Superliga wordt een valkuil

Door de komst van de Superliga zullen in de voetbalsector een paar clubs de dienst uitmaken, terwijl het voetbal zelf minder leuk wordt. Daarom is het tijd voor een actief overheidsbeleid, vindt Tsjalle van der Burg. Anders worden de clubs buiten de Superliga tweederangsclubs.

Voetballiefhebbers voelen zich vaak sterk verbonden met één bepaalde club. Voetbalclubs verkeren dan ook vanouds in een situatie waarin ze, als ze dat wensen, de prijzen van hun kaartjes kunnen verhogen zonder dat al hun supporters naar clubs gaan die lagere prijzen hanteren. Dit betekent dat de clubs een monopolie hebben.

Door de toegenomen populariteit van het voetbal, de stijgende vraag naar clubartikelen, en de komst van betaaltelevisie, zijn voetbalclubs tegenwoordig veel beter in staat hun monopolie te gelde te maken. Zo zijn de prijzen van toegangsbewijzen de laatste jaren sterk gestegen. Ook de soms zeer hoge prijzen voor clubartikelen zijn een signaal dat het monopolie van bepaalde clubs erg groot is geworden. Dit monopolie is nu wel een probleem, omdat de stijging van de inkomsten van de clubs niet meer leidt tot verbetering van de kwaliteit van het product. Het geld wordt vooral gebruikt om spelers steeds hogere salarissen te bieden.

Betaaltelevisie geeft de clubs nog eens extra mogelijkheden om hun monopolie uit te buiten. De Nederlandse overheid heeft dit ook onderkend. Zo wordt overwogen om op grond van de mededingingswet te verbieden dat eredivisieclubs hun wedstrijdbeelden gezamenlijk verkopen. Het achterliggende idee is dat concurrentie tussen de clubs gunstig is voor de prijzen.

Ook als een club zijn beelden individueel via een decoder aan de kijker verkoopt, hebben voetbalclubs echter toch een monopolie, vooral ten opzichte van de eigen aanhang. Indien bijvoorbeeld Feyenoord de prijs van zijn beelden met 50 procent verhoogt, terwijl de prijzen elders gelijk blijven, zal slechts een deel van de Feyenoordfans op den duur de club de rug toekeren en meer naar Ajax of PSV gaan kijken. Daarnaast hebben de meeste clubs ook enig monopolie ten aanzien van voetballiefhebbers die niet tot de eigen aanhang horen.

Het monopolie van de Nederlandse voetbalclubs wordt echter beperkt door de onderlinge concurrentie. Dit zal de te verwachten stijging van de prijs van televisiebeelden in elk geval enigszins beperken.

Met de komst van de Superliga neemt de monopoliepositie van sommige voetbalclubs straks sterk toe. De clubs buiten de Superliga krijgen een grote financiële achterstand en worden dus tweederangsclubs die kansloos zijn om ooit nog Europees kampioen te worden. Ook hebben ze weinig kans meer om nationaal kampioen te worden, tenzij het gaat om een gedevalueerde competitie zonder de grote clubs uit de Superliga. De meeste mensen willen graag supporter zijn van een club uit hun eigen land, maar ook van een club die kans heeft om belangrijke prijzen te winnen. Daarom zal, indien Ajax als enige Nederlandse club aan de Superliga mag deelnemen, op lange termijn bijna iedere Nederlandse voetballiefhebber zich gedwongen voelen Ajax-supporter te worden. De Amsterdamse club krijgt in Nederland dan grote monopoliemacht. Wegens de concurrentie met Europese topclubs zal Ajax dit monopolie maximaal moeten uitbuiten. De prijzen voor toegangskaarten, televisiebeelden en clubartikelen zullen veel hoger worden dan bij de huidige competitieopzet. Immers, het risico dat sommige mensen het dure gebeuren in de Arena zo beu worden dat ze overstappen naar de volksclub uit Rotterdam is geheel verdwenen. Het zal duidelijk zijn dat zich in het buitenland soortgelijke ontwikkelingen zullen gaan afspelen.

Tegelijkertijd zal het product voor de consument minder waard worden.

