Westerse visie op politieke realiteit in Rusland is onjuist

Onder Boris Jeltsin zijn nieuwe voorwaarden geschapen voor de oude communistische nomenklatoera om zich te handhaven en ondertussen de economische verhoudingen geheel naar eigen snit te reconstrueren, meent Hubert Smeets. Het Westen heeft het echter niet willen zien.

In een paar jaar tijd de staat afschaffen en de kosten van de operatie afwentelen op de buitenstaanders. Zelfs de meest radicale neoliberalen en/of marxisten hadden daarvan niet durven dromen. Wie een jaar geleden op dit scenario tienduizend dollar zou hebben ingezet, zou zijn uitgelachen. Het ging volgens velen juist goed met emerging market Rusland. Nu weet menigeen dat je toen beter tienduizend dollar had kunnen vergokken bij een totalisator dan beleggen op de beurs van Moskou.

Is dat erg? Is dit slechts klein leed voor naïeve spaarders? Of zijn wij ook in breder verband betrokken bij de implosie van de Russische staat?

Volgens menig financieel expert in het Westen - variërend van de Europese Commissie tot supranationaal bankier Duisenberg - is relativeringsvermogen geboden. Tot nu toe is er van uitstraling immers geen sprake. Bovendien, wat stelt Rusland nou nog voor? De economie is niet groter dan de Nederlandse. De beurs in Moskou is hooguit vergelijkbaar met die van Brussel. En de bevolking is er kleiner dan die van China, India, Amerika, Indonesië en Brazilië. Eigenlijk is Rusland voor ons alleen nog maar een grondstoffenparadijs. Die cira 175 miljard dollar buitenlandse schuld, die de Russische staat het laatste decennium op zich heeft genomen, heeft dus een serieus onderpand. Met andere woorden, het is al mooi meegenomen dat de nieuwe premier Viktor Tsjernomyrdin de binnenlandse schuld van 40 miljard dollar misschien ooit eens terugbetaalt, zoals hij gisteren heeft aangekondigd.

Is Rusland een nieuw soort India, zoals Vara-voorzitter Marcel van Dam acht jaar geleden met zijn actie Help de Russen de winter door al aanvoelde? Als dat inderdaad zo is, zal het faillissement van Rusland het regeerakkoord van Paars II niet bedreigen. Maar ik zou m'n hand er niet voor in het vuur steken, zoals ik ook het omgekeerde niet durf te garanderen.

Daarmee is de crisis in het Oosten echter nog niet afgelegd. De ontmanteling van de Russische staat dwingt ons namelijk wel degelijk tot enige openhartige zelfreflectie, een houding waartoe velen sinds de val van de Muur in Berlijn helaas niet bereid zijn gebleken. De grote ideologische overwinning in de Koude Oorlog heeft de visie op Rusland, het hart van het vijandige 'socialistische kamp', al die jaren zo diepgaand beïnvloed dat ze ons juist nu parten speelt.

Deze blikvernauwing heeft zich gemanifesteerd vanaf het moment dat de Sovjet-Unie door de knieën zeeg. Van de ene op de andere dag is president Boris Jeltsin toen omarmd als de man die Rusland op democratisch-kapitalistische grondslag zou gaan hervormen en daarbij buitenlandse hulp nodig had. Alle gebeurtenissen in Rusland zijn sindsdien beoordeeld met een meetlat waarin 'democratisch' en 'hervormingsgezind' de voornaamste criteria voor politieke en/of economische betrouwbaarheid zijn geweest.

'Jeltsin pal voor democratie', 'Jeltsin schakelt conservatieven uit', 'Hoop op hervormingen nog niet voorbij' etcetera: dat waren vaak de headlines waarmee de ontwikkelingen moesten worden samengevat.

Is de variatie in deze koppen al niet groot, de gedachte erachter is nog beperkter geweest. Grof gezegd komt die visie op het volgende neer: alles wat in Rusland zegt Westers te zijn, is goed - en als de Russen dat zelf nog niet doorzien, is dat slechts een kwestie van tijd. Deze benadering verklaart de moeite die een respectabel tijdschrift als The Economist heeft gehad om medio jaren negentig een eerste kritische kanttekeningen bij Jeltsin te plaatsen. Ze verklaart eveneens het gemak waarmee het woord 'conservatief' voor Rusland wordt gebruikt als negatief adjectief door mensen die hier juist trots zouden zijn op zo'n bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld omdat ze bij een multinationale onderneming werken of het beste voor hebben met de overheidsfinanciën dan wel de democratie. Dat ook in post-socialistisch Rusland de wet van Lenin - 'een stap voorwaarts, twee stappen terug' - nog steeds relevant is, is daarom enigszins over het hoofd gezien.

