Rwanda: Israel van Midden-Afrika

Rwanda rechtvaardigt zijn militaire bemoeienis met Congo door te wijzen op een dreigende 'nieuwe genocide' onder Tutsi's. Gewezen bondgenoot Kabila zou ook in Congo etnische haat bespelen en fanatieke Hutu's bewapenen.

KIGALI, 27 AUG. De angst voor een nieuwe genocide leeft weer op in Rwanda. “Ik kon er de afgelopen nacht niet van slapen”, vertelt de straatverkoper Yassim in de hoofdstad Kigali. “De Congolese president Kabila roept zijn bevolking op de Tutsi's met messen en speren te bestrijden. Hij noemt ons Tutsi's slavendrijvers en kondigt aan de oorlog naar Rwanda uit te breiden. Staat ons een nieuwe genocide te wachten?”

De vrees voor een nieuwe massaslachting onder Tutsi's in zowel Congo als Rwanda houdt niet alleen Yassim uit zijn slaap. “Kabila is er op uit de Tutsi's in Congo te vervolgen, hij heeft plannen voor een genocide”, zegt Patrick Mazimhaka, minister van staat toegevoegd aan de Rwandese president, Pasteur Bizimungu. “De Congolese rebellen vonden massagraven bij Kisangani. In Kinshasa worden Tutsi's onder onmenselijke omstandigheden vastgehouden en velen gedood. We vrezen dat Kabila de Tutsi's wil uitroeien. Hij hanteert dezelfde giftige propaganda als vlak vóór de genocide in 1994, hier in Rwanda, en spoort de bevolking aan Tutsi's af te slachten.”

Het hoofdmotief van de Rwandese regering voor haar politiek in buurland Congo is de bescherming van haar veiligheid. “Onze overleving is in het geding, we zijn bereid alles te doen om ons te beschermen”, zegt een regeringsadviseur. “Dat hebben we gemeen met Israel. Je kunt het onze bezorgdheid noemen, of noem het een obsessie. Waar onze veiligheidsbelangen ook worden bedreigd, in Kinshasa of elders, we zullen in actie komen. Ongeacht de risico's.”

Rwanda steunde in 1996 de opstand van Kabila tegen de toenmalige Zaïrese president Mobutu vooral uit eigenbelang. Mobutu steunde de Interahamwe-milities van fanatieke Hutu's en voormalige Rwandese regeringstroepen ('ex-FAR') die verantwoordelijk waren voor de genocide in Rwanda. Ze voerden vanuit vluchtelingenkampen in Oost-Zaïre aanvallen uit op overlevende Tutsi's in Rwanda en bereidden een nieuwe volkerenmoord voor. “Na de val van Mobutu verwachtten we vrede aan onze grenzen en dankbaarheid van Kabila”, aldus een regeringsadviseur.

Kabila stelde de Rwandezen diep teleur. “We gingen ervan uit dat hij een regering op brede basis zou vormen; een ieder met een minimum aan politiek inzicht zou dat gedaan hebben”, vervolgt de adviseur. “Maar nee, hij omringde zich met familieleden; hij was alleen geïnteresseerd in zijn eigen machtspositie. Bovendien kreeg hij een veel te grote mond. Hij probeerde de leiders in de regio tegen elkaar uit te spelen en ontbood ze naar Kinshasa voor een conferentie. Werkelijk, het is de man in de bol geslagen.”

Kabila negeerde Rwanda's veiligheidszorgen, dát bleek in de visie van de machthebbers in Kigali zijn grootste zonde. “We deden er alles aan om hem dit duidelijk te maken”, vertelt een bron in de regering. “We boden hem aan zelf de strijd tegen de Interahamwe en ex-FAR in Oost-Congo aan te gaan, maar hij wees ons voorstel af.” Enkele maanden geleden was de maat voor de Rwandezen vol toen bleek dat Kabila ging samenwerken met Hutu-radicalen in Oost-Congo. “Onze officieren die in Congo waren achtergebleven om Kabila's leger op te leiden, merkten dat de president Interahamwe en ex-FAR in de Congolese strijdkrachten ging opnemen”, zegt Pascal Ngoga van het Rwandese Patriottische Front, de belangrijkste regeringspartij in Kigali. “Kabila ging samenwerken met degenen die ons willen uitroeien. Er ontstond een nieuwe bedreiging voor ons vanuit Oost-Congo, die ook de nationale verzoening tussen Hutu's en Tutsi's in Rwanda bemoeilijkte.”

Onafhankelijke bronnen bevestigen het nieuwe verbond tussen Kabila en de Hutu-militanten in Oost-Congo. Hutu-strijders die vorig jaar in het noordwesten van Rwanda een opstand begonnen, trokken naar het gebied rond Masisi in Oost-Congo, kregen er nieuwe wapens en werden gerekruteerd door Kabila's strijdkrachten. Bij de oorlog in het noordwesten van Rwanda vielen volgens waarnemers in het afgelopen jaar tienduizenden burgerslachtoffers, door acties van zowel de Interahamwe als het Rwandese regeringsleger. Toen de Hutu-milities evenals vóór de val van Mobutu een veilig onderdak vonden in Oost-Congo, was de maat voor de Rwandezen vol.

De meerderheid van de Rwandese troepen die bij het begin van de opstand tegen Kabila bij Goma Congo binnenvielen, voegden zich niet bij de Congolese rebellen. Ze begaven zich naar Masisi om er Interahamwe en ex-FAR te bestrijden. Het Rwandese leger ronselt op grote schaal soldaten voor deze strijd in de heuvels rond Masisi. Oeganda, dat zich eveneens bedreigd voelt door antiregeringsrebellen die opereren vanuit Oost-Congo, deed al veel eerder hetzelfde. Oegandese troepen creëerden enkele maanden geleden een bufferzone op Congolees grondgebied, langs de grens.

De rol die het kleine, maar militair sterke Rwanda speelt in Midden-Afrika begint opvallende gelijkenissen te vertonen met die van Israel in het Midden-Oosten. Beide landen rechtvaardigen hun militaire rol met een verwijzing naar de genocide en ontlenen daaraan een vorm van morele superioriteit. Beide staten zijn er van overtuigd dat andere landen hen willen vernietigen. En beide landen kunnen op de steun rekenen van de Verenigde Staten. Zo mogelijk nog belangrijker is dat in zowel Israel als Rwanda aanvankelijk de hoop leefde op opbouw van een nieuwe samenleving. In beide landen vervloog die hoop toen de obsessie met de eigen veiligheid de overhand kreeg.

    • Koert Lindijer