Een voorliefde voor doolhoven

Morgen gaat in Amsterdam de eerste winkel van het kledingmerk 'People of the Labyrinths' open. In het buitenland zijn de wilde stoffen van 'P-o-t-l' allang bekend, nu kan ook Nederland kennismaken met de prints van hersenen, vingerafdrukken en andere doolhofmotieven.

People of the Labyrinths, Van Baerlestraat 42-44, Amsterdam. Inl 020-6640779

Liz Taylor draagt het, Mickey Rourke, Elton John, Steven Spielberg, Willeke Alberti, Fergie, nog zo wat beroemdheden. Er zijn ook kinderen die er voor sparen en volwassenen die heel ongelukkig zijn als hun tien jaar oude 'People' kleren worden gestolen. Want dat gebeurt veel, zegt Geert de Rooy. Hij en de publiciteitsschuwe compagnon Hans Demoed, ook partners in het dagelijks leven, staan achter het merk met de intrigerende naam The People of the Labyrinths.

“Als kind was ik al gek op doolhoven”, verklaart De Rooij de herkomst van de naam. “Voor ons eindexamen - aan de academie van Arnhem - maakten we een collectie getiteld 'Het volk van de labyrinten', met op de kleding prints van wegennetten, vingerafdrukken, genen, hersenen, allemaal doolhof-motieven.” Motieven die vijftien jaar later nog steeds het karakter van de kleding bestempelen. 'The People of the Labyrints' volgt trend noch mode en is toch eigentijds. “Je gaat ervoor of je vindt het afschuwelijk; een middenweg is er niet”, aldus De Rooy.

Het draait bij The People om de stoffen. Demoed is de 'alchemist' die inverft en drukt, mangelt en zo nodig nog een keer inverft: alle zijde, leer, wol, fleece en katoen wordt ruw, in wit of écru aangeleverd op het P-o-t-L proeflaboratorium in Arnhem en bewerkt met voornamelijk natuurlijke pigmenten. Niet wegens wetten of moraal, maar omdat ze dat mooier vinden. “Chemisch geverfde stoffen zijn kapotgeverfd”, zegt De Rooy. “Zelfs als we felle of neonkleuren gebruiken, hebben onze stoffen toch iets 'aard'-igs.”

De kleding van The People staat dwars op de huidige minimalistische en sluike mode, die volgens De Rooy “heel mooi kan staan, maar het is wel allemaal inwisselbaar”. People is kleurig, vaak comfortabel wijd - veel modellen zijn maatloos - en vormt een vreemde mix van grof of wild enerzijds, zacht en sprookjesachtig anderzijds. Ondanks het weelderige stofgebruik van hoogglanzende velours, doorschijnende zijde en bont, en ondanks kabbalistische prints, vermengd met letters en regels, pijlen, zonnen, sterren of manen, gaan People-stoffen niet mank aan een benauwende overdaad aan versiering. 'Barok' is het niet, aldus De Rooy “en ook geen kitsch, want het wordt nooit gemaniëreerd, is nooit tot in pietepeuterige details doorgezet. Er is altijd een onderstroom van humor die het luchtig houdt.”

Een arbeidsintensief proces, dus duur. “Ik kan me heel goed voorstellen dat dat frustrerend is als je weinig geld hebt”, zegt De Rooy, “maar alles wat met aandacht en liefde gemaakt is, heeft een prijs. En je krijgt er wat voor: onze stukken zijn mixbaar en raken niet gedateerd. Iets van seizoenen geleden kun je nog combineren met een nieuw stuk, of met kleding van andere merken.”

Hoge prijzen hebben een gestage groei niet in de weg gestaan. Met achttien werknemers maakt het Arnhemse bedrijf een omzet van circa vier miljoen gulden, en levert het daarvoor wereldwijd 10.000 stukken per jaar af, het meeste in de VS, Scandinavië, Duitsland en België. Nederland bleef lang achter - “het is nu eenmaal zo dat je eerst bekendheid in het buitenland moet krijgen, plus dat wij toch in de provincie zitten” - maar “begint bij te trekken.” Morgen wordt de eerste The People of the Labyrinths winkel geopend, in de Van Baerlestraat in Amsterdam. Hier zal het complete assortiment, met vrouwen-, mannen- en kinderlijn verkocht worden, plus het People-glaswerk, de meubels en de gordijnstoffen. Ook kun je er terecht voor interieuradvies. “Ons eigen huis is gedecoreerd met onze lappen, met oud meubilair dat we opnieuw bekleden en restylen. Steeds vaker kregen we het verzoek om mensen te helpen bij de inrichting van hun huis, dus kwamen we op het idee om dat ook professioneel aan te pakken.”

De ontwerpers hebben ook een eigen parfum uitgebracht - en daarmee een oude droom verwezenlijkt. Een parfum dat een symbiose moest worden tussen de voorkeuren van De Rooy (helder, fris, met veel “versgemaaid gras”) en Demoed, die meer van bloemige en zwoele “boudoirgeuren” houdt. Een uni-geur, want aparte geuren voor mannen en vrouwen vinden ze “totale onzin”. Luctor et Emergo - zo heet het - is kostbaar, want bestaat alleen uit natuurlijke ingrediënten. Want De Rooy en Demoed wilden niet “zo'n moderne lucht die je op straat met een hamer tegen het hoofd slaat”.