Alles wat me echt interesseert is onzichtbaar

De Amerikaanse kunstenaar Bill Viola schildert met de videocamera. Hij maakt aangrijpende filmpjes waarin de toeschouwer vrijwel verplaatst wordt ín iemand anders' hoofd. In een video-altaarstuk is zijn stervende moeder te zien. “Het was een heilig moment. Hier gaat mijn werk over.”

Bill Viola, 25 Year Survey - A Video Journey; van 12 september t/m 29 november in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Geopend: ma. t/m zo. 11-17 uur.

Verder installaties in het Rijksmuseum, NewMetropolis, Felix Meritis en World Trade Center, alle in Amsterdam. Schiphol biedt een projectie. Informatie over deze locaties verschaft een gratis gidsje in het Stedelijk Museum

Bill Viola in gesprek met opera- en theaterregisseur Peter Sellars: 13 september, 15 uur in de Koepelzaal van het Renaissance Amsterdam Hotel, Kattengat 1, Amsterdam. Reserveringen: AUB Ticketshop, Leidseplein, Amsterdam, AUB Ticketlijn 020-6211211 en alle VVV-kantoren.

Lezing Bill Viola in het Rijksmuseum, dinsdag 15 sept. 12.30 uur.

Ook wie nooit een opgejaagd konijn is geweest, herkent het gevoel onmiddellijk. Het ene moment is alles nog stil en vreedzaam, het volgende moment barst de hel los. De aarde beeft, de lucht trilt van een onverdraaglijk lawaai, en iedere hersencel denkt: Wegwezen! Naar links, naar rechts, het maakt niet uit! Weg! Door het bos, door het veld, langs de huizen. Bomen en rotsen schieten voorbij, het verschil tussen onder en boven, tussen dichtbij en veraf, verdrinkt in de paniek. De wereld vervaagt tot een wild patroon van gekleurde vlekken en strepen.

En dan opeens is alles weer stil, de wereld weer bevroren. Je adem stokt. Iedere vezel gespannen, oren gespitst. Het enige dat je hoort is een bonkend hart, en misschien, heel zacht, een ijl gemurmel in je hoofd. Het stromen van bloed door de aderen? De stem van de rede, die fluisterend probeert de oer-angst tot bedaren te brengen? Het is stil, maar stilte en rust zijn nu niet meer hetzelfde: de chaos kan elk ogenblik weer losbarsten.

Dit soort heftige gevoelens maakt The Stopping Mind los, een werk van de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola. Het maakt deel uit van de eerste overzichtstentoonstelling van zijn oeuvre, die binnenkort te zien is in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een bezoek aan de tentoonstelling, die eerder Los Angeles en New York aandeed, is een reis door de dromen van iemand anders, zoals Viola zelf één van zijn werken ooit omschreef. Het is een ervaring die doet denken aan het horen van een taal die je niet verstaat, maar die toch diep ontroert omdat er ergens op de bodem van je ziel iets meeklinkt.

Voor het zien, horen, beleven van The Stopping Mind stap je een soort kamer binnen die gevormd wordt door vier metershoge schermen die los van elkaar aan het plafond hangen. Op de schermen zijn vier verschillende stilstaande beelden te zien, sommige wazig, die met elkaar te maken hebben.

Een veld rode tulpen bijvoorbeeld: van boven af, van tussen de stengels, vanuit het perspectief van een rakelings overvliegende bij, en vanuit de ogen van een dier dat zich plat op de grond drukt. Met onregelmatige intervallen beginnen de beelden opeens heftig te bewegen. De camera vliegt bezeten en schokkerig voort, wat je ziet wordt steeds onduidelijker. Oorverdovende herrie raast als een waterval neer in de duistere ruimte.

Stilte

En dan, na een paar seconden, bevriest alles weer. Het angstige konijn in ons trilt nog na. Zacht klinkt van boven een monotone stem, die als in een ritueel gebed een gestage stroom van woorden prevelt. “...there is nothing but black. There is nothing but silence. I can feel my body. I am lying in a dark space..” Het gaat maar door, sussend en beklemmend tegelijk, in korte, bezwerende zinnen. “...Er is alleen het zwart. Er is niets. Ik ben als een lichaam onder water, dat ademt door de kleine opening van een rietje. Een lichaam onder water dat ademt. Ademt door een kleine opening. Eindelijk, laat ik het gaan...” Maar dan breekt opeens het wilde geraas van beelden en geluiden weer los.

