Serviërs doden in Kosovo drie hulpverleners

PRIŠTINA, 26 AUG. In Kosovo zijn voor het eerst hulpverleners het slachtoffer geworden van de strijd. Drie medewerkers van de Moeder Teresa Sociëteit werden door Servische politietroepen doodgeschoten.

De Moeder Teresa Sociëteit is een organisatie van de Kosovo-Albanezen zelf, die vluchtelingen humanitaire hulp biedt en die zich - net als de internationale hulporganisaties - vaak beklaagt over tegenwerking van de Servische autoriteiten. Gisteren was een konvooi van de organisatie, bestaande uit zeven tractors met opleggers, met voedsel en geneesmiddelen op weg naar vluchtelingen in de buurt van Mališevo, een voormalig bolwerk van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Het konvooi had juist bij een controlepost van de Servische politie toestemming gekregen om door te rijden toen een tank van de Servische politie het vuur opende op het konvooi. Drie Albanezen werden daarbij gedood. De Serviërs openden daarop met machinegeweren het vuur op de andere tractors. Daarbij werd nog een medewerker van de Moeder Teresa Sociëteit gewond.

De Joegoslavische president, Slobodan Miloševic, heeft gisteren gezegd voor “een strikt vreedzame oplossing” van de crisis in Kosovo te zijn, maar daaraan toegevoegd dat die alleen maar mogelijk is als eerst “de situatie wordt gestabiliseerd”, en wel door “het terrorisme uit te roeien”. Miloševic zei dat in een gesprek met de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill, die met een pendelmissie tussen Priština en Belgrado - tot nu toe tevergeefs - tracht de partijen rond de tafel te krijgen. Miloševic zei ook dat een opheffing van de internationale sancties die wegens zijn Kosovo-beleid tegen Joegoslavië zijn genomen “de stabiliteit op de Balkan” ten goede zou komen. “Als de Amerikanen het echt goed voor hebben met dit deel van Europa, moeten ze de sancties afschaffen die op lange termijn ernstige humanitaire en economische moeilijkheden veroorzaken”, aldus Miloševic in een verklaring, uitgegeven na het gesprek met Hill.

Het Servische offensief in Kosovo wordt intussen onverminderd voortgezet. Gisteren meldden Albanese bronnen in Priština dat de twee voorafgaande dagen 25 Albanezen zijn gedood. Gisteren constateerden buitenlandse journalisten in Kosovo dat alle door Albanezen bewoonde dorpen in het Komoran-dal, twintig kilometer ten westen van Priština, door de Servische politietroepen in brand waren geschoten. Internationale waarnemers bevestigden dat later. Albanese bronnen maakten melding van gevechten verder naar het westen.

De NAVO wil de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR aanbieden waar mogelijk te helpen bij de opvang van vluchtelingen in Kosovo. Daarbij wordt gedacht aan hulp bij het transport van vluchtelingen, het bezorgen van eerste levensbehoeften en het lokaliseren van vluchtelingen. Dat is gezegd na een bijeenkomst in Brussel van de NAVO-ambassadeurs. (Reuters, AP, AFP)