Ondergaande markten

DE TRANSMISSIEBAND van de wereldeconomie draait op volle kracht achteruit en niemand weet waar de knop zit om de machine weer vooruit te krijgen. Als domino's storten economieën, munten en beurzen van het ene land na het andere in. De beproefde bezweringsformules werken niet, de financiële noodprogramma's helpen niet, de internationale pogingen tot indamming lukken niet. De voordelen van de verwevenheid van de mondiale economie verkeren nu in hun tegendeel. Iedere crisis leidt tot een volgende en zolang een afdoend antwoord niet is gevonden, dringt de vraag zich op: waar zal dit stoppen?

Grote delen van de wereldeconomie bevinden zich in een spiraal van deflatie. Deze begon in het Verre Oosten en Japan, zet zich voort in Rusland en dreigt nu over te slaan naar Oost-Europa en Latijns Amerika. Deze landen zorgen voor de hardnekkigste golf van muntcrises sinds de ineenstorting van het stelsel van Bretton Woods in 1971. West-Europa en de Verenigde Staten kunnen zich steeds moeilijker isoleren van de effecten die dit heeft op de financiële markten, de internationale handel en de productie van goederen en diensten. OPKOMENDE MARKTEN, emerging markets, werden ze genoemd. Het waren succesvolle ontwikkelingslanden, vooral in Azië maar ook in Latijns Amerika en in de ex-communistische regio's, die zich ontworstelden aan de economische stagnatie. Hoge economische groei en verbetering van de levensstandaard gingen gepaard met een toestroom van buitenlands kapitaal. De private kapitaalstromen naar deze opkomende landen waren binnen enkele jaren vele keren groter dan de traditionele ontwikkelingshulp. Vanaf begin jaren negentig stortten investeerders en beleggers zich met gretigheid op deze veelbelovende landen.

Maar de infrastructuur ontbrak om deze plotselinge toevloed van kapitaal in goede banen te leiden, met als resultaat een combinatie van crony capitalism, overambities en overinvesteringen. Geleidelijk ontstond een luchtbel-economie van opgeblazen verwachtingen die stand hield zolang het vertrouwen bestond dat alles zich slechts in één richting kon bewegen: omhoog. Dat vertrouwen was voor een belangrijk deel gebaseerd op de stabiliteit van de lokale munten.

Vorig jaar zomer liet Thailand onder druk van financiële speculatie de koppeling van zijn munt aan de dollar los en daarmee kwam de neerwaartse spiraal van crises in beweging. Na Thailand volgde de rest van Zuidoost-Azië en na het Russische bankroet van vorige week dreigen de problemen over te slaan naar Latijns Amerika. Venezuela lijkt het volgende doelwit, en daarna Brazilië, Mexico en Argentinië. Opkomende landen zijn ondergaande landen geworden. INTUSSEN POMPEN het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en de grote Westerse landen wanhopig miljarden in de crisislanden om de financiële rot te stuiten. Tot nu toe zonder resultaat in de vorm van zichtbaar herstel. Erger nog, het IMF is door zijn financiële middelen heen en heeft voor Rusland al een beroep moeten doen op een noodfonds. Geld voor nieuwe reddingsoperaties van grote economieën in Latijns Amerika is niet voorradig.

De transmissiemechanismen van de problemen zijn zo veelvormig als de crises zelf. Financieel-economisch mismanagement is één oorzaak, maar daarmee is niet alles verklaard. Politieke instabiliteit vormt een ander element. De muntcrisis leidde in Indonesië tot de val van de president en in Rusland tot een totale politieke impasse. Van ten minste zoveel betekenis zijn paniek, speculatie en de vluchtigheid van het kortlopende flitskapitaal. In de geliberaliseerde kapitaalmarkten die de toestroom van kapitaal mogelijk maakten, stromen nu miljarden uit de getroffen landen. Ze komen hierdoor in moeilijkheden met de herfinanciering van hun te hoog opgelopen buitenlandse schulden. DIT VERSTERKT de druk op de lokale munt. De exorbitante rentepercentages die vervolgens nodig zijn om valuta's op koers te houden, knijpen de economische activiteiten van ondernemingen af zodat die hun uitstaande kredieten niet kunnen terugbetalen waardoor de banken met stapels niet-invorderbare leningen in moeilijkheden raken. Zo versterkt het ene probleem het andere.

Tegelijkertijd stort de vraag in waardoor de prijzen kelderen. Dat doet zich het zichtbaarst voor in de grondstoffen- en energieprijzen. De olieprijzen bijvoorbeeld zijn nu lager dan vòòr de oliecrisis van 1973. Landen waarvoor de olie-export een belangrijke bron van inkomsten vormt - Indonesië, Rusland, Venezuela, Noorwegen - zien hierdoor hun inkomsten dalen. Als het vertrouwen in deze landen is weggeslagen, is het nog maar een kleine stap naar de landen met traditionele oorzaken van financiële instabiliteit zoals hoge begrotingstekorten en tekorten op de betalingsbalans. Hiervan is sprake in het geval Brazilië. DE INTERNATIONALE gemeenschap is economisch sterker verweven dan sinds het begin van deze eeuw het geval was. Dat heeft voordelen in gunstige omstandigheden, maar nadelen als het tij keert. Het Russische bankroet raakt Duitsland door de Duitse bankleningen aan Rusland. Financiële chaos in Latijns Amerika treft de Verenigde Staten. De zombiestaat waarin de Japanse economie verkeert heeft gevolgen voor de hele wereld. Zolang de malaise zich beperkte tot een enkele 'opkomende markt', viel de negatieve uitstraling te bagatelliseren. Met de spreiding naar steeds meer 'ondergaande markten' is dat moment allang gepasseerd.