Mogelijk rechtszaak over brief Anne Frank

AMSTERDAM, 27 AUG. Het Anne Frank Fonds in Basel overweegt een aanklacht in te dienen tegen dagblad Het Parool wegens het schenden van auteursrechten.

Het Parool publiceerde gisteren op de voorpagina een tot nu toe onbekend fragment uit het dagboek van Anne Frank. Het fonds claimt de auteursrechten op alle dagboekfragmenten.

Het Parool heeft officieel nog niets gehoord van het Anne Frank Fonds in Basel. Vorige week werd bekend dat C. Suijk, ex-mededirecteur van de Anne Frank Stichting in Amsterdam, in het bezit is van vijf onbekende dagboekbladen van Anne Frank. Parool-redacteur P. Arnoldussen wist deze in zijn bezit te krijgen. Dat het Anne Frank Fonds in Basel overweegt een aanklacht in te dienen tegen zijn krant, noemt hij “een beetje pijnlijk”. “Het gaat om een tekst die behoort tot onze nationale, misschien wel internationale cultuur. Als daar een aanvulling op komt moet je niet proberen om met allerlei juridische grappen te voorkomen dat dat wordt gepubliceerd. Het is gewoon nieuws.” Arnoldussen vermoedt dat het fonds handelt uit commerciële overwegingen. “Dat fonds verdient kapitalen door een zeer stringent beleid over het copyright te voeren. Als het gaat om een symbool als Anne Frank, vind ik dat genant.”

Het RIOD, dat de beheerder is van de officiële manuscripten van Anne Frank, betreurt de publikatie in Het Parool. “Het fragment is nu helemaal losgekoppeld van het dagboek. Dat is jammer, je moet die tekst toch in zijn geheel zien.” Bijgaand de brief, zoals afgedrukt in Het Parool.

Lieve Kitty

Daar ik op het ogenblik een tijd van nadenken schijn te hebben en alle gebieden afgraas waar maar iets te denken valt kwamen m'n gedachten als vanzelf op vaders en moeders huwelijk. Mij was dit altijd als voorbeeld van een ideaal huwelijk gesteld. Nooit ruzie, geen kwade gezichten, volmaakte harmonie enz. enz. Van vaders verleden weet ik iets af en wat ik niet weet heb ik er bij gefantaseerd, ik meen te weten dat vader moeder getrouwd heeft omdat hij moeder geschikt vond de plaats in te nemen als zijn vrouw. Ik moet zeggen dat ik moeder bewonder zoals ze die plaats ingenomen heeft en voor zover ik weet nooit gemopperd heeft en ook nooit jaloers was. Het kan voor een vrouw, die liefheeft niet gemakkelijk zijn te weten dat ze in het hart van haar man nooit de eerste plaats in zal nemen en moeder wist dat. Vader heeft moeder daarvoor zeker bewonderd en vond haar karakter uitstekend. Waarom zou hij met een ander trouwen? Zijn idealen waren vervlogen en zijn jeugd was voorbij. Wat is er uit hun huwelijk geworden? Geen ruzie en meningsverschillen - nee, maar een ideaal-huwelijk is het toch ook niet. Vader waardeert moeder en houdt van haar, maar niet in de liefde van het huwelijk dat ik mij voorstel.

Vader neemt moeder zoals ze is, ergert zich vaak, maar zegt zo weinig mogelijk omdat hij weet welke offers moeder heeft moeten brengen.

Over de zaak, over andere dingen, over mensen, over alles, vader vraagt haar oordeel lang niet altijd, vertelt niet alles, want hij weet dat ze veel te overdreven, veel te kritisch en vaak veel te vooringenomen is. Vader is niet verliefd, hij geeft haar een zoen zoals hij ons zoent, hij stelt haar nooit ten voorbeeld, omdat hij dat niet doen kan.

Hij kijkt haar plagend en spottend aan, maar nooit liefdevol. Het mag zijn dat moeder door dat grote offer, hard en naar voor haar omgeving geworden is, maar op die manier zal zij steeds verder van de weg der liefde afdrijven. Steeds minder bewondering wekken en zeker zal vader eens weten dat zij wel nooit van buiten aanspraak op zijn volle liefde gemaakt heeft, maar daardoor van binnen langzaam maar zeker afgebrokkeld is. Zij houdt van hem als van geen ander en het is hard dit soort liefde altijd onbeantwoord te zien.

Eigenlijk moet ik dus heel veel medelijden met moeder hebben? Moet haar helpen? En vader? Ik kan het niet, ik zie altijd een andere moeder voor me, ik kan het niet. - Hoe zou ik ook? Zij heeft mij niets van zichzelf verteld, ik heb haar er nooit naar gevraagd. Wat weten wij van elkaars gedachten af? Ik kan niet met haar praten, ik kan niet liefdevol in die koude ogen kijken, ik kan niet, nooit! -

Als zij maar één ding van een begrijpende moeder had, of zachtheid, of vriendelijkheid, óf geduld of iets anders; ik zou haar steeds weer proberen te naderen.

Maar deze gevoelloze natuur, dit spottende wezen, daar van houden, het is me elke dag meer onmogelijk. Je Anne