Op blote voeten loopt Bill Viola (in 1951 geboren in New York) over de binnenplaats van de bungalow in Long Beach die hij als kantoor gebruikt. “Hier denk ik en hier lees ik”, zegt hij. Op straat wuiven hoge palmen naar de oceaan, die een paar honderd meter heuvelafwaarts ligt te dampen in het helle middaglicht. Aan de overkant van de straat staat het huis waar Viola woont, met zijn vrouw en medewerkster Kira Perov en hun twee kinderen. Elders in deze tegen Los Angeles aangegroeide havenstad is het atelier waar hij, met behulp van twee assistenten, zijn video-installaties maakt.

Viola draagt een spijkerbroek en een wit T-shirt met daarop een Chinese inkttekening van een rat - gedrukt in het Jaar van de Rat, legt hij uit. Hij heeft een donker baardje, bekend uit sommige van de video's waarin hij zelf optreedt. Milde spot blinkt in zijn ogen. Aan een tuintafel midden op de binnenplaats, in de schaduw van een grote parasol, vertelt hij bij een beker thee over zijn werk, zijn belangstelling voor mystiek en de sleutelrol van emoties in de kunst. Hij waarschuwt meteen: wat hij met zijn werk probeert te zeggen wil hij niet in een uitleg of verklaring vangen. Woorden kunnen hoogstens dienen als richtingaanwijzers.

“De kracht van beelden is juist dat ze je op een niet-verbale manier kunnen aanspreken, net als muziek of geluid. Beelden dringen via het oog door in ons lichaam, we lezen ze met ons gevoel. Dat is wat kunsthistorici en -critici vaak niet goed begrijpen. In zoveel boeken wordt beschreven hoe je naar een schilderij moet kijken, hoe de compositie van de vormen is gestructureerd, of hoe het oog zich beweegt over het doek. Maar dat is net zoiets als tijdens een maaltijd beginnen over de chemische samenstelling van het eten, in een goed restaurant gaan zeuren over de koolhydraten en de vitaminen. Kunst wordt al te vaak gezien als iets dat uitleg behoeft. Dat heeft ertoe geleid dat de musea tegenwoordig tentoonstellingen maken alsof het boeken zijn.”

Wie door de video-arcade van Bill Viola loopt, zal vergeefs zoeken naar bordjes met verklarende teksten, naar wandpanelen met zijn biografie of de tijdgeest waarin hij zich ontplooide. Zijn kunstwerken roepen vragen op die geen eenvoudig antwoord hebben, als een gedicht dat ook na herhaalde lezing zijn betekenis nog niet prijsgeeft. “Je zal het werk zelf moeten doen”, zegt Viola met een glimlach. “Dat is de kern.”

Tijd en rust zijn daarbij onontbeerlijk. Wie zich niet voor tenminste een paar uur overgeeft aan het tempo van Viola, verdoet zijn tijd. Niet al zijn werk grijpt je meteen bij je lurven, zoals The Stopping Mind dat doet. Er zijn ook stillere opstellingen, meer meditatief van aard. In Reasons for Knocking at an Empty House bijvoorbeeld, staan in een donkere, lege kamer een televisietoestel en een robuuste houten stoel tegenover elkaar. Over de leuning van de stoel hangt een koptelefoon. Op de monitor zie je een man die ons vanaf een soortgelijke stoel ernstig aankijkt.

Als je tegenover hem gaat zitten en de koptelefoon opzet, hoor je in stereo en versterkt de geluiden in zijn hoofd: zijn ademen, zijn slikken en op de achtergrond ook nog een vaag gemummel en gefluister. Totdat achter hem iemand te voorschijn komt die hem met een opgerold tijdschrift op zijn hoofd slaat. Even vult een chaotisch lawaai de hele kamer om je heen, de stemmen in de koptelefoon vallen weg. Onmiddellijk daarna herstelt de stilte in de kamer zich, terwijl in je oren het geruis en gemummel weer verder gaat.

