Rusland en Azië raken Van Leer niet

AMSTERDAM, 26 AUG. De financiële crises in het Verre Oosten en in Rusland zijn voor verpakkingsproducent Van Leer niet meer dan een paar wolkjes aan een stralende hemel. “En iedereen weet wat er met wolken gebeurt: die drijven over”, verklaarde bestuursvoorzitter W. de Vlugt gisteren.

Hij schetste zijn optimistische kijk tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers. Het beursfonds Van Leer kon ondanks zijn aanwezigheid in de probleemgebieden Azië en Rusland een groei van de nettowinst van ruim 13 procent tot 64 miljoen gulden melden. De omzet nam, vooral als gevolg van het afstoten van enkele activiteiten, licht af tot 2,27 miljard.

Ondanks de financiële brandhaarden verwacht De Vlugt voor de rest van het jaar een duidelijke stijging van de winst, een groei van 7 tot 12 procent. “De situatie in het Verre Oosten is volgens mij alweer aan het verbeteren. Onze activiteiten in Thailand en Maleisië trekken weer aan. Alleen de fabriek in Maleisië heeft korte tijd met een licht verlies gewerkt. Ook de export vanuit Australië heeft te lijden gehad van de crisis, maar al met al maken we in deze regio niet meer dan 3 procent van de omzet.”

De devaluatie van de Russische roebel maakt volgens De Vlugt de export vanuit dat land goedkoper. “We hebben daar pas een acquisitie gedaan en die vatenfabriek gaat volgend jaar al aan de winst bijdragen. Ik zou willen dat er nog meer van dergelijke overnames in Rusland te doen zijn.”

Ook de alarmerende berichten uit Latijns Amerika zegt De Vlugt met een flinke korrel zou te nemen. Zowel de munt in Venezuela als in Mexico staat onder sterke druk. “Niets nieuws onder de zon. In de laatste vijftig jaar is de bolivar in Venezuela al honderd keer minder waard geworden. In Latijns Amerika draaien we als een speer.”

De producent van onder meer olievaten, margarinekuipjes en ijsverpakkingen staat er volgens de bestuursvoorzitter zo goed voor dat naar een grote acquisitie wordt gekeken. Daarbij kan het zomaar om een bedrag van 1 miljard gulden (“overnamesom of omzet”) gaan. “We willen op het vlak van de consumentenverpakkingen een wereldspeler worden. In die sector kijken we nu. We hebben nog niets concreets op het oog, maar als onderneming zijn we er klaar voor.”

In de eerste helft van dit jaar zorgden verpakkingen voor consumptieartikelen voor iets meer dan de helft van de omzet. Op de productie ervan wordt een brutomarge van 5,6 procent behaald, tegen 5,3 in 1997. Industriële verpakkingen leveren een marge van 5,6 procent op, tegenover 5,1 procent een jaar eerder.