Keuringen WAO zijn niet altijd objectief

ZOETERMEER, 27 AUG. WAO-keuringen zijn niet altijd objectief, waardoor de ene arbeidsongeschikte wel en de ander niet een uitkering krijgt. Pogingen om gedeeltelijk arbeidsongeschikten weer aan het werk te krijgen, lopen waarschijnlijk op niets uit. Bovendien schendt bijna de helft van de werkgevers (44 procent) het verbod om mensen medisch te keuren als ze solliciteren op een nieuwe baan.

Dat concludeert de toezichthouder in de sociale zekerheid, CTSV, in een vandaag verschenen rapport dat is aangeboden aan staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken).

Het CTSV spreekt van een ondoorzichtige methode als het gaat om te bepalen hoe arbeidsongeschikt iemand is. De hoogte van de WAO-uitkering is daarvan afhankelijk. Controle van de beslissingen van keuringsartsen leidt vaak tot een strenger oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid van de gekeurde, waardoor zijn uitkering omlaag gaat.

De vele pogingen van kabinet en parlement om mensen aan het werk te krijgen die voor een deel nog kunnen werken, zijn tot op heden nauwelijks geslaagd, meent het CTSV. “Slechts” één op de twintig bedrijven haalt de doelstelling om 5 procent van het personeelsbestand uit zogenoemde arbeidsgehandicapten te laten bestaan. De op 1 juli van dit jaar ingevoerde wet voor de reïntegratie van arbeidsgehandicapten is volgens het College te weinig ambitieus om hierin verandering te brengen.

De kritiek van het CTSV op de keuringen valt samen met de discussie tussen werkgevers en werknemers enerzijds en het kabinet anderzijds welke instantie de WAO-keuringen in de toekomst mag uitvoeren. De sociale partners willen de keuringen met tal van wettelijke waarborgen onderbrengen bij commerciële verzekeraars. Het kabinet meent dat de objectiviteit alleen gewaarborgd is als de keuringen door een publieke organisatie worden gedaan.

Volgens College-voorzitter W. Scherpenhuijsen Rom speelt de plek waar de keuring wordt uitgevoerd geen rol bij de objectiviteit ervan. “Dat is een kwestie van intepretatie van de professionele keuringsarts”, meent hij. De richtlijnen zijn voor artsen in overheidsdienst immers dezelfde als wanneer deze voor een commerciële organisatie werken.

Het CTSV ziet wel problemen rondom de commercialisering van de sociale zekerheid als het gaat om fraudebestrijding. Werknemers worden zwaarder en eerder gestraft voor fraude dan werkgevers. Dat vindt het College zorgelijk, gezien de toekomst waarin uitvoeringsinstellingen het hun klanten, de werkgevers, steeds meer naar de zin moeten maken. Het College kritiseert ook de aanpak van fraude met WAO-uitkeringen. De pakkans neemt af. Ook de aanpak van zwarte fraude, waarbij mensen een uitkering ontvangen en daarnaast zwart werken, baart zorgen. Tussen 1993 en 1997 nam het aantal geconstateerde zwarte fraudegevallen toe met slechts 552. In dezelfde periode steeg het aantal opgespoorde gevallen van witte fraude (waarbij naast de uitkering ongeoorloofd wit wordt gewerkt) van 87 naar 10.732.