Smullen in 't klooster

Restaurant Mariënhof Kleine Haag 2 Amersfoort Open: di t/m vr 12-14u en 18-22u.

Dit is nog een lastige bespreking geworden. Het is namelijk onmogelijk om in het bestek van de hier toegestane 600 woorden te vertellen wat we bij restaurant Mariënhof allemaal hebben gegeten. Dit 'culinaire centrum', waarin zich ook een rotisserie bevindt, is gevestigd in een voormalig klooster aan de rand van het oude centrum van Amersfoort. We kregen gerechten als “Heldere palingsoep, met een deegkussentje gevuld met palingmousse en citroenrasp en met taugé en kervel, geserveerd met een kleine salade van rauwe spinazie en dunne reepjes gerookte paling”, en “Met een mousse van langoustines gevulde en in de oven bereide heilbot, chiffonnade van prei met een dressing van rode wijn en olijfolie, hoorntjes des overvloeds en in ansjovisboter opgeschudde aardappeltjes.” Dit zijn nog maar twee van de acht gerechten. We kwamen in de loop van de avond ook nog speenvarkenkoteletjes, eendelever, kreeft en tonijnbiefstukjes met gefrituurde gamba's tegen. En een fles rode en een fles witte Spaanse Enate. Nog twee van zulke omschrijvingen en de maximaal gereserveerde tekstruimte is vol, nog voor de lezer weet of het lekker was.

En dat was het. Meer dan, het was een avond uit. Want doordat we de enige gasten waren, hadden de obers alle tijd om uitleg te geven over de gerechten en werden we halverwege de avond zelfs in de keuken genood om alle apparatuur te bekijken. Het was net of 'entre nous' hier werd verwacht en iedereen stiekem zijn best deed om het ons naar de zin te maken. Maar dat was onmogelijk, want we waren aanvankelijk van plan om bij het belendende restaurant aan te schuiven, dat echter gesloten bleek. “U gaat zeker vaak uit eten?” vroeg een ober op zeker moment. Dat konden we bevestigen. “Gaat u soms voor uw werk veel uit eten?” Ja, vooral voor werk. Ai, betrapt, dachten we. Slechts één vraag was hij verwijderd van onze ontmaskering, maar die bleef achterwege.

Niet dat hij dan bang had hoeven worden. Want wat we kregen voorgezet, vonden we zonder uitzondering om de vingers bij af te likken. Onze gereserveerdheid ten opzichte van curieuze, haast decadent aandoende combinaties als schaaldiersoep, runderbouillon, aardappel, ossenstaart en Friese nagelkaas, binnen één gerecht, verdween bij de eerste hap. Ganzenlever, koriander en langoustinestaart kunnen het ook best met elkaar vinden.

Nou vooruit, een paar kanttekeningen dan, bij een avond die om kwart over twaalf 's nachts ƒ 434,25 bleek te hebben gekost. Bij het interieur bijvoorbeeld, dat het midden houdt tussen een dure Chinees en een nachtclub: veel rood pluche met levensgrote schilderijen van blote meneren en mevrouwen aan de wand. Dat strookt niet met de historie van de gebouwen. En het blijft natuurlijk de vraag of het wel zo nuttig is om alle gerechten tot in de kleinste details te omschrijven. Waar eindigt dit? Bij het vertellen in wat voor pan iets gebraden is? En wat heeft het voor zin om praktisch alle ingrediënten te noemen en tegelijkertijd vage omschrijvingen in de opsomming op te nemen? Wat zijn bijvoorbeeld 'hoorntjes des overvloeds'? Japanse schelpdiertjes met soyasaus? Hanenkammen gevuld met gedroogde tomaten? Wie zal het zeggen. De ober vertelt dat ook de Michelin-mannetjes die de sterren uitdelen, hadden gewaarschuwd voor deze doorgeschoten drang naar volledigheid. Want soms zijn de genoemde bestanddelen niet te krijgen en dan liegt de kaart. Dat vormde geen beletsel om toch een ster uit te delen. En terecht.