Melkert toont scherpte in debat

Met de nieuwe fractieleider van de PvdA valt niet te spotten, zo maakte de debuterende Ad Melkert gisteren duidelijk. De regering belooft hij keihard af te rekenen op concrete plannen. En de SP en het CDA kregen een veeg uit de pan. Alleen coalitiepartner VVD bespaarde hij zijn sarcasme.

DEN HAAG, 26 AUG. Het voorgenomen regeringsprogramma mag het kabinet dan niet tot een motto hebben kunnen inspireren, als het onderwerp Ad Melkert had geheten, zou zo'n leidraad probleemloos te vinden zijn geweest. 'Over alles een mening en voor niemand bang', zou als typering kunnen gelden van zijn eerste grote optreden, gisteren als voorzitter van de PvdA-fractie.

Moeiteloos toverde de nieuwe parlementaire voorman van de sociaal-democratie een rij criteria tevoorschijn waaraan hij het komende kabinetsbeleid gaat toetsen. Tot in detail bepaalde hij hoogte en positie van de meetlat waarmee hij het komend regeringsbeleid zal beoordelen. Zitten er straks daadwerkelijk minder kinderen in de klas? Staan er inderdaad meer computers op de schooltafels? Vermindert de arbeidsdruk als gevolg van de nieuwe kaderwet zorg en arbeid in de praktijk. Hoe lang moet straks een plattelandsbewoner wachten op een politieauto als hij onraad ruikt?

Variërend op Newt Gingrichs Contract with America, meende Melkert dat het nieuwe kabinet een contract met Nederland moet aangaan, waardoor het op deze resultaten kan worden 'afgerekend'. “Zo hoort de overheid zich te verantwoorden”, doceerde de oud-minister richting 'vak K'. “Ik zou graag van de minister-president de toezegging krijgen dat het kabinet zich zo zal voorbereiden op de begrotingsbehandeling.”

Met de fractieleider van de PvdA valt niet te spotten. Zoveel maakte Melkert duidelijk, die zijn kleine postuur gisteren in een net iets te groot maatpak had verstopt. De ene keer opereerde hij sarcastisch, bijvoorbeeld toen SP-leider Marijnissen hem uitnodigde de negatieve kanten van het eerste paarse kabinet onder de aandacht te brengen. “Een interruptie van ons zonnetje in huis”, smaalde Melkert. De andere keer permitteerde hij zich een pesterijtje richting kabinet. 'Hallo, Financiën', riep hij toen minister Zalm even niet oplette. Richting grootste oppositiepartij kwam hij zelfs neerbuigend over. “Ik kan wel zien dat u nu wat langere tijd van het bestuur afstaat”, voegde hij CDA-leider De Hoop Scheffer toe, die om een snelle productie van een vijfde nota ruimtelijke ordening had gevraagd. “Zo'n nota produceer je natuurlijk niet zomaar.”

Gek genoeg vond de oppositie ter linkerzijde het optreden van Melkert een verademing. Dat duidde niet zozeer op masochisme als wel op waardering voor de directheid waarmee de nieuwe PvdA-voorman de confrontatie durft aan te gaan. Oppositiespitsen als GroenLinks-voorman Rosenmöller waren een beetje uitgekeken op Melkerts voorganger, Jacques Wallage. Als product van de sociaal-democratische meerderheidscultuur van Groningen had Wallage naar hun smaak vaak te gouvernementeel geopereerd. Hij ontweek uitdagende interrupties, smoorde ze in een verbale zwachtel, of negeerde ze domweg. Melkert, politiek gevormd in de Politieke Partij Radicalen, durft tot genoegen van de linkerzijde de confrontatie wel aan te gaan.

Minder bijtend en zuigerig opereerde Melkert overigens richting zijn tegenpool van de VVD, de eveneens debuterende fractieleider Hans Dijkstal. Als het echt serieus wordt, blijkt Melkert zijn sarcasme pijlsnel te kunnen inwisselen voor een precieze, borende vraagstelling.

Nadat Rosenmöller succesvol een potentieel meningsverschil in de coalitie had blootgelegd over de vraag of het kabinet wel extra geld aan zorg of onderwijs mag uitgeven als bepaalde bezuiningen niet worden gerealiseerd, schakelde Melkert over op geheel ander, ministerieel taalgebruik. “De heer Dijkstal moet niet de sugestie wekken alsof hier intensiveringen en ombuigingen tegenover elkaar staan, want ook de algemene uitgaven die op een bepaalde begrotingshoofdstuk aan de orde zijn, hebben daarmee te maken. Dat geldt immers het totale beeld.”

Of Dijkstal begreep het niet, of hij realiseerde zich dat Melkert als oud-financieel specialist en oud-minister van Sociale Zaken qua begrotingstechniek zijn meerdere zou kunnen zijn. In ieder geval beperkte de VVD-fractieleider zich in zijn antwoord tot de simpele vaststelling, dat “we geen geld moeten uitgeven dat we niet hebben.”

Daar kon Melkert het alleen maar mee eens zijn.