Clochemerle

Weken gingen voorbij en er gebeurde niets. Na de roerige, grote bijeenkomst in het gemeentehuis waarbij burgemeester Dominique Bousquet zijn volle gewicht had ingezet om onze Vereniging van Handelaren en Ambachtslieden (ACAT) in Thenon nieuw leven in te blazen door zelf nieuwe bestuursleden aan te werven, viel er een diepe stilte. Ik kwam niemand tegen in het dorp, de telefoon zweeg en er viel ook geen brief in de bus.

De bijeenkomst galmde nog na in mijn hoofd. Natuurlijk was ik er wel trots op dat de burgemeester mij, als buitenstaander en als vreemdeling, als buitenlander nog wel, in zijn werving had betrokken. Maar ook begon ik me vragen te stellen. Waarom hadden zovele bekende dorpsgenoten zo demonstratief hun medewerking geweigerd?

Ook voelde ik me een beetje gestrikt. Had ik er eigenlijk niet verstandiger aan gedaan die avond zachtjes, op de tenen, achter de rijen om, de buitendeur op te zoeken? In plaats van parmantige woorden te spreken en te zeggen dat er wel hoop was

En waartoe had ik me nu eigenlijk verbonden? Ik kon me niet voorstellen dat iemand als Bousquet, gepokt en gemazeld als burgemeester en parlementslid, zich tussen twee verkiezingen door helemaal vrijblijvend had ingezet. Misschien ook was zijn optreden ingegeven door een wenk van zijn gaullistische vrienden in regering en parlement, aan hem en zijn collega's-burgemeester, om de uitstervende bedrijvigheid 'aan de basis' aan te blazen. Daarover spraken de politici immers voortdurend in de media.

Maar wat werd er nu eigenlijk concreet van mij verwacht? Erger nog, wat kon ik doen, als buitenstaander, als vreemdeling én als iemand van de zogenaamde 'derde leeftijd', een oudere? Duizend vragen spookten door mijn hoofd toen dan op een avond toch de telefoon ging.

Het was Yves Pouyau, mijn kennis en de voorzitter van de Vereniging. Hoe het met me ging, vroeg hij belangstellend.

Ik zei: “Ça va (goed). “Maar”, voegde ik eraan toe, “wat moet ik denken van onze avond op het gemeentehuis? Hoe gaat dit nu verder?”

“Rustig, kalm aan”, zei Yves. “Je gaat veel te snel voor deze regio hier. Maar ik feliciteer je wel met je benoeming. Je bent ook lid van ons bestuur. Heb nog even geduld. Er komt een brief aan met meer bijzonderheden.”

“Benoeming?” vroeg ik. “Door wie dan en wanneer?”

Yves grinnikte even. “Voyons”, zei hij. “Komaan, je hebt het applaus toch gehoord dat op je woorden volgde? Dat sprak boekdelen, dat was je motie van goedkeuring. Meer heeft een mens toch niet nodig? Zelf heb ik al jaren geen applaus meer gekregen, wat ik ook zei. En stel verder niet zo veel vragen, dat is niet gebruikelijk hier. Dan spreek ik het codewoord uit. Dat is net zoiets als wanneer de regering in Parijs de pijnlijke vraag wordt gesteld waarom ze een bepaalde maatregel heeft genomen. Dan zeggen ze: 'Staatsbelang!' Een heilig woord dat elke mond snoert. In zo'n geval zeg ik in ons bestuur: 'Pssst... Clochemerle!' Zegt dat woord jou iets, vreemdeling?”

Ja, het zei me iets. 'Clochemerle' is het ooit nog verfilmde verhaal van een kleine Franse dorpsgemeenschap, ergens diep in de binnenlanden van Frankrijk, waar alles misloopt omdat de bewoners het zo druk hebben met elkaar te betrappen op kleine en grote zonden, dat ze niet meer toekomen aan iets anders, zelfs niet aan hun eigen zonden. De film, nog in zwart-wit, werd een wereldsucces en daarmee 'Clochemerle' het symbool van de soms ergerlijke, soms ontroerende achterlijkheid van een dorpsgemeenschap, komisch afstekend tegen de efficiënte zegeningen van de moderne stadsbevolking.

“D'accord”, zei ik. “Ik begrijp het. Ik zal de brief afwachten.”

Ineens zag ik weer voor me hoe die avond in het gemeentehuis, na afloop mijn dorpsgenoten en ikzelf weer naar buiten schuifelden. Ik kreeg heel wat handen te schudden en van alle kanten werd mij 'bon courage' (veel sterkte) toegewenst.

Toen ik de buitendeur had bereikt zag ik in het vale licht van twee hangende lantaarns Yves op het pleintje staan praten met de burgemeester. Maar voordat ik dichterbij had kunnen komen, namen zij haastig afscheid en gingen uiteen.

Wat hadden zij daar toen afgesproken? Pssst... Clochemerle dus.