Wordt hiermee logischerwijs betoogd dat er afgelopen zeven jaar weinig tot niets is veranderd in Rusland? Nee, allerminst. Er is sinds 1991 juist veel veranderd. Maar dat zijn wel veranderingen geweest die zich niet laten vangen in de Westerse semantiek.

In Rusland heerstte ooit socialistische corruptie en regeert nu kapitalistische corruptie. Dat is kwantitatief én kwalitatief een enorme metamorfose, die niet genoeg gewaardeerd kan worden.

In de eerste plaats omdat de bedragen tegenwoordig van een andere orde zijn dan tien jaar geleden en nu de halve wereld bestrijken en niet meer alleen de Sovjet-Unie en bondgenoten. Brezjnevs schoonschoon Tsjoerbanov was, met zijn frauduleuze katoenplantages in Oezbekistan, een ordinaire middenklasser vergeleken met bijvoorbeeld voormalig minister van buitenlandse handel Pjotr Aven, die nu leiding geeft aan één van de amper tien financieel-industriële energieconglomeraten die de gehele Russische economie zijn gaan domineren.

In de tweede plaats omdat de corruptie toen werd gezien als een bewijs voor de stelling dat het socialistische systeem rot was en nu wordt opgevat als de onvermijdelijke contra-indicatie van een historische overgangstijd. Zoiets als de 'robber barons' in de Verenigde Staten na de burgeroorlog. Kortom als signaal voor het goede in plaats van het slechte. Corruptie, vroeger omschreven als 'van boven', heet nu niet voor niets een 'dak hebben'.

En tenslotte omdat de machtsverhoudingen door deze kentering danig van karakter zijn veranderd. In het 'reëel bestaande socialisme' werd de gewone burger met repressief-politiek middelen buitengesloten. Thans wordt hij op grond van financiële en dus veel objectievere motieven geïsoleerd. Het ontbreken van democratische zeggenschap bood toen rust en rechtvaardigde permanent de vraag 'wie is er schuldig'. De democratische verworvenheden van 1991 hebben de burger daarentegen medeplichtig gemaakt.

Het is sinds de Koude Oorlog wellicht niet gepast, maar wie de diepgang van deze hervormingen van Rusland wil begrijpen, zou er de klassieke Italiaanse communist Antonio Gramsci er eens op moeten nalezen. De Britse journalist Anatol Lieven heeft dat onlangs gedaan. In zijn boek Chechnya. Tombstone of Russian power komt hij tot de conclusie dat de theorieën van Gramsci zo dol nog niet zijn. Zij het dat Gramsci in Rusland op zijn kop is gezet. Volgens Gramsci woedt er een permanente 'positie-oorlog' tussen oude en nieuwe elites, zonder dat de economische basis direct om zeep wordt geholpen. Als de nieuwe elite voldoende culturele bondgenoten heeft verzameld, is deze 'passieve revolutie' voltooid en kan het proces opnieuw beginnen. Zie Indonesië. In Rusland is volgens Lieven het omgekeerde gebeurd. Het democratische regime van Jeltsin heeft niet een nieuwe elite op het toneel gebracht. Integendeel, het bewind heeft de voorwaarden geschapen voor de oude elite om zich te handhaven en ondertussen de economische verhoudingen geheel naar eigen snit te herstructureren.

'Staatsmonopoliesocialisme' is aldus staatsmonopoliekapitalisme geworden. De elite, die deze maatschappelijke processen heeft beheerst en nog steeds controleert, is op de keper beschouwd dezelfde gebleven. Het is geen toeval dat er de afgelopen zeven jaar maar één serieuze minister is geweest die voordien geen lid was van de communistische partij. Het is evenzeer logisch dat er zich geen stabiele middenklasse heeft gevormd die het bankroet van dezer weken zou hebben kunnen verijdelen of desnoods vertragen door wel vertrouwen te etaleren in de eigen nationale munt.

Het Westen heeft deze ongekende transformatie gefinancierd met dollars die nu lekker uitrusten in Zwitserland of op de Kanaaleilanden en de roebel in een vrije val hebben gestort. De oude communistische elite heeft de afgelopen tien jaar op krediet nieuwe maatschappelijke verhoudingen kunnen scheppen, verhoudingen die zich niet meer zomaar zullen wijzigen. Nu nog praten over hervormingen is dan ook lachwekkend.