regelmatig kwam te staan op de kwalificatie 'goede vulgaire componist'. Die opinie werd wellicht deels ingegeven door afgunst, maar was in zekere zin een groot compliment. Een aanzienlijk deel van zijn muziek wil immers luidruchtig en vulgair zijn en is in die missie geslaagd. In dat opzicht steekt Gershwin's muziek gunstig af tegen die van de Groupe des Six, het genootschap van Parijse componisten dat een vergelijkbare esthetiek van de straat voorstond.

An American in Paris maakt al hun muziek, op een paar stukken van Darius Milhaud na, overbodig. Gershwin is veel grootstedelijker, meer streetwise, swingt lekkerder en hij is bereid om rake klappen uit te delen als de situatie daarom vraagt. En daarbij, wie kon er melodieën construeren als Summertime, Embraceable You, of Love Is Here To Stay? Stuk voor stuk zijn het glanzende limousines, die ons moeiteloos meevoeren tot ver boven het wolkendek, naar elke gewenste bestemming in het sterrenstelsel. En het valt om de donder niet mee, om zo'n vehikel de lucht in te krijgen. Er hoeft maar één boutje los te zitten en de hele zaak stort zielloos ter aarde.