Singer/songwriter Elliot Smith werd verrassend genomineerd voor een Oscar; 'Goede liedjes klinken niet bedacht'

De Amerikaanse zanger Elliott Smith, die vrijdag op het Lowlands-festival speelt, maakt adembenemend mooie popsongs met een scherp randje, zoals te horen is op zijn deze week verschenen vierde album XO. Zelf vindt hij zijn nummers het best als ze hemzelf verrassen. “Ik hou van liedjes waarin ik per ongeluk iets doe waarvan ik niet wist dat ik het kon.”

Elliott Smith: XO. DreamWorks DRMD-A-50048. Zijn vorige cd's, Roman Candle, Elliott Smith en Either/Or werden onlangs opnieuw uitgebracht door Domino Records. Elliott Smith speelt vrijdag op het Lowlands-festival in Dronten.

AMSTERDAM, 27 AUG. In een wit pak, akoestische gitaar onder de arm, liep hij schuchter naar de microfoon. Tussen de filmsterren en artiesten als Madonna en Celine Dion waren er tijdens de laatste Oscar-uitreikingen een paar minuten waarin een volkomen onbekende zanger zijn liedje zong, dat genomineerd was voor een Oscar. Elliott Smith had het liedje 'Miss Misery' geschreven voor de film Good Will Hunting, waar vijf andere nummers van hem in verwerkt waren. De eerste regel die hij zong was niet te horen, omdat de microfoon niet hard genoeg stond voor zijn zachte stem. “'s Ochtends was ik zenuwachtig”, zegt Smith, tijdens het interview gekleed in de kapotte spijkerbroek en het vale T-shirt waarin hij zich duidelijk beter op zijn gemak voelt. “Maar toen ik mijn pak aan had, en over het rode tapijt de zaal in was gelopen, was het allemaal al zo surrealistisch en bizar dat het gewoon te vreemd was om nog nerveus te zijn - het was alleen maar grappig.”

Een minieme minderheid van de 55 miljoen kijkers naar de uitreikingen had de televisie speciaal aangezet omdat ze fan waren van Elliott Smith. De drie albums die hij maakte, uitgebracht door kleine platenmaatschappijen, vielen in kleine kring op door de bijzondere kwaliteit van de songs. Zijn indrukwekkende derde cd, Either/Or, werd door collega-muzikanten en journalisten vorig jaar onthaald als een bescheiden meesterwerk. Elvis Costello noemde Smith in een muziekblad een van de grote jonge talenten. “Toen ik dat las was het een groot moment voor mij”, zegt Smith. “want hij is een van mijn helden. Hij en Lou Reed. Het zijn mensen die volgens mij van woorden houden, en dat is geweldig - ik hou ook erg van woorden. Ik kon niet anders dan hen goed vinden.”

Deze week verscheen Elliott Smith's vierde cd, XO, uitgebracht door de grote platenmaatschappij DreamWorks. Evenals op de vorige platen vormen Smith's gitaar en zachte stem de basis van de nummers, die opnieuw adembenemend mooi zijn, met verslavende melodieën en verrassende arrangementen. Het geluid is, in vergelijking met de sober klinkende vorige albums, een stuk rijker, met sprankelende pianopartijen en hier en daar strijkers en blazers.

Met het toegankelijker geluid en de steun van een grote platenmaatschappij is het niet ondenkbaar dat de perfecte popsongs van Elliott Smith een groter publiek dan voorheen zullen aanspreken. Smith zelf verwacht er niet veel van. “Mijn muziek wordt in Amerika niet gedraaid op de radio, omdat er geen vervormde gitaren of elektronische drums in zitten. Ik had al niet verwacht dat ik zo bekend of zo gewaardeerd zou worden als ik nu ben. Commercieel succes is een onvoorspelbare, vluchtige kant van muziek maken waar ik mij liever niet te veel mee bezig houdt. Ik schrijf liedjes, dat is waar het voor mij mee begint en eindigt.”

Wat hij met die liedjes probeert te doen is “te laten zien hoe het is om een persoon te zijn”, zoals hij het zelf omschrijft. In Smith's geval een persoon die duidelijk geen gemakkelijk leven heeft gehad. De meeste van zijn nummers klinken zachtmoedig en teder, maar wie beter luistert hoort in de teksten een onverwacht venijn: woede, bitterheid en zelfhaat. Dat geeft ze een scherp randje dat Smith anders maakt dan de meeste singer/songwriters. “Ik hou van liedjes waarin tegengestelde gevoelens zitten”, zegt hij. “Dat prikkelt de verbeelding. Ik voel mij vaak vrolijk en somber tegelijk.”