“De titel heb ik ontleend aan Jallaludin Rumi, een Perzische dichter uit de dertiende eeuw, die zei: er zijn altijd redenen om bij een leeg huis aan te kloppen. Als je van tevoren al denkt te weten hoe iets zit, en daarom de moeite niet neemt om op onderzoek uit te gaan, dan leg je jezelf aan banden.

“Een van de grote tragedies van het bestaan is dat we ons nooit echt kunnen verplaatsen in een ander. Iedereen is een eiland. Alleen fysiek, in de materiële wereld, kunnen we ervaringen delen: door iemand aan te raken, door met onze stem geluidsgolven voort te brengen en zo te spreken, door woorden op papier of een computerscherm te schrijven.

“Maar ondertussen speelt het grootste deel van ons leven zich af in de metafysische wereld, in het rijk van gedachten en emoties. Dat ieder in die wereld alleen staat, door een grote kloof gescheiden van de ander, kun je onverdraaglijk noemen, maar het is ook de bron van alle kunst. Altijd proberen we die kloof te dichten. Dat is althans waar ik in mijn werk op uit ben.

“Ik wil de kijker aanspreken op een spirituele dimensie die universeel is, die in iedereen verankerd is, die bij wijze van spreken deel uitmaakt van ons besturingssysteem, ongeacht tot welke cultuur of religie we behoren. Met oeroude gevoelens als angst en eenzaamheid, met fundamentele ervaringen als dood en geboorte, leven we allemaal. Alle dingen die me echt interesseren zijn onzichtbaar. Wat het oog kan zien is slechts oppervlakkigheid.”

Dat dit een opmerkelijk standpunt is voor iemand die zijn leven aan het scheppen van beelden wijdt, erkent Viola met een lachje. “Maar de beelden zijn slechts een middel van transport. Waar het om gaat is wat ze overbrengen, wat ze oproepen in de toeschouwer.”

Om meer mensen te bereiken dan alleen de kleine kring liefhebbers van moderne kunst, plaatst Viola in elke stad die zijn tentoonstelling aandoet een aantal werken buiten het museum. Zo zullen in Amsterdam individuele installaties te zien zijn in het World Trade Center, het Rijksmuseum, Felix Meritis en het New Metropolis Science Center. In Los Angeles was een van de spectaculairste werken - The Crossing - ondergebracht in een souterrain van de Central Market, een overdekte markt voor groente en fruit waar vooral hispanics hun boodschappen komen doen.

Het winkelend publiek kon door een trapgat in de marktvloer slechts een glimp opvangen van de imposante video (die in het Stedelijk boven de centrale trap in de hal wordt vertoond). Maar wie naar beneden ging, kreeg bij de boodschappen gratis een complete doop en hellevaart.

Tergend

Op een lang hoog scherm loopt een man uit de verte op de toeschouwer toe. Het is donker en stil. De film is tot een tergend langzaam tempo vertraagd, iedere pas duurt een eeuwigheid. Als de man vlakbij is en hij het scherm bijna vult, houdt hij stil. Uit de grond komt een goudgeel vlammetje te voorschijn, vlak voor zijn voeten. Terwijl de man onbeweeglijk blijft staan, groeit het vlammetje tot een klein vuurtje, tot een fakkel, tot een vlammenzee, tot een zuil van bulderend vuur. Als de brand langzaamaan weer slinkt, tot een waakvlam en dan helemaal niets, is de man verdwenen.

Wie het scherm aan de andere kant bekijkt, ziet dezelfde man weer uit de donkere verte komen aanlopen. Als hij stilhoudt komt er deze keer uit de donkere hemel een glanzend uitgelichte druppel naar beneden, die in honderden pareltjes uiteenspat op het hoofd van de man. Het blijft druppelen, een straaltje wit water plenst op het hoofd uiteen tot een halo in de nacht, het straaltje wordt een stevige straal, een stortbad, een donderende, witte waterval. Als de stroom weer afneemt tot een miezerig regentje, blijkt de man opnieuw verdwenen.

