Schroevendraaier

Schroevendraaier weg. De hele werkplaats wordt overhoop gehaald. Tevergeefs. Daarna moet iedereen naakt. Maar nergens een schroevendraaier te bekennen.

Er wordt groot alarm geslagen. De hele afdeling tot nader order op cel. Niemand mag er nog uit. Schroevendraaiers vormen een groot gevaar: je kunt er iemand als het moet mee doodsteken. Vooral de blauwen zijn in alle staten. Er hoeft maar één heethoofd te zijn en er kunnen slachtoffers vallen. Cel voor cel wordt uitgekamd. Geen plekje wordt overgeslagen. Alles halen ze overhoop. Maar zonder resultaat.

De chaos leidt tot grote vertragingen. Het eten is al twee uur te laat. Gemor en gevloek alom en er wordt massaal op de verwarmingsbuizen gedreund. “Vreten, vreten”, dendert het door het blok.

De intercom gaat; dat gebeurt bijna nooit. Het is de directeur. “Wie de schroevendraaier heeft, krijgt een uur de tijd om hem in te leveren. Anders zal iedereen er onder lijden. Alle recreatie, sport en werk wordt opgeschort. Iedereen blijft op cel, net zolang tot hij er weer is.”

“Wat zegt die?” schreeuwen de Spaans-, Frans- en Engelstaligen en Arabieren. Een tijdje is het een Babylonische spraakverwarring, de vertalingen vliegen over en weer. En vooral het woord schroevendraaier levert problemen op. Allengs wordt het stiller en na een kwartier klinkt de roep om vreten opnieuw.

“Eindelijk”, brult iemand aan het eind van het blok tegen acht uur. Langzaam komt de eetkar dichterbij. Overal waar hij stopt, wordt luidkeels gescholden. “Wat is dat godverdomme, wat kunnen wij nu aan die klote schroevendraaier doen, misschien hebben jullie hem zelf wel in je zak gestoken, fucking kolerelijers...”

De deur wordt opengegooid. Ze zijn met zijn tweeën; zo bang zijn ze.

“Al wat gevonden?”

Ze reageren niet. Woordloos schuiven ze het plateau naar binnen en vervolgen hun ronde. Aan het eind van het ultimatum is de directeur er weer.

“Niemand heeft zich gemeld, alles blijft hetzelfde.”

Opnieuw spraakverwarring, gevolgd door luidkeelse verwensingen. “Fucking director, smeerkees, emmerdeur, hijo de puta.”

De hele nacht blijft het onrustig. Er worden er twee afgevoerd. Ik doe geen oog dicht. De volgende morgen is de chaos in volle sterkte terug. Gebons, geschreeuw, gevloek, getier, buizengedreun, televisiegeblèr. Langzaam sleept de dag zich voort. Alleen de onderbrekingen tellen, voor de rest is er alleen maar verveling.

Om 7.00 uur is er thee, om 10.00 uur koffie, om 12.30 uur de warme hap, om 15.00 uur thee.

Om 16.00 uur is er een opleving. Het gerucht doet de ronde dat de schroevendraaier er weer is. Maar het is nep en langzaam komt het blok weer tot bedaren.

Om 17.30 uur wordt de avondhap gebracht. Er is nog steeds geen nieuws. Iemand begint met zijn lepel op de verwarmingsbuizen te rammen. Het hele blok volgt. De intercom opnieuw: “Als het niet rustiger wordt, worden er mensen weggesleept.”

Stilte. Maar een uur later breekt het kabaal weer los, het gaat de hele nacht door en er worden er nog vijf afgevoerd.

De volgende morgen is alles voorbij. Er wordt geen uitleg gegeven. Geen blauwe die iets loslaat. Het geruchtencircuit draait opnieuw op volle toeren. De een zegt dat het een bewaker was, de ander dat het iemand uit de keuken was, een derde dat de schroevendraaier in een vuilnisbak lag. Maar niemand weet het zeker. Eén ding weten we wel. Het was niemand uit ons blok. Alle iso's zijn terug. We zijn weer compleet.

    • Ferdy Verschuur