Twijfel blijft over aard van fabriek

De door de Amerikanen vrijgegeven informatie over het 'tastbare bewijs' van VX-productie in de gebombardeerde Soedanese fabriek heef de twijfels over de aard van de fabriek nog niet kunnen wegnemen.

ROTTERDAM, 26 AUG. Volgens een onderzoeker van TNO's Prins Maurits Laboratorium in Rijswijk is de aanwezigheid van de stof EMPTA (ethyl methyl phosphono thion zuur) in bodemmonsters rond de Soedanese fabriek op zichzelf een sterke aanwijzing dat de fabriek VX produceerde. Er zijn drie verschillende bereidingswijzen voor VX. In een daarvan is EMPTA, formeel overigens O-EMPTA, de laatste stap tot het eindproduct. Er is geen andere toepassing van O-EMPTA dan de productie van VX, ook is het, voor zover bekend, geen uitgangs- of omzettingsproduct van pesticiden. Daarom heet het in de conventie tegen chemische wapens een 'schedule 1 component'. Als zorgvuldig is bemonsterd en de bewaking van het monster in de gang naar de eindanalyse (de 'chain of custody') zorgvuldig was, kan de vondst van O-EMPTA bijna als bewijs gelden.

“Een probleem is dat detectie van O-EMPTA in bodemmonsters technisch lastig is, je zou op zijn minst twee onafhankelijke analyses willen hebben voor een bewijs. En de Amerikaanse staat van dienst is wat dit betreft niet helemaal vlekkeloos. In de kwestie van de mycotoxinen, de 'gele regen', die sinds 1976 in Laos en Cambodja zouden zijn gebruikt hebben de VS stellige beschuldigingen achteraf moeten intrekken. Een ander punt is dat O-EMPTA te boek staat als een weinig stabiele verbinding die in de bodem snel onder invloed van zuurstof wordt omgezet. Het is dus eigenlijk weinig waarschijnlijk dat deze stof in noemenswaardige hoeveelheid gevonden wordt.”

Van het Soedanese aanbod om de puinhopen van de fabriek te inspecteren is nog geen gebruik gemaakt. De mede door het Prins Maurits Laboratorium opgeleide internationale inspecteurs die toezien op naleving van de conventie tegen chemische wapens staan buiten spel omdat Soedan de conventie niet tekende. “Maar”, zegt de TNO-onderzoeker, “in andere conflicten werd daar via de VN vaak snel een praktische oplossing voor gevonden.”