XO klinkt bijna lichtvoetig in vergelijking met de sombere eerdere cd's. “Ik voel mij nu een stuk beter. Ik raakte een paar jaar geleden echt de bodem van de put, in een tijd waarin ik veel dronk; er waren momenten waarop ik geen uur langer wilde leven.” Smith vertelt dat zijn depressies een paar keer per jaar terugkeren, en dan maanden kunnen duren. Over de oorzaken daarvan wil hij het niet te veel hebben. “Het heeft te maken met familie-omstandigheden waar ik liever niet over praat.” Later vertelt hij over het liedje 'Waltz #2' (XO), en is het duidelijk dat het schrijnende beeld dat hij oproept op hemzelf slaat. “Wat ik voor me zag toen ik het schreef was twee ouders die met hun zoontje in een karaokebar zijn. De ouders zingen elkaar beschuldigende liedjes toe, en de zoon zit daar maar, te wensen dat hij kon verdwijnen. Zijn ouders hebben de wereld zo deprimerend gemaakt dat hij zich niet kan voorstellen dat het voor hem anders zou kunnen zijn. De enige relatie die hij heeft gezien is een nachtmerrie.”

Smith's ouders zijn gescheiden toen hij een jaar oud was. Hij bleef bij zijn moeder en zijn stiefvader in zijn geboorteplaats Dallas, Texas wonen tot zijn veertiende, toen hij bij zijn vader in Portland, Oregon introk. Dallas omschrijft hij als “plat, heet, lower middle class, blank. Nogal ruig. Niet zo geweldig.” Portland betekende voor hem “minder moeilijkheden”. In die tijd begon hij met muziek maken. “Ik luisterde veel naar platen en probeerde ze na te spelen. Ik was heel blij toen ik liedjes kon spelen van The White Album van The Beatles, een van mijn favoriete platen. Mijn eerste eigen liedjes hadden geen teksten. Ze zaten vol overgangen, want dat waren de stukjes van nummers waar ik het meest van hield: als de coupletten overgingen in het refrein, of terug; of als de toonsoort veranderde. De dingen die ik schreef hadden alleen maar van die overgangen, twintig achter elkaar aan geplakt. Ze sloegen nergens op, omdat ze geen coupletten of refreinen hadden.”

“Ik wilde in een band zitten. Samen met mijn vrienden vormde ik de groep Heatmiser. Achteraf hadden we dat niet moeten doen, want we begrepen elkaar muzikaal helemaal niet. Zij maakten nummers die zo vol zaten met harde drums en gitaren dat er geen ruimte voor zang was. Proberen te zingen was gekkenwerk, ik moest gillen om me verstaanbaar te maken. Ik vond de platen die we maakten daarom heel slecht. Ik nam zelf thuis ook wel liedjes op, maar ik dacht dat niemand die goed zou vinden. Harde grunge-muziek heerste toen, zeker in Portland, en ik dacht dat mensen wat ik deed stomme folkmuziek zouden vinden. Na een tijdje deed ik er niet meer zo raar over en ging ik solo-optredens doen. Maar het kostte mij toch nog veel moeite om uit de band te stappen, omdat ik samenwoonde met de andere gitarist, Neil, die als een broer voor mij was. Ik kon het hem niet aandoen. Maar uiteindelijk moest het wel.”

Hij vertelt dat hij constant liedjes schrijft, en als ze af zijn besluit welke goed genoeg zijn om op plaat te zetten. “Een belangrijk verschil tussen goede en slechte liedjes is dat de goede niet bedacht klinken. Als je er te veel over nadenkt, verpest dat het spontane dat er oorspronkelijk in zat. Ik hou van liedjes waarin ik per ongeluk iets doe waarvan ik niet wist dat ik het kon. Als ik mezelf verras.”

Smith kan nog altijd moeilijk geloven dat mensen zijn liedjes echt goed vinden. “Ik waardeer het als mensen mij dat vertellen, maar ik ben altijd ongeveer een halve seconde blij en vergeet het dan weer. Ik ben er zelf meestal niet zo tevreden over. Ik vind ze interessant tot ze klaar zijn. Ze zijn het meest interessant als ze bijna af zijn, maar nog zouden kunnen veranderen. Dan kun je jezelf op het laatste moment nog verrassen. Maar als ze af zijn hebben ze geen verrassingen of geheimen meer; dan verlies ik mijn interesse in ze.”