“Het werkte heel goed”, zegt Viola trots. “Hele gezinnen bleven staan kijken, waarschijnlijk mensen die niet zo gauw naar een museum gaan. Maar video is nu zo'n vertrouwd medium geworden. En ook de situatie van een groot elektronisch scherm in een donkere ruimte, waarop beelden zonder een duidelijk verhaal worden gepresenteerd, is dankzij de videoclip allang niet meer buitenissig.”

Viola is een van de pioniers van de videokunst. Begin jaren zeventig, toen video nog een exotisch medium was, maakte hij aan de universiteit waar hij een kunstopleiding volgde (Syracuse University, in de staat New York) zijn eerste filmpjes. Samen met onder meer Nam June Paik en Bruce Nauman hield hij zijn eerste tentoonstellingen.

“Video was toen zo nieuw, zelfs het woord was nog niet gangbaar. Binnen de beeldende kunst vormden wij een avant-garde, een underground beweging, wat ongelooflijk opwindend was en ons een sterke impuls gaf. Op de achtergrond speelden politieke discussies: wat voor soort beelden wilde je op televisie zien? Maar zodra de kranten op hun voorpagina's over videokunst gingen schrijven, wist je dat het als avant-garde voorbij was.”

Slaapverwekkend

Populair was videokunst daarmee nog niet. Zelfs voor een welwillend publiek was het vaak te veel gevraagd om in een museum of galerie geduldig naar een beeldschermpje te gaan zitten kijken met veelal abstracte, en soms slaapverwekkende video-experimenten. “We staarden ons blind op het medium”,zegt Viola. “We waren zo druk met deze nieuwe technologie in de weer, dat we aan de kunst niet toekwamen. Ook het publiek keek vooral naar het medium en niet naar wat we wilden zeggen. Die fase ligt nu achter ons. Ik ben blij dat mijn werk niet meer in aparte zaaltjes wordt getoond, maar tussen de schilderijen en de beelden. Niet meer speciaal als videokunst, maar gewoon als kunst.”

Het werk van Viola toont grote verwantschap met dat van sommige schilders. De ontmoeting van drie vrouwen in kleurige jurken in The Greeting bijvoorbeeld (te zien in het Rijksmuseum, Amsterdam, en De Pont, Tilburg), is onmiskenbaar een hedendaagse en bewegende versie van een renaissance-schilderij (De Visitatie, van Jacopo Pontormo). Een stille vijver in het bos, waarvan het water allerlei gebeurtenissen weerspiegelt die zich in de wereld daarboven helemaal niet voordoen (The Reflecting Pool), herinnert aan Magritte.

Een elektronisch altaarstuk van Viola, het drieluik Nantes Triptych, toont op drie panelen video's van een geboorte, een man onder water, en een vrouw op haar sterfbed. Het zijn documentaire beelden: de geboorte is echt, de dood ook. De stervende vrouw is de moeder van de kunstenaar. Was het nodig, was het belangrijk, om de laatste momenten van zijn moeder als materiaal voor een kunstwerk te gebruiken?

“Het was een heilig moment. Het was inderdaad heel belangrijk voor mij om haar sterven vast te leggen en publiek te maken. Hier gaat mijn werk over, dit is het leven. Veel mensen hebben nooit een geboorte of een sterfgeval gezien. Ik heb het met mijn familie besproken. Als iemand bezwaar had gemaakt, zou ik het niet gedaan hebben. Het komt uiteindelijk neer op een kwestie van privacy. Maar als ik een schilder was en ik had mijn stervende moeder afgebeeld, dan had niemand bezwaar gemaakt. Ik zie het verschil niet.

“Over het algemeen zien we video nog altijd als een medium dat de werkelijkheid direct vastlegt, net als fotografie en film. Alsof alleen de camera de waarheid laat zien. Maar we staan op het punt om dat tijdperk definitief af te sluiten. Iedereen beseft dat we met de snelle opkomst van nieuwe computertechnieken over een paar jaar al geen onderscheid meer kunnen maken tussen een beeld dat door een camera is vastgelegd, en een beeld dat digitaal gefabriceerd is.

“Mijn werk draait om emoties, en die zitten niet in de objecten die ik maak, maar in de toeschouwer.”