Paars mag

DE TWEEDE KAMER heeft haar vertrouwen uitgesproken in het tweede kabinet-Kok. Het lijkt met in het achterhoofd de traditionele 'bordesscène' van al weer ruim drie weken geleden een overbodige constatering, maar toch was het verkrijgen van deze parlementaire instemming de enige functie van het gisteravond afgesloten tweedaagse debat over de regeringsverklaring. Als gevolg van de lange tijd tussen beëdiging en presentatie in de Tweede Kamer was het vooral een onwezenlijk debat. Dat heeft de Tweede Kamer geheel aan zichzelf te wijten. Doordat een meerderheid, onder aanvoering nota bene van de grootste oppositiepartij, het reces niet wenste te onderbreken, kon het nieuwe kabinet pas deze week zijn opwachting maken. Zo wordt een gebeurtenis als het debat over de regeringsverklaring haast vanzelf een formaliteit.

Met de instemming, eind vorige maand, van de drie coalitiefracties met het regeerakkoord was er natuurlijk al een officieuze Kamermeerderheid. Maar juist omdat de kabinetsformatie toch al zo'n schimmig proces is moet de formele procedure in acht worden genomen. Er is de afgelopen maanden veel geschreven en gesproken over het regeerprogramma, maar de Tweede Kamer zelf was er nog niet aan te pas gekomen. Een zichzelf respecterend parlement vraagt om het afleggen van die verantwoording zodra dat maar kan. DIT IS TIJDENS het debat over de regeringsverklaring maar gedeeltelijk gebeurd. De beraadslagingen droegen weer alle sporen van het voor Nederland zo kenmerkende, door verschillende lagen heenlopende besluitvormingsproces, waardoor bepaalde ontwikkelingen opeens vanzelfsprekendheden zijn. Paars is deze zomer geprolongeerd, dat is duidelijk, maar afgezien van een verwijzing naar de verkiezingsuitslag verschafte de regeringsverklaring over het waarom geen opheldering, terwijl de fractievoorzitters van de regeringspartijen ook nauwelijks woorden besteedden aan een inhoudelijke verantwoording voor de coalitiekeuze.

De woordvoerders hebben het debat vooral aangegrepen om hun positie voor de komende tijd te markeren. Het kabinet zal meer dan in de vorige periode geconfronteerd worden met eigenzinnige coalitiefracties. Het 'nieuwe' van paars is er wel af.

Dat de toonzetting in hoge mate afhankelijk is van de persoon, hebben de afgelopen dagen al wel duidelijk gemaakt. De plaatsbepaling van de VVD is met het vertrek van Bolkestein en de komst van Dijkstal opeens minder scherp geworden. Daarentegen maakte fractievoorzitter Melkert van de PvdA zijn reputatie als politicus die pas tevreden is als hij de volle honderd procent heeft binnengehaald, volledig waar. Fractievoorzitter De Graaf van D66 ten slotte bevestigde met zijn optreden dat het paarse kabinet de komende jaren met een veel assertiever 'junior-partner' te maken krijgt. VAN DE KANT van de oppositie hoeft het tweede kabinet-Kok weinig te vrezen. Het CDA leek nog niet uit de zomerslaap te zijn ontwaakt. Fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks was daarentegen zo gefixeerd op de interruptiemicrofoon dat dit ten koste ging van de inhoud van zijn interventies. Op die manier is het alleen de Socialistische Partij die de PvdA enige gewetenswroeging kan bezorgen.

Het kabinet-Kok is parlementair bekrachtigd. Tekenend voor de coalitieverhoudingen was dat de enige echte schermutselingen tussen PvdA, VVD en D66 zich voordeden over de vraag wat er moet gebeuren in het geval dat het financieringstekort volledig zal zijn verdwenen. Zoals minister-president Kok ironisch vaststelde: straks wordt het financieringsoverschot ons graf. Onder deze omstandigheden kan het tweede paarse kabinet met een gerust hart aan de uitvoering van het regeerakkoord beginnen.