Binnendieze herschapen in stadsriviertje van weleer

Het heeft even geduurd, 25 jaar, en het heeft het nodige gekost, maar de Binnendieze is nu weer een sieraad in het hart van Den Bosch.

DEN BOSCH, 28 AUG. Met de onthulling van een herdenkingssteen in de kademuur van de Binnendieze, het 'stadsriviertje' van Den Bosch, zal premier Kok morgen de kostbaarste en langdurigste restauratie afronden van een waterloop in een Nederlandse stad. Het herstel van de Binnendieze kostte 43,5 miljoen gulden en duurde 25 jaar.

De Binnendieze wordt gevormd door een stelsel van oude beken, kanaaltjes, kolken en overkluisde grachten door en rond de oude binnenstad van Den Bosch. Gevoed door de Brabantse beken Aa en Dommel stroomt de Binnendieze door het hele centrum van de stad om ten slotte via de haven en de Dieze uit te monden in de Maas. De loop van het 'stadsriviertje' bepaalde volledig het stratenplan van het middeleeuwse Den Bosch.

Later werd de loop van de verschillende zijtakken juist aangepast aan het stratenplan - Den Bosch en Binnendieze waren volledig verweven.

In de 17de eeuw was de totale lengte van de Binnendieze wel 12 kilometer, en dat binnen de muren van de vesting. Het water werd voor allerlei doeleinden gebruikt: voor transport, om er geverfde stoffen in te spoelen, als bron voor drinkwater en als open riool. Door de gunstige ligging van Den Bosch, op de grens van zand en klei en bij de samenloop van drie rivieren, nam het inwonertal van de stad in de loop der eeuwen toe. Maar omdat de stad een vesting was, mocht er niet buiten de stadsmuren worden gebouwd. Het gevolg was een on-Nederlands compacte stad, zo gedrongen dat men ertoe overging de Binnendieze met boogconstructies te overkluizen om ruimte te scheppen. Den Bosch werd de enige Nederlandse stad met een rivier die voor een groot deel 'ondergronds' stroomde.

In de loop van de achttiende en negentiende eeuw vielen verschillende functies weg. Het transport ging niet langer over water, geverfde stoffen werden niet langer in de rivier gespoeld en het water was te smerig geworden om te drinken. Ten slotte bleef nog één functie over: die van open riool. Tot in het begin van deze eeuw was Den Bosch weliswaar een schilderachtige stad, maar tegelijk ook een bijzonder smerig en bij tijd en wijle ook een hoogst onwelriekend oord. Nog tot 1971 loosden 850 huizen ongezuiverd hun rioolwater op de Binnendieze. Daarnaast gebruikte de gemeentelijke riolering de stadsrivier bij hevige regenval als overstort. Geen wonder dat na de oorlog stemmen opgingen om de Binnendieze maar gewoon helemaal te dempen.

Door verwaarlozing waren in de loop van de tijd vele takken ingestort, verstopt en aangeplempt, zodat begin jaren zestig nog maar een stuk van 3,5 kilometer van het riviertje intact was. Zoals veel gemeentebesturen in die jaren hun stad wilden opstoten in de vaart der volkeren door de binnenstad te slopen en te transformeren in een kantorencentrum met brede verkeerswegen en parkeerterreinen, zo had ook het Bossche gemeentebestuur opdracht gegeven tot een dergelijke studie. Maar terwijl veel gemeentebesturen elders ongehinderd hun gang konden gaan, rees er in Den Bosch verzet. Jarenlang bestookte de plaatselijke partij Beter Bestuur de dominerende KVP met argumenten waarom de binnenstad en de Binnendieze behouden moesten blijven. Het mocht niet baten. In een geëmotioneerde, vier avonden durende vergadering nam de gemeenteraad in 1969 het sloopplan aan. De Binnendieze zou volledig worden gedempt.

De uitvoering ervan zou onmiddellijk ter hand genomen zijn als de Binnendieze alleen een riviertje was geweest. Maar het was ook het riool van de stad. De aanleg van een vervangend rioolstelsel kostte nogal wat tijd, tijd waarvan Beter Bestuur gebruik maakte om het raadsbesluit ter vernietiging voor te dragen bij de Kroon.

In Den Haag waren de inzichten over stadsvernieuwing inmiddels verder dan in Den Bosch, zodat de minister van Cultuur in 1972 op voorstel van Monumentenzorg de Bossche binnenstad aanwees als beschermd stadsgezicht. De restauratie van de Binnendieze, die in 1973 begon, zou voor het grootste deel door het rijk worden betaald.

Inmiddels zijn alle partijen in Den Bosch dankbaar voor deze ontwikkeling. De binnenstad, die in fasen autovrij wordt gemaakt, beleeft een opmerkelijk opleving. De middenstand heeft zich aangepast aan een wandelend kooppubliek en aan de almaar wassende toeristenstroom. Het compacte, middelleeuws aandoende karakter van de binnenstad wordt versterkt door het water van de Binnendieze dat op onverwachte plaatsen opduikt. Jaarlijks worden 80.000 toeristen rondgevaren door de Binnendieze, een tocht die voor een groot deel onder de stad voert. Daarmee heeft Den Bosch, de stad van de monumentale kathedraal St. Jan, een unieke attractie voor Nederland. Inmiddels is dit jaar een begin gemaakt met nog een ambitieus restauratieprogramma: het herstel van de immense vestingmuren die Den Bosch eeuwenlang hebben omringd.

Bij de onthulling van de herdenkingssteen krijgt premier Kok het eerste exemplaar aangeboden van het boek 'De Binnendieze van 's-Hertogenbosch', geschreven door Peter Verhagen, de architect die 25 jaar lang de restauratie heeft geleid.

    • Rob Biersma