Les apprentis

Les apprentis (Pierre Salvadori, 1995, Frankrijk). Belg.2, 21.25-23.00u.

Een man in de metro staart moedeloos voor zich uit. Hij neemt plaats naast een hem onbekende vrouw en legt zijn hoofd op haar schouder. De vrouw laat het zich niet alleen welgevallen, ze moet er ook om huilen.

Deze scène mag gelden als een thematische samenvatting van Les apprentis ('De beginnelingen'), maar de lyrisch-absurde toon ervan is nauwelijks representatief te noemen. De tweede speelfilm van Pierre Salvadori (zijn bejubelde debuut Cible émouvante uit 1993 wist evenmin tot de Nederlandse bioscopen door te dringen) is vooral een betrekkelijk lichtvoetige en ongedwongen collectie komische vignetten over twee Parijse losers.

De een, gespeeld door de wel als de Franse Dustin Hoffman gekenschetste François Cluzet, is een gefrustreerde toneelschrijver die chronisch treurt om een verloren liefde, droomt van een burgerlijk bestaan met kinderen en zich in leven houdt met stukjes voor een morsig karateblaadje. De andere loser is jonger en meer een nietsnut uit principe. Als hij voor het ontbijt een fles wodka en een pak cornflakes heeft gejat, kan hij vervolgens uren naar een foto van een 6-cilindermotor turen. Guillaume Depardieu, in wiens bonkigheid zich met gemak vader Gérard laat herkennen, kreeg voor deze rol een César voor de meest veelbelovende jonge acteur. Het tweetal vertoeft - als strikt heteroseksuele buddies - in een appartement van een wederzijdse vriend en houden zich in leven. Daarmee is vrijwel alles gezegd.

Veel plot heeft Les apprentis niet te bieden. Evenmin wordt ons veel psychologisch inzicht gegund in de protagonisten. Ze slepen zich voort in hun inertie, hun gebrek aan ambitie en hun sporadische geneugten. Les apprentis is vooral een portret van een levensgevoel, of beter: het gebrek daaraan. Wonderwel kan het je als kijker allemaal niet veel schelen. Daar is het scenario te vrijblijvend voor. Zo gemakkelijk als een van de hoofdpersonen tijdelijk wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, zo gemakkelijk ook hervindt hij een beetje levenslust als Marie Trintignant zich in een gastrolletje aandient. Een deus ex machina laat niet zelden, en ook nu weer, zien dat een regisseur eigenlijk niet wist waar hij naar toe wilde.