Grieks-Turkse betrekkingen

“Ah Rudy, thank God you're here! Tell me somethienk: you are going to Izmir, right?” De dikke Griek was nog maar net voor mijn kin tot stilstand gekomen. Hij zweette, hij gesticuleerde, hij praatte luid en onbesuisd; hij zat zo te zien in een lastig parket.

Het was Michalis, een innemende kerel die met zijn twintig jaar in de scheepvaart meer van de wereld gezien had dan ik ooit zou doen. Eenmaal de veertig gepasseerd had zijn familie hem er aan herinnerd dat het tijd werd om aan de volgende fase van zijn leven te gaan timmeren. En dus had hij een meisje van het eiland getrouwd, een paar kinderen op de wereld gezet en zijn geld geïnvesteerd in een parfumwinkeltje. Gelukkig viel het toerisme op Chios in de winter compleet stil, zodat hij de tijd vond om via een serie internationale parfumbeurzen zijn verre vrienden te bezoeken. En nu, hartje zomer, was hij dagelijks in de haven te vinden, als hij tenminste geen klusje aan het opknappen was. Eén keer slechts had ik hem in zijn propvolle winkeltje aangetroffen, in een titanengevecht verwikkeld met een haperende lichtbak van Dior, snakkend naar adem als een vis op het droge.

Zijn worstige hand rustte op mijn schouder. Vandaag zou hij even naar Turkije overwippen. Hij had bij het schemerige Epic Travel een ticket gekocht voor een dagtour naar Izmir, maar bij het aan boord gaan was hij er achter gekomen dat Epic Travel die dag helemaal geen dagtour naar Izmir organiseerde. Gelukkig was er altijd nog de groep van die Hollandse reisleider. Een snelle blik naar de boot: “So I can come with you, right?” Geen problemen Michalis, met alle plezier zelfs. Plaats genoeg en elk verzetje was welkom.

Terwijl de Turkse gids voorin de bus zijn gebruikelijke verhaal aan het afsteken was, zat ik genoeglijk met Michalis op de achterste bank te kletsen over zijn grote hobby: het maken van plannen. Zo ging hij vandaag op bezoek bij een Turkse vriend in Izmir, met wie hij ooit nog eens zaken zou doen. Kende ik Hakan van Oscar Antilop, de leerwinkel? Of ik die kende! Hakan ontfermde zich wekelijks over mijn toeristen, schonk appelthee voor ze in, stak ze in het leer en gaf mij na afloop steevast een envelopje. Maar de zaken die Michalis met Hakan wilde opzetten waren van een andere orde van grootte, zo verzekerde hij me met klem.

Eenmaal binnen bij Oscar Antilop rende Michalis direct op Hakan af en viel hem in de armen. Hakan leek zich hiervoor nogal te generen en voerde Michalis efficiënt richting uitgang, met de droge mededeling: “Oké, let's go have some lunch.” Ik liet de groep bij de Turkse gids achter en toog met mijn twee vrienden naar zijn adresje. En daar was het best eten, drinken en plannen maken. Geen kebab maar ovenschotels, geen Efes Pils maar Tuborg Beer. Michalis en Hakan toostten op hun toekomstige samenwerking, waar ik zo onderhand toch wel nieuwsgierig naar was.

“It's very simple, my friend: Hakan en ik wachten op het moment dat de tariefmuren tussen Turkije en de EU verdwijnen. Zodra dat gebeurt, ben ik Hakans agent in heel Griekenland - en hij de mijne in Turkije. We openen een leerwinkel op Chios, maar zeker ook eentje in Athene. Op de leerwinkel in Athene!” En daar ging weer een Tuborg. Michalis glom en glinsterde van het zweet.

“Hakan, how is your son?” wilde hij plotseling weten. Hakan, die discreet een colaatje had besteld, mompelde dat het stukken beter ging met zijn zoon. Hij liet me een foto zien van een klein manneke in een blauwe overall. Onmiddellijk kwam Michalis met een foto van zijn dochtertje te voorschijn. “Look! We hebben de bruiloft al geregeld! Over een jaar of zestien, right? Op het bruidspaar!” Mijn ogen gingen van de ene foto naar de andere. Het had een tweeling kunnen zijn. Michalis beaamde het met een klap op mijn schouder, maar Hakan hield zich gedeisd. En ik moest maar denken aan wat hij me eerder gezegd had over de Grieks-Turkse betrekkingen: zolang dat stelletje corrupte politici het voor het zeggen had, zou er wel nooit wat veranderen.

Een week later stond Michalis me 's morgens vroeg bij de douane op te wachten. Hij overhandigde me een plastic tas met bloederige varkenskarbonades, zeker een kilo of vijf. “Rudy! Could you do me a very big favour?”

    • Ruard Wallis de Vries