Expositie politieke affiches in Vakbondsmuseum; Blote meid met koe in weiland

Steun! Stem! Staak! is van 28 aug 1998 tot 1 maart 1999 te zien in het Vakbondsmuseum, Henri Polaklaan 9, Amsterdam, tel 020-6241166. Open di t/m vr 11-17u, zo 13-17u. Toegang: ƒ 5. T/m 18 jr/CJP/ studenten/Pas 65+ ƒ 3.

De roodgehalsdoekte socialist richt zijn pistool op uw voorhoofd. U kijkt recht in de loop. Dat is ook meteen het laatste wat u in dit leven te zien krijgt, want de socialist is overduidelijk geen man van loze gebaren. Achter hem liggen de bebloede slachtoffers die hij zojuist aan zijn nog druipende slagersmes heeft geregen.

Typisch die onberekenbaarheid van het rode gevaar: denkt u te worden doodgeschoten, krijgt u een mes in uw rug. Nou ja, lood om oud ijzer en eigen schuld. Had u bij de Kamerverkiezingen maar niet op de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij moeten stemmen.

Lijkt het nu zo of zijn de verkiezingsaffiches van de liberalen de laatste jaren wat tammer geworden? Op de levendige tentoonstelling Steun! Stem! Staak! van politieke aanplakbiljetten in het Vakbondsmuseum hangt tenminste ook een raambiljet van de VVD uit 1974: gewoon de drie hoofdletters onder elkaar en het lijstnummer ernaast: zeker vijftien jaar in gebruik geweest. “Politieke partijen steken steeds minder inventiviteit in hun verkiezingsposters”, zegt de inrichter van de tentoonstelling, Marien van der Heijden, die honderdvijftig verschillende exemplaren heeft geselecteerd uit het bestand van 53.000 politieke affiches bij zijn werkgever, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. “Ze zijn helemaal gefixeerd geraakt op de televisie. Alleen de Socialistische Partij besteedt veel zorg aan haar affiches, omdat ze weten dat ze er tussen de huidige poster-armoede mee kunnen opvallen.”

Het was Van der Heijdens bedoeling een overzicht te geven van wat er de voorbije anderhalve eeuw aan maatschappelijke eisen, oproepen, protesten en waarschuwingen op muren, schuttingen, zuilen en lantaarnpalen is gelijmd. Hoewel niet de esthetiek van de vorm, maar de inhoud van de boodschap voor opdrachtgevers en ontwerpers voorop stond, is deze collectie niettemin een fascinerende cavalcade van stijlen, kleuren en beelden geworden. Er hangen uiteraard affiches tegen drankzucht ('Och vader blijf thuis!'), maar ook tegen invoerrechten (de fiscusgier zet zijn klauwen in de welvarende Nederlandse maagd) en tegen de uitbreiding van de Nederlandse vloot in de jaren twintig. Na 1945 is het overigens gedaan met de zwaar aangezette symboliek van gebalde vuisten, wapperende vlaggen en mensenschrokkende doodshoofden. Van der Heijden: “Iedereen had er schoon genoeg van na vijf jaar nazi-propaganda.” De politieke affiches worden lief, met poppetjes en vlinders. Op de poster die in 1956 het vijftigjarige NVV huldigt, prijken bloemen, waartussen alleen de aandachtige beschouwer een lasbril ontwaart.

Het toppunt van ontwapenende zachtaardigheid is de PSP-poster uit 1971 (blote meid met koe in zomers weiland). Die zorgde dan ook hier en daar voor een rel. In menige provincieplaats rukte de veldwachter persoonlijk deze aangeplakte schunnigheid van de boomstammen. Dat is de andere kant van politieke affiches: ze kunnen taboes raken, sarren.

Han Pieck, Antons minder zoetsappige broer, deed dat al in de jaren dertig met zijn verboden protest tegen het kolonialisme (een Indonesiër wiens mond is gekneveld door de Nederlandse vlag). Een fotomontage van premier Van Agt, die slinks geld krijgt toegestopt door werkgeversvoorzitter Van Veen, leidde eind jaren zeventig tot een proces. Nog altijd is de poster van Kritisch Faunabeheer (hoofd van jager als trofee aan de muur gespijkerd onder de leus HEBBES!) onder de rechter. Daarom is dit aanplakbiljet op de expositie slechts vertegenwoordigd door een lege lijst.