Vragen over Indië

Fototentoonstelling 'Nederlands Indië in de Tweede Wereldoorlog', Verzets Museum, Turfmarkt 30, Gouda. Open di t/m vr 10-17u (vanaf 1 nov 13-17u), za/zo 12-17u. Entree volw ƒ 4, tot 17 jr, CJP en 65+ ƒ 3, MJK en Veteranen gratis. Tel 0182-520385

Bij het passeren van het Indisch Monument in Den Haag neem ik steevast, indien gemutst, even mijn hoofddeksel af. Een simpel eerbetoon voor een groot en lelijk bouwsel ter ere van hen die tijdens de Pacific-oorlog leden in de Oost.

Een replica van het Indisch Monument staat bij de ingang van de weelderige tuin van het Verzets Museum in Gouda. Daar werd onlangs de fototentoonstelling 'Nederlands Indië in de Tweede Wereldoorlog' geopend. Foto's, tekeningen en een enkel gebruiksvoorwerp geven een indruk van de tijdspanne die loopt van de vooravond van de Pacific-oorlog (1942) tot en met de grootschalige repatriëring van de Nederlandse staatsburgers uit de Republik Indonesia, eind jaren veertig, begin vijftig. De tentoonstelling is een eerbetoon aan de mensen die werden meegesleurd in de val van Nederlands koloniale rijk. Of de tentoonstelling echt iets verduidelijkt over die periode is de vraag, want foto's en tekst laten veel vragen onbeantwoord.

Je zou kunnen zeggen dat de dekolonisatie begon toen een Aziatisch volk, het Japanse, de overheersing van Europeanen in Azië ter discussie stelde. Vanaf dat moment kwam er spanning te staan op de hiërarchische verhouding blanken, kleurlingen en inheemsen. Wie zich daarvoor openstelt kan die spanning van sommige foto's op de tentoonstelling aflezen. Wat te denken van een groepsfoto van NSB-leden in Soerabaja. Wat deden indo's bij de NSB? Was de NSB in Indië níet voor arische raszuiverheid? En dan de foto uit 1942 met de ondertitel: “Het eerste contact met de vijand”. We zien Aziatische soldaten en op de achtergrond een militair met Kaukasische gelaatstrekken. Waarschijnlijk zijn het inheemse of indo-europese militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Maar met een beetje fantasie zouden het ook Japanners kunnen zijn met een Nederlandse krijgsgevangene op de achtergrond. Wie werd in Indië met 'vijand' precies bedoeld, vraag je je onwillekeurig af.

'Nederlands Indië in de Tweede Wereldoorlog' biedt tal van intrigerende vragen. Zo luidt een tekst: “Een probleem voor de Japanners was de groep Indo-Europeanen”. Hoe en waarom wordt nergens uitgelegd. Veel indo-europese vrouwen bleven in de grote steden buiten de kampen, staat er elders, en hadden de grootste moeite zich staande te houden. Weer moeten we gissen naar het wat en hoe.

Tegen het eind van de expositie komen inlanders in beeld die na de Japanse overgave, tijdens de bersiap, met kapmessen en bamboesperen slachtingen aanrichtten onder Nederlanders, Indische Nederlanders en hun getrouwe inheemse Indonesiërs en Chinezen. Verbaasd staren een paar gevangen peloppors in de camera. “Deze man heeft dertig mensen vermoord”, staat onder een andere foto. Meer kom je over die bloedige overgangstijd niet te weten. Het lijkt of de hedendaagse oorlogsfotografie vergeleken met die uit Indië veel minder terughoudend is in het tonen van gruwelen.

Wat 'Indië' betreft zullen we het vooral met verhalen moeten doen. Ooit kwamen er vrienden van mijn vader uit Thailand over. In een extreem onthaast gesprek, gelardeerd met lange stiltes, haalden zij met mijn vader herinneringen op aan de kampen. Over hoe ze vliegenmaden inzetten tegen wondinfecties bijvoorbeeld. De maden aten het rottend vlees op en vervolgens werden de maden opgegeten of uitgeperst voor de olie die erin zat. Even werd een glimp getoond van het leven in de kampen. Je hoorde de verhalen aan, echt begrijpen kon je ze niet.