Kruisen Auschwitz steen des aanstoots

In Polen nemen de spanningen tussen joden en katholieken - opnieuw - toe, nu conservatieve Poolse katholieken voortdurend nieuwe kruisen plaatsen op een veld dat grenst aan het vroegere concentratiekamp Auschwitz.

ROTTERDAM, 26 AUG. De nieuwe controverse escaleert in de schaduw van een zeven meter hoog kruisbeeld, dat in 1979 in het aan Auschwitz grenzende kamp Birkenau werd gebruikt bij een mis door de Poolse paus Johannes Paulus II. In 1988 kreeg het kruis een plaats op het veld naast Auschwitz, waar het nog steeds staat, ter herdenking van een groep van 152 Poolse politieke gevangenen die in de oorlog door de nazi's in het kamp werden geëxecuteerd.

Bij hetzelfde veld, met dat pauselijke kruis, bevond zich in de vroege jaren negentig een nonnenklooster dat inzet werd van een bittere ruzie tussen de joodse gemeenschap in Polen en Poolse katholieken. De joden maakten bezwaar tegen de aanwezigheid van de nonnen bij het vroegere vernietigingskamp, waar in de oorlog meer dan een miljoen joden werden vermoord. De ruzie eindigde in 1993 met de verplaatsing - op last van de paus - van het klooster. Maar het pauselijke kruis bleef staan.

De nieuwe spanning is het resultaat van bezwaren die joodse groepen deze lente tegen de aanwezigheid van het kruis maakten. Eind vorig jaar spraken die joodse groepen met de Poolse president, Aleksander Kwasniewski, over de toekomst van het kampcomplex Auschwitz-Birkenau. Men werd het eens over een herstelplan, waarmee 93,5 miljoen dollar was gemoeid. In maart van dit jaar weigerden de betrokken joodse groepen het akkoord echter te ondertekenen als het pauselijke kruis niet zou worden verwijderd. Dat werd hun ook toegezegd door de speciale ambassadeur die Polen heeft bij de joodse diaspora, maar actie bleef uit. De joodse gemeenschap neemt aanstoot aan de aanwezigheid van religieuze symbolen - van welke religie dan ook - in en rond het kampcomplex, met het argument dat talrijke geloofsgemeenschappen onder de nazi-tirannie hebben geleden. Het pauselijke kruis, zichtbaar vanuit het kamp zelf, is volgens de joodse gemeenschap als louter christelijk symbool aanstootgevend voor de nagedachtenis van de niet-christelijke slachtoffers, zoals de joden, die 90 procent uitmaakten van de anderhalf miljoen mensen die in Auschwitz-Birkenau werden vermoord.

De bekendmaking dat het kruis zou verdwijnen bracht in maart onmiddellijk militante conservatieve katholieke kringen in het geweer. De vakbondsactivist Kazimierz ´Switon richtte een 'Sociaal Comité voor de Verdediging van het Kruis in Auschwitz' op, ging in hongerstaking en hield die 42 dagen vol om de dreigende verwijdering van het pauselijke kruis onder de aandacht te brengen. Hij begon een campagne om op het betreffende veld evenveel kruisen te plaatsen als er Poolse slachtoffers worden herdacht: 152. Op dit moment staan er al meer kruisen, tachtig grote en honderdvijftig kleine, geplaatst door nationalistische en katholieke groepen en door groepen skinheads. De meeste werden het afgelopen weekeinde geplaatst.

De rechtse Poolse regering van premier Jerzy Buzek en de katholieke kerk vinden dat het pauselijke kruis moet blijven staan, maar dat de inmiddels 230 nieuwe kruisen moeten verdwijnen. Het betrokken veld is eigendom van de provinciale overheid en wordt gehuurd door de Vereniging van Oorlogsslachtoffers (SOW), die wordt geleid door een ex-agent van de communistische geheime politie. De provincie Bielsko-Biaa, waarin het dubbelkamp Auschwitz-Birkenau ligt, heeft het huurcontract begin deze week opgezegd omdat de plaatsing van steeds meer kruisen “de autoriteit van de staat aantast”. De SOW heeft gezegd daar geen bericht van te hebben gehad en ´Switon heeft laten weten het veld hoe dan ook niet vrijwillig te zullen verlaten.

Buzek besprak de zaak maandag met het hoofd van de Poolse katholieke kerk, kardinaal Józef Glemp, aan de vooravond van een bijeenkomst van het Poolse episcopaat in Czestochowa. Op die bijeenkomst werd gisteren het standpunt van de kerk bevestigd: het pauselijk kruis moet blijven, de andere zijn al te provocatief en moeten weg. Kardinaal Glemp heeft in het verleden duidelijk gemaakt, onder andere met een reeks onverbloemd anti-semitische uitlatingen, geen enkel begrip te hebben voor de joodse argumenten. Voor hem symboliseert het kruis “evangelische liefde”; dat het voor niet-christenen aanstootgevend kan zijn, wil er bij hem niet in. Dat wil er bij veel Polen trouwens niet in: volgens peilingen wenst 73 procent van hen dat het pauselijk kruis bij Auschwitz blijft staan, al is 48 procent tegen het plaatsen van nieuwe kruisen.

De controverse is een nieuwe uiting van de diepe tegenstellingen tussen de katholieke Polen en de joodse gemeenschap in Polen, die deels wortelen in de geschiedenis - de Polen en de grote joodse gemeenschap hebben eeuwenlang naast en niet mèt elkaar geleefd, hetgeen heeft geleid tot een nog steeds bestaand latent antisemitisme bij conservatieve Polen - en die, in het verlengde daarvan, deels te maken hebben met de manier waarop beide gemeenschappen aankijken tegen de Tweede Wereldoorlog (en dan vooral tegen Auschwitz als symbool van de Holocaust). De joden zien Auschwitz als de plek waar naast vele anderen, meer joden werden vermoord dan waar ook in de oorlog: zij vinden dat niemand de plek exclusief voor zijn eigen slachtoffers kan opeisen. Veel conservatief-katholieke Polen doen dat wèl. Zij plaatsen Polen als 'martelaarsnatie' bovenaan in een imaginaire 'slachtofferhiërarchie'. Zij betogen dat er in de oorlog drie miljoen Polen zijn vermoord en dat de Polen moeten worden gezien als de belangrijkste slachtoffers van de nazi-terreur. Zij eisen aldus het vroegere kamp althans in eerste aanleg voor zichzelf en hun slachtoffers op, staan op hun recht op hún manier en volgens hún tradities de Poolse doden te herdenken en zijn doof voor het joodse argument dat geen enkele natie of religie een exclusief 'herdenkingsrecht' in Auschwitz moet krijgen.

De controverse, waarmee inmiddels joodse leiders in Israel en de VS zich zijn gaan bezighouden - onder wie de radicale rabbijn die indertijd de kwestie van het nonnenklooster aan de orde stelde - heeft het toch al niet grote vertrouwen tussen premier Buzek en president Kwasniewski aangetast. De eerste is een voormalige activist van de vrije vakbond Solidariteit, de laatste een ex-communist. Heeft de president, zo vraagt de regering zich af, de joodse gemeenschappen in het overleg over de toekomst van Auschwitz-Birkenau misschien informeel de verwijdering van het pauselijke kruis beloofd? Deze week eiste de regering de correspondentie tussen de president en de joodse gemeenschap op en kreeg ze die ook. Volgens Kwasniewski's woordvoerder is de joodse gemeenschap echter niets beloofd en heeft de president de grenzen van zijn bevoegdheden niet overschreden.