Snijbiet

Terwijl ik in mijn moeras waadde, en naar mijn armetierige groenten staarde, herinnerde ik mij opeens dat ik in een tuinblaadje een lofzang had gezien over snijbiet. Zou ik dat op mijn zompige kleiakker kunnen telen? Of zouden de slakken ook daarmee korte metten maken? In een biologisch-dynamisch winkeltje kocht ik snijbietzaad van de Bolster. Op een zondagmorgen zaaide ik het. Ik zaai en plant alles op zondag omdat ik heb gemerkt dat al wat je op die doorluchtige dag des Heren aan de kleigrond toevertrouwt rijkelijk wordt gezegend en geweldig opkomt. Geen betere werkdag dan de zondag!

Nog had ik de Gewone Groene niet gezaaid, of ze kwam de grond uit daveren. De moessonregens deerden haar niet. De naaktslakken bleven eraf. Al na een paar weken kon ik de groene blaadjes oogsten. Eens heeft er in deze krant een meesterlijk recept gestaan van Anne Scheepmaker voor spinazie frittata. Welnu, ik bereidde snijbiet frittata, en wat een verrukkelijk gerecht bleek dat te zijn!

Ondertussen groeide de snijbiet alweer lustig door. Een week later kon ik opnieuw oogsten! Deze zomer mag niet gered zijn, maar om de donkere wolk gloeit toch een gouden snijbietrandje. Eenmaal per week kan ik in ieder geval snijbiet eten. De hongerdood is afgewend.

Het is eigenaardig dat de groente snijbiet in Nederland zo in diskrediet is geraakt. Je kunt hier niet naar Albert Heijn stappen en snijbiet kopen. 'Snijbiet en vooral melde zijn geheel verdrongen door spinazie', zeggen Buishand en Houwing in hun boek Bijzondere oude en nieuwe groenten in tuin en keuken. Het is begrijpelijk, want de smaak van spinazie is net iets verfijnder, zachter, subtieler. In de smaak van snijbiet schuilt heel in de verte iets bitters. Dat zal de reden zijn waraom de slakken eraf blijven. Maar mijn vader zei altijd: 'Bitter in de mond is voor 't hart gezond.' Een reden te meer dus om snijbiet te eten!

Snijbiet wordt in Engeland wel de poor man's spinach genoemd, maar aangezien de teelt ervan veel eenvoudiger is dan die van spinazie vind ik het onbegrijpelijk dat het nergens te koop blijkt te zijn. Misschien is het slecht houdbaar, en kun je het daarom nergens krijgen. Of zou er een andere reden zijn? Toen ik er zo langs m'n neus weg in wat groentenwinkels naar informeerde, werd het een paar maal schamper armeluisgroente genoemd. Kan zijn, maar in zo'n zomer als wij nu achter de rug hebben groeit het tenminste. En in het kookboek van Marcella Hazan (De mooiste Italiaanse recepten) las ik toch zomaar: 'Van alle groene groente spreekt de snijbiet het meest tot de vindingrijke verbeelding van Italiaanse koks. De bladeren kunnen worden gebruikt in vullingen voor pasta's, vlees of vis; ze kunnen gekookt worden voor een warme salade, gekruid met olie, zout en peper en een druppeltje citroensap, of gesauteerd als spinazie; de zoet smakende stelen zijn verrukkelijk om te bakken of om in gegratineerde gerechten te verwerken.'

Wil je Hazans recept 'Gesauteerde stelen van snijbiet in olijfolie en knoflook' maken dan moet je, behalve de Gewone Groene snijbiet ook de zogenaamde Gele Witribbige of de variëteit Lucullus telen. Ook die rassen, zo heb ik inmiddels al vastgesteld, schieten op de klei snel uit de grond en vormen grote bladeren op hoge, stevige stelen. Die stelen kun je, net als de stelen van bleekselderij, in stukjes snijden en even bakken. Mij dunkt dat deze snijbietvariëteit met stevige stelen allicht wat beter houdbaar moet zijn dan de Gewone Groene en derhalve in groentenwinkels niet mag ontbreken.

Wie lost voor mij het snijbietraadsel op? Waarom is deze groente nergens te krijgen? En dat terwijl een oud-Nederlands gezegde luidt: 'Op roggestoet en snijbietstengels gedijen zelfs de domste bengels.' Onlangs werd veel ophef gemaakt over de voltooiing van het Woordenboek der Nederlandse Taal. Welnu, daarin zocht ik in de cd-rom versie op of dat bovenstaande rijmpje onder het lemma snijbiet te vinden was. Wie schetst mijn verbazing toen het woord snijbiet in het WNT totaal bleek te ontbreken! Zou het dan onder biet staan, dacht ik. Wat vond ik daar? Aan het eind van het lemma deze opmerking: 'Biet als tweede lid. Krote -, snijbiet, suikerbiet, tuinbiet, (zie die woorden).' Zie die woorden! Als je vervolgens bij snijbiet zoekt, blijkt dat woord totaal afwezig. Wat eigenaardig! Beter kan de vreemde veronachtzaming en onterechte verwaarlozing van deze pittige, en aan ons klimaat zo goed aangepaste groente niet geïllustreerd worden.