Als het meezit worden de Amsterdammers elke tien jaar eenmaal kampioen van de Superliga, en spelen ze ook nog twee keer tot in het voorjaar mee om de hoofdprijs. De overige jaren spelen ze in de middenmoot, met wedstrijden als Glasgow Rangers en Olympique Marseille, die nergens om gaan. Daarnaast speelt Ajax misschien ook nog in de Nederlandse competitie, die echter niet meer spannend is omdat de Amsterdammers dankzij hun financiële middelen elk jaar afgetekend winnen.

Dit uitzicht is minder leuk dan het vooruitzicht dat de Ajax-supporter bij voortzetting van de huidige competitieopzet mag koesteren. Bij deze opzet wint zijn club naar verwachting elke tien jaar eenmaal de Champions League en haalt daarnaast tweemaal de kwartfinale van dit toernooi. Daarbij is het aantal Europese ontmoetingen beperkt, zodat de wedstrijden veel unieker, spannender en attractiever zijn dan de wedstrijden in de Superliga, waarvan er voor elke club wel dertig in een jaar gaan. Daarnaast speelt Ajax ook nog eens in de vaak redelijk spannende Nederlandse competitie, met allerlei lokale sentimenten en klassiekers als Ajax-Feyenoord. Daarbij doen de Amsterdammers acht van de tien keer tot in het voorjaar mee om het kampioenschap, dat ook vier keer gewonnen wordt. Ook voor de supporter van Ajax is de huidige competitieopzet dus veel leuker dan de opzet die nu door enkele grote financiers wordt gepropageerd. Helaas hebben deze financiers Ajax in een zodanige positie gemanoeuvreerd dat de club wel moét meedoen met de Superliga, op straffe van verlies van aansluiting met de Europese top.

Daarbij laten de uiteindelijke bedoelingen van deze financiers, te weten Berlusconi, Murdoch, Kirch en Al Waleed Bin Talal, zich gemakkelijk raden. Door de voetbalclubs flinke bedragen te bieden, willen zij zichzelf de televisierechten toeëigenen, en als het even kan natuurlijk ook het concept van de Superliga. Vervolgens zullen wij hun investeringen terugverdienen door de televisiekijkers hoge prijzen te vragen.

Murdoch heeft een tijd geleden al eens gezegd voetbal als de 'battering ram' van betaaltelevisie te beschouwen. Deze stormram is nu in stelling gebracht.

Wanneer grote financiers een prachtig product, dat in een periode van vele jaren door de samenleving is gemaakt tot wat het is, monopoliseren en verpesten, en vervolgens nog de brutaliteit hebben om burgers veel geld voor dit product te vragen, kan de overheid niet met de armen over elkaar blijven toekijken. Voor de overheid zijn er verscheidene mogelijkheden. Zo moet het in Europees verband mogelijk zijn de komst van de Superliga tegen te houden, bijvoorbeeld op grond van (aangescherpte) mededingingswetgeving. Hierbij is wel haast geboden, omdat het gemakkelijker is om ontwikkelingen in de kiem te smoren dan om gevestigde belangen te bestrijden.

Ook een recent initiatief van de Europese Commissie biedt perspectief. De Commissie heeft lidstaten gevraagd een lijst te maken van evenementen van nationaal belang die gratis op televisie te zien zouden moeten zijn. Volgens nog niet officieel bevestigde berichten zou de Nederlandse lijst veel langer zijn dan die van andere landen. Zo zou overwogen worden om een groot aantal sportwedstrijden op de lijst te plaatsen. Nu onlangs is gebleken dat er waarschijnlijk een Superliga komt, kan deze Superliga misschien ook alvast op de lijst worden gezet.

Het volgende kan een probleem worden: als Nederland betaaltelevisie voor een groot aantal wedstrijden verbiedt, maar andere landen niet hetzelfde doen, dan zullen onze clubs in Europa niet meer mee kunnen komen. Daarom is het nodig ook andere landen tot vergaande maatregelen over te halen.

Nederland heeft deze zomer veel voetballiefhebbers met aanvallend voetbal vermaakt. Deze zomer zou een mooi vervolg kunnen krijgen wanneer het kabinet een actief voetbalbeleid gaat voeren, zodat de ontwikkelingen in het voetbal niet langer worden bepaald door de wensen van de financiers, maar door die van de samenleving.