Oud-premier Juppé ontkent fraude in Parijs

PARIJS, 26 AUG. de Franse oud-premier Alain Juppé ontkent dat de gemeente Parijs met zijn medeweten medewerkers van het RPR-partijbureau op de loonlijst had staan die in feite niet voor het stadsbestuur werkten. Juppé, tegen wie de rechter dit weekeinde een onderzoek begon, ontkent niet dat de medewerkers door de gemeente werden betaald, maar hij zei gisteren dat ze zowel voor de partij als voor de gemeente werkten. Juppé verdedigde die werkwijze met een verwijzing naar de gebrekkige regelingen voor de financiering van politieke partijen die in die tijd bestond.

Het schandaal kwam aan het ligt na openlijke beschuldigingen van Georges Quemar, een personeelsfunctionaris die zei dat de ongeveer 300 fictieve banen de belastingbetaler jaarlijks ruim 33 miljoen gulden zouden hebben gekost.

De gaullistische RPR is de partij van president Chirac. Een strafrechtelijk onderzoek naar de financiering van de partij duurt al vele jaren. Dit voorjaar werd Chirac zelf, die tussen 1977 en 1995 burgemeester was van Parijs, voor het eerst in verband gebracht met de fraude. De rechter is ook een onderzoek begonnen naar Michel Roussin, directeur van het Parijse bureau van Chirac.

Een oud-penningmeester van de RPR verklaarde in april tegenover de rechter van instructie dat Chirac hem in 1984 vertelde dat de partijkas zo goed als leeg was. “Ik reken op alle vormen van verbeeldingskracht uwerzijds om daar wat aan te doen”, zou Chirac hebben gezegd. Galley en anderen zouden daarop ongeoorloofde middelen hebben gebruikt om het probleem op te lossen. In mei verklaarden getuigen dat de partij in Parijs bij publieke aanbestedingen drie procent 'RPR-belasting' zou hebben geëist.

Juppé noemde het gisteren “absurd” om te veronderstellen dat Chirac zelf bij het schandaal betrokken zou raken. Het vooraanstaande kamerlid Patrick Devedjian zei gisteren dat de Franse president “gelukkig een bijna absolute constitutionele immuniteit geniet”. Toen de eerste geruchten dit voorjaar in de publiciteit kwamen, liet minister van Justitie Elisabeth Guigou nog weten dat die immuniteit zich niet uitstrekte tot de tijd vóór de president was gekozen. Een collega speculeerde zelfs over vervroegde presidentsverkiezingen. Maar zij werden later door premier Jospin van de linkse coalitieregering teruggefloten.

De 53-jarige Juppé, die zich na de verkiezingsnederlaag van vorig jaar terugtrok uit de frontlinie van de politiek, is burgemeester van Bordeaux en kamerlid. In 1994 benoemde Chirac hem tot voorzitter van de RPR. Daarvoor was hij verantwoordelijk voor de Parijse financiën.

De rechter onderzoekt ook of hij zich schuldig heeft gemaakt aan “illegaal persoonlijk voordeel”. Hij zou het omvangrijke privé-woningbezit van de stad voor vriendenprijzen ter beschikking werd gesteld van partijfunctionarissen en vrienden. Geruchten daarover tijdens zijn premierschap dwongen hem en zijn volwassen kinderen halsoverkop te verhuizen. (AFP, Reuters, AP)