Omstreden varkenswet grijpt zeer diep in

Gisteren lekte de in april door het kabinet goedge- keurde Reconstructiewet Varkenshouderij uit. Hoewel het parlement er nog over moet beslissen, lijken de gevolgen voor de varkenshouders groter dan tot nu toe werd verwacht.

DEN HAAG, 26 AUG. Terwijl de meeste varkensboeren nog druk doende zijn hun bedrijven aan te passen aan de nieuwe milieu- en dierenwelzijnseisen die op 1 september ingaan, komt de derde en laatste stap van de sanering van de varkenshouderij alweer dichterbij. De Reconstructiewet Varkenshouderij, in eerste instantie bedoeld om de gesaneerde sector economisch leefbaar te houden, grijpt harder in dan was verwacht.

Veel varkenshouders zijn de gevolgen van de varkenspest nog niet te boven. De aanpassingen die zij aan hun stallen laten doen (het Varkensbesluit), de krimp van tien procent van hun stapel (de Herstructureringswet) en de historisch lage varkensprijs maken dat zij hun handen vol hebben om hun bedrijf draaiende te houden. Voor enkele honderden boeren in Oost- en Zuid-Nederland, de zogenoemde concentratiegebieden, zijn de aanpassingen wellicht tevergeefs. Zij zullen hun bedrijf hoe dan ook moeten sluiten ten gevolge van de gisteren uitgelekte reconstructiewet.

De reconstructiewet bepaalt namelijk dat in de vijf betrokken provincies - Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en delen van Limburg en Utrecht - varkensclusters van maximaal 1 miljoen dieren moeten komen die gescheiden worden door zogenoemde varkensvrije zones van minstens 1 kilometer breedte. De varkensvrije zones zullen worden ingevuld door de zogenoemde Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een aaneenschakelig van hoogwaardig natuurgebied. Ook in een grens van 500 meter rond die varkensvrije zones mogen geen houderijen komen, of alleen varkenshouderijen die aan verscherpte milieumaatregelen voldoen. Dit alles moet binnen tien jaar geregeld zijn. Kosten volgens de provincies: 4,5 miljard gulden tot 2008.

Vooral de drukmiddelen die de overheid inzet om de reconstructie snel te laten verlopen hebben tot verontwaardigde reacties geleid. Zo moeten de betrokken provincies al op 1 januari 1999 kenbaar maken hoe en waar de EHS komt te liggen. Dat betekent dat dan ook al duidelijk zal zijn welke varkensboeren mogen blijven en welke gedwongen moeten verhuizen. Te snel, vindt de sector.

In de memorie van toelichting op de wet staat te lezen hoe de overheid te werk wil gaan bij de gedwongen verhuizingen en verplaatsingen. “Voor het creëren van de voorgestelde varkensvrije zones zal onteigening steeds als uiterste middel beschikbaar zijn, ofschoon de systematiek van het wetsvoorstel ervan uitgaat dat in belangrijke mate autonome ontwikkelingen, gesteund met subidies voor bijvoorbeeld bedrijfsverplaatsing en -beëindiging, het proces van reconstructie zullen bepalen.” De gedwongen onteigening en het gebruiksverbod voor bepaalde gebieden in combinatie met de “gigantische ruilverkaveling” die aan de reconstructie ten grondslag ligt “kennen hun weerga niet”, meent land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland. “De beroepsprocedures zijn versneld, de meeste stappen in het onteigeningsproces zijn binnen een paar weken bekeken en de commissies kunnen zelfs per direct een bedrijf sluiten. Enige inspraak van de boeren is hier niet aan de orde”, aldus een woordvoerder van LTO.

De vakgroep Varkenshouderij binnen LTO stelt dat er met het uitlekken van de wet weinig nieuws onder de zon is. “De meeste details in de wet waren al bekend. Gelekt of 'bewust in de prullenbak gegooid', zoals dat heet. Wat ons het meest verbaasd is dat de voornemens van de vorige minister van Landbouw, Van Aartsen, om de reconstructiewet te gebruiken om de gesaneerde varkenshouderij weer economisch sterk te maken, verdwenen lijken te zijn. Er wordt nu zo hoog ingezet op de EHS dat de landbouw op de tweede plaats dreigt te komen”, aldus de woordvoerder.

Ook het plan van de overheid om bepaalde 'varkensontwikkelingsgebieden' in te stellen heeft volgens LTO weinig kans van slagen. In die gebieden wil de overheid de milieumaatregelen deels versoepelen zodat het voor varkenshouders aantrekkelijker wordt om zich daar te vestigen. “Die gebieden zijn haast niet te vinden. Waarom niet gewoon locaties van varkenshouders, die willen stoppen met hun bedrijf, in laten nemen door hen die moeten verhuizen”, vraagt LTO zich af. De reconstructiewet is vorige week door de Raad van State beoordeeld. De uitslag is nog niet bekend.