Het geheim van de formule driemaal b

Hoewel Rotterdam dezer dagen zucht onder de verstopte wegen - onder meer doordat een rijbaan van de Van Brienenoordbrug tijdelijk is afgesloten - is het aantal files bij deze stad de laatste jaren verminderd. Dankzij een optelsom van maatregelen.

'LAAT DE WITTE STREEP langs de invoegstrook langer doorlopen. Dan kunnen wij met onze vrachtauto's langer optrekken en meer snelheid maken, zodat we gemakkelijker op de rijbaan kunnen invoegen.” Het was een simpel advies, maar het bleek effectief. “Het zijn de kleine dingen die het 'm vaak doen.”

Jolanda Vis, programmamanager van het Fileplan Regio Rotterdam, kijkt met genoegen terug op de bijeenkomsten eerder dit jaar waarop 200 vrachtautochauffeurs ideeën aandroegen om het aantal files op de 'ruit' rondom Rotterdam terug te dringen. “De beroepschauffeurs weten heel goed hoe doorstroming van het verkeer bevorderd kan worden. Op hun hoge positie hebben ze meer overzicht dan bestuurders van personenauto's. En die hebben op hun beurt geen idee hoe vrachtauto's soms moeten manoeuvreren, bijvoorbeeld om snel en correct te kunnen invoegen. Het rijgedrag is volgens de 'truckers' een heel belangrijke factor bij het ontstaan en het bestrijden van files.”

Het Fileplan Regio Rotterdam waarvan de uitvoering in februari 1996 begon, heeft als doel gesteld de files op de autowegen bij Rotterdam - de A4 (Vlaardingen-Hoogvliet), A15 (Europoort-Ridderkerk), A13 (Rotterdam-Dordrecht) en A20 (Gouda-Hoek van Holland) - terug te dringen tot het niveau van 1993.

De strategie om “op korte termijn zichtbare resultaten te boeken” vat Jolanda Vis samen in de formule 3 x b: bevordering van alternatieven voor de auto, beter benutten van de bestaande wegcapaciteit en bouw van nieuwe infrastructuur, zoals doelgroepstroken voor het vrachtvervoer op de A15 en A20.

Het Fileplan is het resultaat van een samenwerkingsverband van Stadsregio Rotterdam en het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Ook de ANWB, Veilig Verkeer Nederland en de organisaties van het vrachtvervoer zoals LTO en EVO zijn erbij betrokken. Het Fileplan is vooralsnog een succes: in 1996 en 1997 daalden de structurele files op de Rotterdamse ruit telkens met 10 procent in vergelijking tot het voorgaande jaar. Rotterdam is geen uitzondering, ook elders zijn soms minder files, zoals rondom Den Haag waar een vermindering van 12 procent in 1997 ten opzichte van het jaar daarvoor werd bereikt.

“Het geheim van dit succes is in beide regio's, Rotterdam en Haaglanden, hetzelfde: minder files is het gevolg van een groot aantal maatregelen die min of meer tegelijkertijd zijn doorgevoerd”, zegt Jolanda Vis. Uiteraard speelt meer en betere infrastructuur hierbij een rol. Zoals bouw van de spectaculaire 'Ridderster', het stelsel van fly-overs op de A16/A15 bij Ridderkerk. Ook de doelgroepstrook voor vrachtauto's op de A16/A20, de toeritdosering op talrijke opritten van autowegen en de informatiepanelen boven de autowegen dragen aanmerkelijk bij tot een betere doorstroming van het verkeer.

Automobilisten houden, zo is vastgesteld, wel degelijk rekening met de actuele informatie over files op Internet, radio en de 'lichtkranten' boven de weg. Vis: “Als tijdens spitsuren een file van twee kilometer wordt aangekondigd, besluit twee procent om een andere route te nemen.” De snelheid die op de matrixborden boven de weg is aangegeven - en die, anders dan velen denken, verplicht is - zorgt ervoor dat de doorstroming optimaal is, als iedereen zich er tenminste aan houdt. Vis: “Alweer: rijgedrag is een belangrijke factor. En de meeste automobilisten erkennen het nut van gedragsregels, dat is wel gebleken tijdens de campagnes voor het ritsen” (het wisselen van rijstrook).

Het Fileplan richt zich ook tot bedrijven die worden aangespoord tot 'vervoermanagement'. Met bedrijven die zijn gevestigd op de bedrijventerreinen Waterweggebied Schiedam en Vlaardingen leidde overleg tot een interessant resultaat. De oostelijke oprit van de A4, net ten noorden van de Beneluxtunnel, werd begin juli opengesteld voor vrachtauto's met een speciale ontheffing. In ruil verplichtten de bedrijven die dergelijke ontheffingen kregen zich tot vervoermanagement. Doelstelling: het individuele autogebruik van hun werknemers in drie jaar met 10 procent terugdringen door het stimuleren van carpoolen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer.

Er zijn nog meer voorbeelden van vervoermanagement. Het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt, gelegen in het centrum van Rotterdam met een metrostation voor de deur, hanteert al langer de stelregel dat de (vele honderden) werknemers in beginsel met openbaar vervoer of fiets moeten reizen. Wie toch de auto neemt, moet voor het parkeren betalen. Dat geldt niet voor carpoolers. Een Rotterdamse autodealer stelt voor klanten desgewenst een mobiliteitsplan op, gebaseerd op (gedeeld) gebruik van auto's, scooters en fietsen.

Incidentele files op autowegen zijn vaak het gevolg van ongevallen. Na botsingen met alleen blikschade wordt de weg als regel zo snel mogelijk vrij gemaakt. De Rotterdamse politie beproeft een methode voor versneld sporenonderzoek na dergelijke ongevallen. Daarbij worden driedimensionele camera's gebruikt die het tijdrovende uitzetten van krijtstrepen op de weg overbodig moeten maken.

Dit najaar wordt een aantal park & ride-plaatsen in de Rotterdamse regio verbeterd. De meeste van deze bewaakte parkeerterreinen zijn gelegen nabij stations van de Rotterdamse metro die snelle en frequente verbindingen met onder meer het centrum van de stad biedt. Openbaar vervoer is ook verbeterd door invoering van spitsbussen en meer vrije busbanen.

Er staan nog vele andere acties op het programma om automobilisten te wijzen op alternatieven voor een plaats in de file. In totaal zijn daarmee in de periode 1996-1998 van de kant van de stadsregio en van de deelnemende gemeenten elk bijna 80 miljoen gulden gemoeid. Daarnaast wordt in de periode 1996-2000 157 miljoen gulden uitgegeven voor verbetering van de doorstroming van het openbaar vervoer.

Welke maatregelen de afgelopen twee jaar het meest hebben bijgedragen tot de vastgestelde vermindering van de structurele files bij Rotterdam is volgens Jolanda Vis moeilijk te meten. “Het gaat om het totaal van veel kleine dingen”, is haar conclusie.