Anne

Ten noorden van Zion en even voorbij Cedar City buigt Highway 15 af in de richting van het Dixie National Forest. Hier op de hoogvlakten van Utah bevinden wij ons in een van de meest onherbergzame streken van de Verenigde Staten. Langzaam sterft het tegemoetkomende verkeer uit en het is al laat in de middag als we de ranch oprijden van Hank Williams, een van de laatste cattlefarmers in het gebied.

Wij worden ontvangen door zijn vrouw Anne Williams. Zij draagt een spijkerbroek met daarboven zo'n typisch Amerikaans houthakkersoverhemd. Omdat ik haar alleen maar ken van foto's waarop zij staat afgebeeld als een jong meisje, heb ik moeite haar te herkennen, maar als ik beter kijk, zie ik die onmiskenbaar schuldeloze trekken die haar zo beroemd hebben gemaakt. Anne Williams is nu 69 jaar en hoewel haar tongval gekleurd is door een Amerikaans accent, spreekt zij nog altijd Nederlands. “Hoe komt het dat u nog leeft, terwijl iedereen denkt dat u dood bent?” vraag ik haar.

Anne Williams glimlacht verlegen. “Zoals u misschien weet”, zegt zij na een stilte, “zat ik aan het eind van de oorlog in Bergen-Belsen. Wij, de overgeblevenen, zijn toen bevrijd door Engelse en Amerikaanse troepen. Hank vond me en het was liefde op het eerste gezicht, hoe mager ik ook was.” - Maar waarom heeft u zich daarna niet gemeld als overlevende?

“Daar had ik geen enkele behoefte aan. Na alles wat er was gebeurd, wilde ik beslist niet meer terug naar Nederland. Zo heldhaftig hadden die Nederlanders zich nou ook weer niet gedragen. En bovendien begreep ik wel dat mijn vader, zo hij nog in leven was, het nooit zou hebben goedgekeurd dat ik op mijn leeftijd al iets had met een Amerikaanse soldaat. U weet hoe preuts mijn vader was. Ik heb er toen voor gekozen Europa in alle anonimiteit te verlaten.” - Dat begrijp ik. Maar waarom bent u niet opgestaan toen een paar jaar later uw dagboek verscheen?

“Zou mij dat gelukkiger hebben gemaakt? Als ik mij als schrijfster had opgeworpen zou mijn verdere leven alleen nog maar in het teken van de oorlog hebben gestaan en dat wilde ik niet.” - Volgens ene Cor Suyk zou u tegen een eventuele publicatie van het dagboek zijn geweest.

“Cor wat? Nooit van gehoord. Wat weet zo'n man daarvan? Het ene moment zeg je dat en het andere moment zeg je dit, vooral als je een 14-jarig meisje bent.” - Hij heeft nog een paar velletjes uit uw dagboek gevonden die hij wil verpatsen om het onderzoek naar uw erfenis gaande te houden. “Wilt u hem daarmee, namens mij, van harte feliciteren.” - Wat vindt u van de films en de toneelstukken die er van uw dagboek zijn gemaakt?

“Ik heb ze nooit gezien. Alles wat ik erover las, wekte alleen maar de indruk dat iedereen ruzie had met iedereen over de rechten. In New York hebben rivaliserende producenten elkaar bijna doodgeschoten. Dan heb je zo'n fonds in Bazel, dat net doet of zij dat dagboek zelf hebben geschreven en dan schijnt er in Amsterdam ook nog een stichting te zijn. Ik zag een keer op de telly een documentaire over het huis waar wij ondergedoken zaten. Waar was het? Prinsengracht, ik weet het niet eens meer. Lange rijen mensen stonden ervoor, alsof daar de tombe van Napoleon werd tentoongesteld. Wist u dat ik in al die jaren bij het horen van mijn oude naam maar een keer gelukkig ben geweest? Dat was toen in de krant stond dat een Japans lingeriebedrijf een van zijn beha's naar mij had genoemd. Als u weet dat ik altijd een plankje ben geweest, zeker hier te midden van de Amerikaanse vrouwen, dan begrijpt u wel dat ik daar alleen maar trots op kan zijn.” - Nu heeft ene mevrouw Melissa Müller in een biografie geschreven dat u bent verraden door de werkster.

“Door Lena? Ach, welnee, dat geloof ik niet. Schrijf maar op dat ik nu even moet braken. Heeft u dat? Ik stel er namelijk prijs op dat precies wordt weergegeven wat ik eigenlijk gedacht zou hebben.”